Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

Langdurig verzuim op je eigen rekening: wat de vierde Terug Naar Werk-golf werkgevers kost

De rekening voor langdurig verzuim verschuift naar de werkgever, en met de vierde golf van de Terug Naar Werk-wet loopt ze verder op. De ministerraad keurde die vierde golf op 12 juni goed. Vanaf 2027 breidt de solidariteitsbijdrage die werkgevers betalen voor langdurig zieke medewerkers uit naar de vierde en vijfde maand arbeidsongeschiktheid, en een collectief preventie- en re-integratiebeleid wordt een verplichting die de sociale inspectie controleert. De regering rekent tegen 2029 op 1,9 miljard euro besparing, grotendeels door verantwoordelijkheid bij werkgevers te leggen. Voor wie een organisatie leidt, wordt verzuim daarmee een kostenpost die je kunt sturen of laten oplopen.


Het aantal langdurig zieken stevent af op 600.000, en daar reageert elke regering op

Het cijfer dat het beleid drijft, is groot en blijft stijgen. België telt al meer dan een half miljoen langdurig arbeidsongeschikten, en bij ongewijzigd beleid dreigt dat aantal richting 600.000 te gaan, meer dan in het veel grotere Duitsland. Psychische en musculoskeletale aandoeningen zijn samen goed voor ongeveer twee derde van die gevallen. Tegelijk duwen andere hervormingen, zoals de hogere pensioenleeftijd en de strengere werkloosheidsregels, mensen sneller richting arbeidsongeschiktheid.

Die context verklaart waarom de Terug Naar Werk-wet in golven blijft komen. Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke zet met elke golf een stap verder, en de richting is telkens dezelfde: een groter deel van de kost en de verantwoordelijkheid komt bij de werkgever te liggen. Wie de vorige golven als losse aanpassingen heeft behandeld, ziet de optelsom nu duidelijker worden.


De solidariteitsbijdrage reikt vanaf 2027 tot in de vijfde ziektemaand

De meest tastbare kost zit in de solidariteitsbijdrage. Sinds 1 januari 2026 betalen werkgevers met vijftig of meer werknemers een bijdrage van 30 procent van de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor de tweede en derde maand, voor langdurig zieke medewerkers tussen 18 en 54 jaar. Vanaf 1 januari 2027 breidt die bijdrage uit naar de vierde en vijfde maand. Concreet betekent dat: hoe langer een medewerker uitvalt, hoe langer je per hoofd betaalt.

Voor een organisatie met structureel verzuim telt dat op. De bijdrage heeft één duidelijke tegenhanger, namelijk een effectieve terugkeer of het vermijden van uitval. Daarnaast geldt sinds dit jaar al dat werkgevers met twintig of meer werknemers binnen zes maanden een formeel re-integratietraject moeten opstarten voor wie arbeidspotentieel heeft, op straffe van sancties.


Een collectief re-integratiebeleid wordt verplicht en inspecteerbaar

Tot nu was re-integratie vooral een zaak van individuele dossiers, opgevolgd door de preventiedienst of de externe dienst PBW. De vierde golf verplicht werkgevers expliciet om een collectief preventie- en re-integratiebeleid uit te werken, dat door de sociale inspectie wordt gecontroleerd. Daarnaast kondigt de regering een nationaal burn-outplan aan.

Dat verandert het niveau waarop de beslissing valt. Een beleid dat geïnspecteerd wordt, heeft een eigenaar nodig, een budget en een plaats in de organisatiestructuur. Het is geen document meer dat je volledig naar de preventiedienst doorschuift, maar een engagement waarop je organisatie aanspreekbaar wordt.


De overheid zet ook geld tegenover terugkeer

Tegenover de verplichtingen staan financiële prikkels. De herintredingspremie stijgt naar 3.000 euro voor werkgevers die een langdurig arbeidsongeschikte medewerker minstens drie maanden gedeeltelijk aan het werk laten gaan. Nieuw is de arbeidsparticipatietoeslag, een instrument waarmee medewerkers hun arbeidsregime om gezondheidsredenen tijdelijk kunnen verminderen op een financieel haalbare manier, zodat een volledige uitval vermeden wordt. Die toeslag start als pilootproject voor mensen met een progressieve aandoening, met een evaluatie in 2029.

Ook het Terug Naar Werk-fonds wordt bijgesteld. Wie minstens zes maanden arbeidsongeschikt is, kan via een voucher gespecialiseerde begeleiding krijgen, en werkgevers kunnen daar zelf een beroep op doen wanneer een zieke medewerker terugkeert. Deze instrumenten verlagen de kost van terugkeer, maar enkel een organisatie die terugkeer actief opvolgt, vangt ze ook op.


De keuzes die dit oplegt, horen op directieniveau, niet bij de preventiedienst alleen

De vierde golf vraagt vooral beslissingen over beleid en prioriteit. Vier daarvan horen nu op de directietafel:

  • Maak de verzuimkost zichtbaar in de begroting. Breng in kaart hoeveel langdurig zieke medewerkers je hebt en in welke maand van arbeidsongeschiktheid ze zitten, zodat je weet wat de uitbreiding naar de vierde en vijfde maand je in 2027 concreet kost.
  • Beleg het eigenaarschap van het re-integratiebeleid expliciet. Bepaal wie in de directie verantwoordelijk is, met welk budget en welke link naar HR en de preventiedienst, want een inspecteerbaar beleid zonder eigenaar is een risico.
  • Beslis vooraf waar aangepast of deeltijds werk realistisch is. Door per functie of afdeling te bepalen wat mogelijk is, worden de premie van 3.000 euro en de arbeidsparticipatietoeslag bruikbaar in plaats van theoretisch.
  • Zet preventie van psychosociale en musculoskeletale uitval bovenaan. Die twee verklaren twee derde van de langdurige arbeidsongeschiktheid en bepalen dus waar je kost ontstaat.

Slot

De vierde golf wacht nog op het advies van de Raad van State, maar de richting ligt vast: met elke golf komt een groter deel van de verzuimkost en de bijbehorende verantwoordelijkheid bij de werkgever. Organisaties die vandaag al weten hoeveel langdurig verzuim hen kost en wie het beheert, vangen de uitbreiding van 2027 op zonder verrassingen.