
Een verlengd pollenseizoen, intensere onweersbuien, vaker voorkomende bosbranden en toenemende schimmelgroei in slecht geventileerde gebouwen: klimaatverandering voegt een reeks nieuwe risicofactoren toe aan het klassieke plaatje van beroepsgebonden luchtwegaandoeningen. Een recente literatuurstudie in het Journal of Occupational and Environmental Medicine (JOEM) brengt die link systematisch in kaart: astma is niet langer alleen een individuele aandoening met genetische of allergische achtergrond, maar ook een werkomgevingsrisico dat mee evolueert met het klimaat.
Buiten werken is niet meer wat het was
Bouwvakkers, wegwerkers, landarbeiders, tuiniers en bosarbeiders staan sowieso al bloot aan weersomstandigheden. Wat verandert, is de aard en intensiteit van die blootstelling. Door stijgende temperaturen beginnen bomen en planten vroeger te bloeien, waardoor de pollenconcentraties in de lucht hoger zijn en het seizoen langer duurt. Dat verhoogt het risico op luchtwegklachten bij medewerkers die al een predispositie hebben, maar ook bij mensen die nog nooit astmasymptomen vertoonden.
Een bijzonder geval is het zogenoemde “thunderstorm asthma”: bij onweersbuien breken pollenkorrels door de winddruk en hoge luchtvochtigheid in uiterst kleine deeltjes (kleiner dan 2,5 micrometer) die diep in de lagere luchtwegen doordringen. Bezorgers, fietsers en andere medewerkers die buiten werken tijdens zulke weersomstandigheden lopen een acuut risico, ook zonder voorgeschiedenis van astma.
Bosbranden (die door klimaatverandering vaker en intenser worden) produceren fijnstof en gasvormige verbindingen die directe ontsteking van de luchtwegen veroorzaken. Voor brandweerlieden en bosbeheerders is dit een groeiend beroepsrisico.

Omgevings- en klimaatfactoren kunnen bronchiale hyperreactiviteit triggeren en immuunregulatie in astma beïnvloeden. Van: van der Valk et al.
Binnen werken biedt geen garantie
De auteurs wijzen ook op de risico’s voor medewerkers in binnenomgevingen. Hogere temperaturen en luchtvochtigheid bevorderen de groei van schimmels, stofmijten en kakkerlakken, vooral in slecht geventileerde ruimtes. Leerkrachten en medewerkers in kinderopvang zijn hier bijzonder kwetsbaar: verouderde gebouwen, beperkte ventilatie en hoge bezettingsgraad vormen samen een cocktail die luchtwegklachten kan uitlokken of verergeren.
De paradox is dat energiebesparende maatregelen in het kader van de Europese Green Deal, zoals betere isolatie van gebouwen, zonder voldoende aandacht voor ventilatie het binnenmilieu kunnen verslechteren. Betere isolatie zonder compenserende luchtverversing verhoogt de concentratie van allergenen en vocht binnenshuis.
Wat kan de preventieadviseur nu al doen?
De vertaalslag naar de praktijk begint bij het uitbreiden van de risicoanalyse. Klimaatgerelateerde factoren zijn nog zelden opgenomen in standaardrisicoanalyses voor beroepsziekten, terwijl ze voor bepaalde functiegroepen al een reëel en aantoonbaar risico vormen. Enkele concrete stappen:
- Breng de blootstellingsprofielen in kaart per functie. Wie werkt buiten, wanneer, en onder welke weersomstandigheden? Wie werkt in slecht geventileerde binnenruimtes? Dat is het vertrekpunt voor gerichte preventie.
- Actualiseer de bedrijfsinterne pollenkalender. Pollenpieken verschuiven in de tijd en het geografisch bereik van allergene planten vergroot (zoals bijvoorbeeld de opkomst van ambrosia in West-Europa). Koppel dit aan werkroosters of aanwezigheid buiten voor gevoelige medewerkers.
- Neem ventilatie op als een veiligheidsparameter. Zeker bij verbouwingen of energiebesparende renovaties is het noodzakelijk om de luchtkwaliteit binnenshuis te bewaken. Voeg dit toe aan het overleg bij bouwprojecten.
- Identificeer medewerkers met een verhoogd risico. Astmatische medewerkers, mensen met hooikoorts of een gekende gevoeligheid voor schimmels verdienen extra aandacht bij werkpostindeling en taakdefinitie. Betrek de arbeidsarts tijdig bij dit gesprek.
- Zorg voor een protocol bij extreme weersomstandigheden. Bouw in het welzijnsbeleid een reactieschema in voor hittegolven, hoge fijnstofconcentraties en onweerspieken. Net zoals er protocollen bestaan voor gevaarlijke stoffen, kan er één komen voor extreme klimaatomstandigheden.

Een nieuwe dimensie van de risicoanalyse
Klimaatverandering is geen abstract toekomstprobleem voor preventieadviseurs, het is al zichtbaar in de praktijk. Verlengde pollenperiodes, zwaardere onweersbuien en intensere hittegolven zijn meetbare fenomenen die het gezondheidsrisico op de werkplek beïnvloeden. De huidige regelgeving rond chemische agentia, biologische agentia en thermische omgevingsfactoren biedt een bestaand kader, maar de inhoud ervan vraagt actualisatie in het licht van wat het klimaat ons oplegt.
Wie de jaarlijkse risicoanalyse gebruikt als moment om ook klimaatgerelateerde blootstelling systematisch te beoordelen, handelt nu al correct. En wie dat gesprek aangaat met de bedrijfsleiding en de arbeidsarts, legt een basis die de komende jaren alleen maar relevanter zal worden.