
De bezorgdheid over PFAS neemt toe; en terecht. Deze stoffen zitten overal: in het milieu, in onze voeding en helaas ook in ons bloed. Dat werknemers, preventieadviseurs en werkgevers zich vragen stellen en actie willen ondernemen, is logisch. Maar in het geval van individuele bloedtesten is het recente advies van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) duidelijk: voorlopig niet doen, tenzij binnen een wetenschappelijk onderzoek.
De reden? De huidige wetenschap laat niet toe om betrouwbare, individuele gezondheidsadviezen te koppelen aan de aanwezigheid van PFAS in het bloed. Zonder duidelijk risico, zonder drempelwaarden die iets betekenen, en zonder bewezen medische opvolging, kunnen we mensen meer kwaad dan goed doen.
PFAS: hardnekkige vervuilers met onzeker gezondheidseffect
PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) zijn synthetische stoffen die al sinds de jaren ’40 op grote schaal worden gebruikt. Ze breken nauwelijks af in het milieu en stapelen zich op in het lichaam. Sommige PFAS zijn in verband gebracht met verhoogde cholesterol, verminderde immuunrespons na vaccinatie en mogelijk zelfs kanker. Maar het is (nog) niet duidelijk bij welke dosissen, na welke blootstellingstijd of voor welke bevolkingsgroepen dat precies geldt.
Voor preventieadviseurs stelt zich dus een fundamentele vraag: hoe ga je om met een risico waar wel mogelijke schade is, maar weinig houvast over hoe groot die is of wat je eraan kan doen?

Meta-analyse van het verband tussen PFAS (PFOA, PFOS) en nierkanker.
Waarom (nog) geen individuele screening?
Het KCE toetste de vraag aan vier klassieke screeningcriteria en kwam tot een heldere conclusie:
-
Er is onvoldoende robuust bewijs dat een bepaalde PFAS-bloedwaarde leidt tot ernstige ziekte.
-
Er bestaan geen duidelijke drempelwaarden waarboven risico aantoonbaar toeneemt.
-
De testmethodes zijn technisch complex, niet gestandaardiseerd en verschillen sterk per labo.
-
Er is geen bewezen effectieve medische interventie voor mensen met verhoogde PFAS-waarden.
Kortom: je weet dus wél wat je meet, maar je weet níét wat het betekent, noch wat je er vervolgens mee moet doen.

Kunnen we PFAS in het bloed nauwkeurig meten? Variatiecoëfficiënt gerapporteerd door Nilson et al in 2021.
Wel zinvol: collectieve biomonitoring en gericht onderzoek
Wat dan wel? Het KCE pleit voor een gecoördineerd, interfederaal onderzoeksprogramma. Dat moet antwoorden geven op onder meer:
-
Welke testmethodes zijn betrouwbaar en haalbaar?
-
Welke drempelwaarden geven écht aanleiding tot verhoogd risico?
-
Zijn er medische interventies die effectief helpen?
-
Wat is de impact van PFAS op lange termijn?
Daarin kunnen bloedanalyses zeker een rol spelen. Niet om individuele risico’s te bepalen, maar om het grotere plaatje beter te begrijpen. Voor preventieadviseurs biedt dit een kans om aan de basis te liggen van kennisontwikkeling, in samenwerking met onderzoeksinstellingen, milieu-experten en arbeidsgeneeskundige diensten.
Hoe reageren op vragen van werknemers?
Mensen stellen vragen. En dat mogen ze ook. Wat zeg je als preventieadviseur?
-
Wees eerlijk over de onzekerheid. “Er is inderdaad bezorgdheid over PFAS, maar op dit moment zijn individuele bloedtesten niet zinvol. Ze geven geen duidelijkheid over je gezondheidstoestand of wat je best doet.”
-
Zet in op collectieve preventie. Beperk blootstelling waar mogelijk, via aangepaste procedures, beschermingsmaatregelen, bronopsporing en bewustwording.
-
Werk samen met medische en wetenschappelijke experten. Ondersteun biomonitoringinitiatieven of deelname aan wetenschappelijke studies.
-
Informeer en ondersteun leidinggevenden. Zij spelen een sleutelrol in het kaderen van risico’s zonder onnodige paniek te veroorzaken.
Een kritische noot: laat angst geen industrie worden
In een markt waar sommige labo’s individuele PFAS-tests beginnen aan te bieden, is waakzaamheid geboden. Zonder onderbouwde interpretatie kunnen zulke testen leiden tot dure vervolgonderzoeken, angst, juridische procedures en een verschuiving van het maatschappelijk probleem naar het individu.
Een bloedtest is geen badge of bewijs van verantwoordelijkheid. Echte preventie vraagt beleid, samenwerking en geduld. Soms is niet testen net het meest doordachte wat je wél kan doen.
Reflectievragen voor preventieadviseurs
-
Hoe communiceer ik over PFAS zonder de bezorgdheid te minimaliseren of te dramatiseren?
-
Kan ik het onderwerp PFAS gebruiken als hefboom voor bredere milieu- en gezondheidsvoorlichting?
-
Welke rol kan mijn organisatie spelen in wetenschappelijk onderzoek of biomonitoring?
Wil je meer weten? Bekijk het volledige 287 pagina’s tellend rapport van het KCE via deze link. Of het 129 pagina’s tellend supplement (in het Engels) via deze link.