Artikel

Fysieke belasting bij verpleegkundigen blijft een structureel knelpunt

Uit recent onderzoek blijkt dat fysieke werkbelasting een van de belangrijkste knelpunten blijft voor verpleegkundigen in België. De combinatie van verouderde infrastructuur, personeelstekort en onregelmatige werkuren maakt het beroep fysiek veeleisend. Preventieadviseurs kunnen een belangrijke rol spelen in risicobeperking en structurele verbeteracties.

Fysieke belasting bij verpleegkundigen: opvallend en hardnekkig

Volgens de grootschalige bevraging uitgevoerd in opdracht van de FOD Volksgezondheid (2025) is fysieke belasting het vierde meest ontevredenheid veroorzakende element in de verpleegkundige job. Ongeveer 45% van de ondervraagden geeft aan ontevreden te zijn over de fysieke belasting. Dit percentage blijft opvallend gelijk in ziekenhuizen, woonzorgcentra en thuiszorg. Vooral jongere verpleegkundigen en zij die werkzaam zijn aan het bed rapporteren meer fysieke klachten.

Tevredenheid met arbeidsomstandigheden.

Meerdere oorzaken versterken de belasting

De fysieke belasting komt voort uit een combinatie van structurele en organisatorische factoren:

  • Onregelmatige werktijden en ploegenarbeid: 47% werkt in het weekend, 30% werkt ’s nachts. In de thuiszorg werkt 56% in gesplitste diensten.

  • Zware werkroosters: Eén op vijf werkt meer dan voltijds, en dit aandeel loopt op tot 35% in de thuiszorg en zelfs 49% bij wie in meerdere sectoren tegelijk werkt.

  • Verouderd materiaal en infrastructuur: Slecht aangepaste werkposten verhogen het risico op musculoskeletale aandoeningen.

  • Personeelstekort en verhoogde werkdruk: Een beperkte personeelsbezetting betekent minder herstelmomenten en hogere fysieke belasting per dienst.

  • Niet-zorggerelateerde taken: Slechts 45% van de werktijd wordt besteed aan directe of indirecte zorg; de rest gaat naar logistieke, administratieve of andere taken.

Werkuren per bedrijfssector.

Sectorale verschillen en kwetsbare groepen

In de woonzorgcentra en thuiszorg is het personeel gemiddeld ouder (45% is ouder dan 50), wat extra risico geeft op overbelasting. Tegelijk werkt in deze sectoren ook een groter aandeel zelfstandigen en verpleegkundigen met meerdere jobs, wat leidt tot minder herstel en verhoogde fysieke en mentale belasting.

Leeftijd per sector.

Bij jonge verpleegkundigen is de fysieke belasting opvallend hoog. Vaak combineren zij onervarenheid met zwaar werk en gebrekkige ondersteuning. Ook alleenstaande ouders zijn kwetsbaarder, zeker wanneer ze voltijds of in onregelmatige shifts werken.

Wat kunnen werkgevers doen?

Deze structurele problematiek vraagt om een doordachte aanpak vanuit preventie. Enkele mogelijke hefbomen:

  • Ergonomische werkpostanalyses en opvolging van fysieke belasting via risico-inventarisatie.

  • Investeringen in hulpmiddelen zoals tilliften, verstelbaar materiaal, glijlakens.

  • Opleidingen in ergonomisch werken met herhaalde opfrismomenten, afgestemd op jongere collega’s.

  • Werkorganisatie aanpassen: variatie in taken, ruimte voor herstelmomenten, minder logistieke taken voor verpleegkundigen.

  • Samenwerking met HR en leidinggevenden om ploegenroosters structureel te verbeteren.

Conclusie

De fysieke belasting bij verpleegkundigen is meer dan een ergonomisch probleem: het is een indicator van bredere structurele knelpunten in de organisatie van de zorg. Preventieadviseurs kunnen hierin het verschil maken, door knelpunten zichtbaar te maken en verbetertrajecten op te zetten. Dit vereist samenwerking over de grenzen van preventie, HR en beleid heen, met oog voor de noden van het zorgpersoneel zelf.

Bron

FOD Volksgezondheid – HWF Studie over de activiteiten, loopbaan en professionele ontwikkeling van verpleegkundigen (IDEA Consult)