Artikel

Europa legt PFAS in blusschuim aan banden

De Europese Commissie heeft een verordening goedgekeurd die het gebruik van PFAS in blusschuim sterk beperkt. Die per- en polyfluoralkylstoffen, zogenaamde “forever chemicals”, zijn extreem persistent, verspreiden zich makkelijk in bodem en water, en worden in verband gebracht met gezondheidsrisico’s zoals lever- en immuunstoornissen. De maatregel is niet alleen ecologisch maar ook maatschappelijk belangrijk: ze beschermt zowel brandweerlieden als de bevolking tegen langdurige blootstelling.

Waarom deze maatregel nodig was

PFAS worden al decennia gebruikt in blusschuimen voor branden met ontvlambare vloeistoffen (klasse B). Ze zijn doeltreffend, maar ook bijzonder hardnekkig. Het Europese Chemische Stoffenagentschap (ECHA) berekende dat zonder ingrijpen jaarlijks zo’n 470 ton PFAS in het milieu terechtkomt. De stoffen breken nauwelijks af, stapelen zich op in het milieu én in het menselijk lichaam, en kunnen nog generaties lang schade veroorzaken.

Het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) publiceerde deze zomer nog een geactualiseerd voorstel om het gebruik van PFAS sterk te beperken onder de REACH-regelgeving. En met deze verordening wordt PFAS in blusschuim aan banden gelegd.

De Commissie volgt hiermee de oproep van zowel de Raad (2019) als het Europees Parlement (2020) om niet-essentiële PFAS-toepassingen uit te faseren. De nieuwe verordening zorgt voor één geharmoniseerde Europese aanpak, ter vervanging van de versnipperde nationale regels die tot nu toe golden.

Wat verandert er concreet?

Vanaf 23 oktober 2030 geldt een algemeen verbod op het in de handel brengen en gebruiken van blusschuim dat meer dan 1 mg/l PFAS bevat. Er zijn overgangsperioden voorzien, afhankelijk van de sector:

  • Draagbare blustoestellen: tot eind 2030.

  • Training en testen: maximaal tot april 2027, op voorwaarde dat alle lozingen gecontroleerd worden.

  • Petrochemische sites, Seveso-bedrijven, offshore-installaties, luchtvaart, defensie en scheepvaart: tot uiterlijk 2035, met tussentijdse evaluatie.

Brandweerdiensten mogen PFAS-houdend schuim nog tijdelijk gebruiken voor industriële branden, maar enkel zolang het technisch noodzakelijk is en onder strikte voorwaarden.

Strenge voorwaarden tijdens de overgang

Zolang PFAS-houdende schuimen nog worden gebruikt, gelden extra verplichtingen. Gebruikers moeten:

  • enkel branden van klasse B (ontvlambare vloeistoffen) bestrijden met PFAS-houdend schuim;

  • emissies tot een minimum beperken en afvalwater gescheiden inzamelen;

  • afval en restschuim enkel laten verwerken bij temperaturen boven 1.100 °C of via andere erkende methoden die PFAS volledig vernietigen;

  • een beheerplan bijhouden met gegevens over gebruik, reiniging, afvalverwerking en de geplande omschakeling naar PFAS-vrije alternatieven.

Dat beheerplan moet jaarlijks worden herzien en minstens vijftien jaar beschikbaar blijven voor inspectie.

Daarnaast wordt een etiketteringsplicht ingevoerd: blusschuim dat PFAS bevat boven de grenswaarde moet vanaf 2026 duidelijk de waarschuwing dragen “Bevat PFAS (≥ 1 mg/l)”.

PFAS-vrije alternatieven bestaan al

Volgens ECHA zijn er vandaag al fluorvrije schuimen die in de meeste toepassingen even goed presteren. De langere overgangsperiode voor bepaalde sectoren moet toelaten om deze alternatieven verder te testen, certificeren en grootschalig te produceren.

De Commissie verwacht dat de maatregel op termijn niet alleen milieuwinst oplevert, maar ook innovatie stimuleert: Europese producenten die vroeg overschakelen op PFAS-vrije technologieën zullen een concurrentievoordeel behalen. De geraamde kosten van 7 miljard euro over 30 jaar worden ruim gecompenseerd door vermeden saneringskosten en gezondheidswinst.

Wat betekent dit voor preventieadviseurs in België?

België heeft al langer stappen gezet om PFAS-houdend blusschuim te bannen, vooral na de bekendmaking van verontreinigingen rond Zwijndrecht en Antwerpen. PFOS-houdend schuim werd al ruim tien jaar geleden verboden, en ook PFOA-houdende producten mogen niet meer worden gebruikt tenzij alle lozingen opgevangen worden. Toch is het gebruik van PFAS-houdend schuim niet volledig verdwenen.

Sommige brandweerkorpsen en hulpverleningszones beschikken nog over oude voorraden of gebruiken nog PFAS-schuimen voor specifieke risico’s, zoals grote industriële of petrochemische branden (klasse B). De overstap naar volledig fluorvrije alternatieven vergt investeringen in opleiding, certificatie en reiniging van bestaande installaties; een proces dat tijd vraagt. De Vlaamse overheid en de FOD Civiele Veiligheid ondersteunen deze omschakeling, maar een nationaal overzicht van wie al volledig “PFAS-vrij” is, bestaat nog niet.

Dit betekent dat het lokale inventariseren en opvolgen van gebruikte schuimen nodig blijft. Zelfs al denkt een organisatie “fluorvrij” te zijn, kunnen restresiduen in tanks of leidingen nog tot vervuiling leiden. De nieuwe EU-verordening verplicht daarom ook tot etikettering, beheerplannen en aangepaste afvalverwerking; regels die in de praktijk ook in België de laatste restjes van de PFAS-geschiedenis moeten uitwissen.

Een kantelpunt in chemisch risicobeheer

Deze verordening markeert een duidelijke trend: de EU kiest resoluut voor het “one substance, one assessment”-principe en pakt niet langer afzonderlijke PFAS-verbindingen aan, maar de hele groep. De boodschap is helder: wat zich ophoopt in milieu en mens, hoort niet thuis in preventiebeleid.