
Lasrook is sinds 2017 geclassificeerd als kankerverwekkend voor de mens, in dezelfde IARC-categorie als asbest en tabaksrook. Toch behandelen veel werkplaatsen het nog als louter “hinderlijk”. Een nieuwe werkinstructie van de Nederlandse Arbeidsinspectie zet helder op een rij hoe gecontroleerd lassen er in de praktijk uitziet. Het document is geschreven voor Nederlandse inspecteurs en gebaseerd op Nederlands recht, maar de logica erachter is bruikbaar voor elke preventieadviseur die laswerk in de organisatie heeft.
De werkinstructie toont hoe een inspecteur naar laswerk kijkt
Het document beschrijft de stappen die een inspecteur doorloopt bij een controle op blootstelling aan lasrook. Het is geen norm en geen handleiding voor werkgevers. Een groot deel ervan is bovendien specifiek Nederlands: de wettelijke basis (Arbeidsomstandighedenwet), de grenswaarde van 1 mg/m³, en vooral de Verbetercheck Lasrook, een rekeninstrument uit de arbocatalogus van de Nederlandse metaalsector. Dat instrument bestaat hier niet. In België verloopt de beoordeling via de risicoanalyse en, waar nodig, metingen onder de Codex. Wat wél overdraagbaar is, is de manier waarop het document de risico’s en de beheersmaatregelen ontleedt.
Bij roestvast staal wordt het kankerrisico heel concreet
IARC heeft lasrook in 2017 opgewaardeerd van groep 2B (“mogelijk kankerverwekkend”) naar groep 1 (“kankerverwekkend voor de mens”), samen met de UV-straling die bij het lassen vrijkomt. De directe effecten (irritatie van ogen en luchtwegen, metaaldampkoorts) zijn al lang bekend, maar het kankerrisico op langere termijn is de reden waarom de regelgeving strenger werd. Bij het lassen van chroom- of nikkelhoudende legeringen zoals RVS komen chroom-6 en nikkeloxiden vrij, twee componenten die afzonderlijk als kankerverwekkend geclassificeerd zijn.
In België loopt de verplichting via de Codex, met verstrengde grenswaarden sinds januari 2025
Lasrook valt onder Boek VI van de Codex: titel 1 (chemische agentia) en, zodra kankerverwekkende componenten in het spel zijn, titel 2 (kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia). Voor chroom-6 geldt een bindende grenswaarde die tot 17 januari 2025 op 0,010 mg/m³ lag en daarna verlaagd is tot 0,005 mg/m³, met een afwijking voor lassen en plasmasnijden van 0,025 mg/m³ tot 2025 en 0,005 mg/m³ daarna. Belangrijker dan het exacte getal is de minimalisatieplicht die bij kankerverwekkende agentia hoort: de blootstelling zo laag mogelijk houden en alle technisch uitvoerbare maatregelen nemen, ongeacht of de grenswaarde al gehaald wordt.
Wat de inspecteur op de werkvloer bekijkt, werkt ook als jouw zelfaudit
De kern van het document is een reeks praktische vragen. Vertaald naar een zelfaudit komen die hierop neer:
- Is er bronafzuiging, en wordt ze juist gebruikt? Vuistregel: de afstand tussen afzuigmond en werkstuk is niet groter dan de diameter van de opening.
- Is er voldoende ruimteventilatie voor de omstanders, met aantoonbare capaciteit en onderhoud?
- Wordt er gelast met het hoofd uit de pluim? Die pluim is altijd groter dan wat je met het blote oog ziet.
- Zijn deklagen (olie, vet, coating, verf) verwijderd voor het lassen?
- Gebeurt slijpen op voldoende afstand van de laswerkplek (in het Nederlandse instrument minstens 5 meter)?
- Klopt de keuze van persoonlijke bescherming, en staat ze op de juiste plaats in de hiërarchie?
- Krijgen lassers bij indiensttreding en daarna jaarlijks voorlichting, ook de uitzendkrachten voor ze beginnen?
Eén punt verdient bijzondere aandacht, omdat het in de praktijk vaak misloopt. Een aangedreven laskap (overdrukhelm) levert in het Nederlandse instrument een groene uitkomst op, maar blijft een persoonlijk beschermingsmiddel en telt dus niet als technische maatregel. Als bron- of toortsafzuiging mogelijk is, moet die er komen, ook al zit je met de laskap al onder de grenswaarde. Diezelfde redenering geldt onder de Belgische preventiehiërarchie: collectieve maatregelen aan de bron gaan voor op individuele bescherming.
Wat neem je hier mee naar je jaaractieplan en je comité?
- Breng in kaart waar in je organisatie gelast, thermisch gesneden of gegutst wordt, en welke materialen daarbij betrokken zijn. Noteer RVS apart.
- Laat de blootstelling beoordelen of toetsen door iemand op het niveau van arbeidshygiënist, ook als er al maatregelen genomen zijn. Die beoordeling bepaalt of je maatregelen volstaan en is wettelijk verplicht.
- Toets je afzuiging aan de twee criteria die de inspecteur ook hanteert: aantoonbaar onderhoud en correcte plaatsing. Vraag het onderhoudsplan op.
- Zet lasrook op de agenda van het CPBW als kankerverwekkend agens, met de bijhorende verplichtingen (lijst van blootgestelde werknemers, gezondheidstoezicht, gezondheidsdossier dat veertig jaar bewaard blijft).
- Plan de jaarlijkse voorlichting in en leg ze vast.
De Nederlandse werkinstructie verandert niets aan de Belgische regelgeving, maar ze maakt zichtbaar hoe een controleur naar laswerk kijkt, en die blik is hier even bruikbaar. De vraag voor je eigen organisatie: weet je of de blootstelling aan lasrook beoordeeld is, en of de afzuiging doet wat ze hoort te doen?