
Het aantal arbeidsongevallen daalt in Nederland, vooral de ongevallen zonder of met kort verzuim. Dat blijkt uit de nieuwste Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van CBS en TNO. Tegelijk tonen de cijfers dat ernstige ongevallen, langdurig verzuim en sectorale verschillen hardnekkig blijven. Wie preventie ernstig neemt, ziet hier dus geen eindpunt, maar een uitnodiging om scherper te focussen: op risicosectoren, op psychische belasting en op wat “kleine” ongevallen ons eigenlijk proberen te vertellen.
De cijfers in een notendop
In 2024 was 2,4% van de Nederlandse werknemers betrokken bij een arbeidsongeval. Dat is een daling ten opzichte van 2023 (2,7%). Die afname situeert zich vooral bij ongevallen die geen of slechts kort verzuim veroorzaken (tot vier dagen). Ongevallen met minstens vier dagen verzuim blijven relatief stabiel.
Van de werknemers met een arbeidsongeval en minstens vier dagen verzuim was 56% binnen de maand opnieuw voldoende hersteld om het werk te hervatten. Een vijfde had één tot drie maanden afwezigheid nodig, terwijl bij 22% het verzuim drie maanden of langer duurde.
Psychisch letsel: niet langer een voetnoot
Bij 66,5% van de werknemers met een arbeidsongeval was het letsel lichamelijk van aard (bijvoorbeeld een kneuzing), bij 23% geestelijk (psychische schade). Het letsel ontstond naar eigen zeggen relatief vaak door psychische overbelasting (bijv. door intimidatie of stress; 18%).
Bij ongevallen met langer verzuim (langer dan vier dagen), komt psychisch letsel het vaakst voor (30%), nipt gevolgd door ontwrichtingen, verstuikingen en verrekkingen (29%). Dat psychische overbelasting, intimidatie of stress een belangrijke rol spelen, is geen verrassing meer. Het confronterende is vooral dat dit nu ook expliciet zichtbaar wordt in ongevallencijfers.
Een ongemakkelijke vraag dringt zich op: behandelen we psychische veiligheid nog te vaak als “PSA-hoofdstuk”, los van klassieke veiligheidsaanpakken? De cijfers suggereren dat die scheiding kunstmatig is.

Oorzaken van arbeidsongeval met letsel in 2024. Van: Rapport p. 19.
Grote verschillen tussen sectoren
De meeste arbeidsongevallen doen zich voor in de landbouw, bosbouw en visserij. Zowel ongevallen zonder of met kort verzuim (2,8%) als ongevallen met vier dagen of meer verzuim (2,4%) liggen daar hoog. Ook de bouwnijverheid en de sector handel, vervoer en horeca springen eruit, vooral wat langdurig verzuim betreft.
Dat hangt samen met de aard van het werk: fysieke belasting, machines, verkeer, tijdsdruk en wisselende omstandigheden. Dit zijn dus grotendeels dezelfde sectoren waar ook de meeste dodelijke arbeidsongevallen voorkomen. Preventie-uitdagingen clusteren zich dus niet toevallig.
Aan de andere kant van het spectrum vinden we de financiële dienstverlening en de verhuur en handel van onroerend goed, waar arbeidsongevallen relatief zeldzaam zijn. Dat verschil onderstreept hoe contextgebonden veiligheid is, en hoe weinig zin generieke oplossingen hebben.
Minder “kleine” ongevallen: succes of blinde vlek?
De daling van ongevallen met geen of kort verzuim kan wijzen op betere preventie, meer bewustzijn en veiligere werkprocessen. Dat is de optimistische lezing. De kritische lezing is dat deze ongevallen minder worden gemeld (de zogenoemde tippexongevallen) of minder als arbeidsongeval worden herkend.
Voor preventieadviseurs zijn die kleine incidenten ook waardevolle signalen. Ze kunnen onthullen waar procedures wringen, waar opleiding tekortschiet of waar werkdruk sluipend toeneemt. Wie alleen focust op de zware dossiers, mist de kans om structureel bij te sturen.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Een paar aandachtspunten dringen zich op:
- Blijf investeren in sectorgerichte preventie. Wat werkt in een kantoorcontext, werkt zelden één-op-één op een werf, in een stal of in een magazijn.
- Integreer psychische belasting expliciet in het veiligheidsbeleid. Niet als aparte oefening, maar als volwaardig onderdeel van risicoanalyse en opvolging van incidenten.
- Neem lichte ongevallen en bijna-ongevallen ernstig. Ze zijn goedkoop lesmateriaal, zolang je er iets mee doet.
- Durf de vraag stellen of dalende cijfers ook echt betere veiligheid betekenen. Of vooral betere statistieken.
Tot slot
Minder arbeidsongevallen is zonder meer positief. Maar preventie stopt niet bij een dalende curve. De echte winst zit in wat we leren uit de blijvende risico’s, de hardnekkige sectorale verschillen en de groeiende rol van psychische belasting. Veiligheid is geen eindscore, maar een continu proces. En ja, dat maakt het soms lastig. Maar ook precies daarom relevant.