Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

Niet alleen het ritme: nachtwerkers blootgesteld aan meer kankerverwekkende stoffen

Wie ’s nachts werkt, krijgt vaker te maken met kankerverwekkende stoffen dan wie overdag werkt. En die hogere blootstelling is niet louter te verklaren door het feit dat nachtwerk vaker in “vuilere” sectoren voorkomt. Dat blijkt uit een recente studie die 16.250 jobrecords van 7.023 Canadese werknemers analyseerde. Zelfs na correctie voor sector en beroep hadden nachtploegen 3,1 keer meer kans op blootstelling aan minstens één potentieel kankerverwekkend agens. De bevinding plaatst nachtarbeid in een ander licht: niet alleen circadiane verstoring telt, ook de chemische omgeving waarin de nachtwerker zich bevindt.


Het ontwerp: jobrecords vergelijken in plaats van werknemers

De auteurs gebruikten data van het BC Generations Project, een Canadees populatiecohort. Deelnemers rapporteerden voor élke job die ze ooit ≥3 maanden hadden gehad, hun ploegregime en blootstelling aan een lijst van potentieel kankerverwekkende stoffen (asbest, benzeen, dieseluitlaatgassen, ioniserende straling, lasrook, houtstof, ontvettingsmiddelen, enzovoort). Beroepen werden gecodeerd op 2-digit niveau volgens de Canadese NOC – en NAICS -classificaties. Daardoor kon men corrigeren voor het type werk én voor het feit dat sommige mensen meerdere jobs in hun loopbaan hadden.

Het verschil met eerder onderzoek zit in die granulariteit. Vorige studies vergeleken nachtwerkers vaak met dagwerkers binnen brede categorieën zoals “gezondheidszorg” of “industrie”. Dat is grof: een nachtverpleegkundige op spoed werkt anders dan een HR-medewerker in een ziekenhuis, ook al vallen ze onder dezelfde sector. Door op een fijner niveau te corrigeren, kunnen Parks en collega’s nauwkeuriger inschatten of nachtarbeid op zich het verschil maakt, los van het soort werk.


De cijfers liegen er niet om

Van de jobs met minstens één nachtshift per maand rapporteerde 31,9% blootstelling aan minstens één kankerverwekkend agens, tegenover 12,1% bij dagjobs. Bij jobs met zeven of meer nachtshiften per maand liep dat op tot 35,7%.

Na correctie voor sector, beroep, geslacht en startjaar bleven de odds ratio’s significant verhoogd voor verschillende stoffen:

  • Ioniserende straling: OR 9,3 (≥1 nachtshift/maand) = het sterkste effect.
  • Diesel-uitlaatgassen: OR 6,3.
  • Asbest: OR 6,2.
  • Minerale, snij- en smeeroliën: OR 5,5.
  • Ontvettingsmiddelen: OR 4,2.
  • Benzine-uitlaatgassen: OR 3,8.
  • Lasrook: OR 3,0.
  • Verf, beits, vernis: OR 1,8.
  • Houtstof: OR 1,8.

Voor benzeen, lijmen, pesticiden en geïmpregneerd hout was er na correctie geen significant effect. En opmerkelijk: meer nachtshiften per maand leidde niet systematisch tot hogere odds. Wie één nacht per maand werkt heeft ongeveer dezelfde verhoogde kans op blootstelling als wie er zeven of meer doet, althans nadat voor sector en beroep is gecorrigeerd. De auteurs concluderen dat het patroon van nachtwerk er meer toe doet dan de intensiteit ervan.

Meer nachtshiften per maand leidt niet tot hogere Odds ratio’s. Van: Parks et al.


Waarom is dezelfde job ’s nachts vuiler?

Dat is de echt interessante vraag. De auteurs houden het voorzichtig en bieden enkele hypothesen.

Een eerste verklaring is taakverdeling binnen hetzelfde beroep. Onderhoud, reiniging, machineonderhoud en bepaalde productieprocessen worden vaak naar de nacht verschoven omdat ze de dagactiviteit zouden verstoren. Wie ’s nachts in een ziekenhuis werkt, is vaker bezig met direct patiëntgebonden of technische taken; wie er overdag werkt, doet relatief meer administratief of leidinggevend werk. Eenzelfde NOC-code dekt dus heel verschillende werkrealiteiten, afhankelijk van het uur.

Een tweede element is supervisie en zichtbaarheid. ’s Nachts is er minder kaderpersoneel aanwezig. Dat kan effect hebben op naleving van procedures, op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, en op hoe blootstellingen worden geregistreerd of besproken.

Een derde piste, die de auteurs zelf aanhalen, maakt het verhaal scherper. Eerder onderzoek (waaronder van dezelfde onderzoeksgroep) toonde dat nachtwerk de capaciteit om oxidatieve DNA-schade te herstellen, vermindert. Wie ’s nachts werkt, krijgt dus niet alleen méér blootstelling, maar herstelt het cellulaire effect ervan ook minder goed. Dat is een dubbele hit waar de huidige risicobeoordelingen weinig rekening mee houden.


Wat dit betekent voor risicoanalyse en preventiebeleid

De studie heeft beperkingen (zelfgerapporteerde blootstelling, geen kwantitatieve metingen, Canadese context) en de auteurs zijn daar transparant over. Toch zijn de implicaties voor de Belgische preventiepraktijk concreet:

  1. Werk de risicoanalyse uit per ploeg, niet per functie. Wie de RA opstelt op basis van functietitels mist de differentiatie tussen dag- en nachttaken binnen dezelfde functie. Documenteer welke chemische, fysische en biologische blootstellingen zich daadwerkelijk tijdens nachtshiften voordoen.
  2. Audit de taakverdeling tussen dag- en nachtploegen. Laat de beveiligingscoördinator of arbeidshygiënist nagaan welke onderhouds-, reinigings- of productietaken systematisch naar de nacht zijn verschoven, en of de bijhorende beschermingsmaatregelen op dat tijdstip even strikt worden toegepast.
  3. Heroverweeg de monitoring van blootstellingen ’s nachts. Periodieke metingen van bijvoorbeeld dieselemissies, lasrook of ioniserende straling worden vaak overdag uitgevoerd om praktische redenen. Plan ze ook tijdens een nachtshift.
  4. Integreer ploegregime in het gezondheidstoezicht. Bij periodieke beoordelingen is ploegarbeid op zich al een criterium, maar de combinatie nachtwerk + chemische blootstelling verdient een specifieke vraag in de anamnese, en mogelijk gerichter biomonitoring.
  5. Bespreek de bevindingen in het CPBW. De studie biedt een argument om psychosociale en oncologische risico’s van nachtarbeid niet als losstaande dossiers te behandelen. Een geïntegreerde benadering (circadiane verstoring én chemische co-blootstelling) past beter bij wat we nu weten.

Tot slot

De vraag of nachtwerk kankerverwekkend is, ligt al jaren op tafel. Het IARC classificeerde “ploegenarbeid met circadiane verstoring” in 2019 als waarschijnlijk kankerverwekkend (groep 2A), vooral op basis van mechanistische data en epidemiologisch werk rond borstkanker. Deze nieuwe studie voegt een dimensie toe: de chemische werkomgeving zelf. De vraag die je jezelf kunt stellen: weten we wat onze nachtploeg eigenlijk inademt, en hebben we dat ooit gemeten op het uur dat het ertoe doet?