
Het Nederlandse Openbaar Ministerie vervolgt bouwmaterialenproducent Eternit voor doodslag, nadat jarenlang werknemers en omwonenden aan asbest zijn blootgesteld. De zaak onderstreept de belangrijke rol van preventie, transparantie en ethisch ondernemerschap, ook als de wetgeving (nog) niet streng is.
Decennialange blootstelling aan asbestvezels
Eternit opende in 1937 een fabriek in Goor, Nederland, waar tot 1993 asbestcement werd geproduceerd. Werknemers werkten vaak zonder bescherming in stoffige hallen, waarbij ze dagelijks asbestvezels inademden. Ook familieleden en buurtbewoners werden blootgesteld: werkkledij werd thuis gewassen, en fabrieksafval (met asbest) werd gratis meegegeven voor het verharden van opritten en paden.
De gevolgen bleven niet uit: talloze mensen kregen mesothelioom, een zeldzame maar dodelijke vorm van asbestkanker. In de regio Goor ligt het sterftecijfer aan asbestgerelateerde kanker nu meer dan 100% boven het landelijk gemiddelde.
Strafvervolging wegens doodslag: uniek in Europa
In juni 2025 maakte het Openbaar Ministerie bekend dat het Eternit strafrechtelijk vervolgt voor doodslag en dood door schuld, onder meer voor de dood van twee voormalige werknemers en de partner van een van hen. Volgens justitie heeft Eternit zijn zorgplicht geschonden en bewust ernstige gezondheidsrisico’s genegeerd.
Het is de eerste keer in Nederland dat een bedrijf voor dit type feiten strafrechtelijk wordt vervolgd. Eternit wordt als rechtspersoon aangeklaagd, niet individuele bestuurders. Strafbare sancties kunnen onder meer hoge boetes en exploitatieverboden zijn.
“We hielden ons aan de wet”
De verdediging van Eternit stelt dat het bedrijf altijd binnen de wettelijke grenzen opereerde, en dat ook overheid en arbeidsinspectie destijds geen alarm sloegen. Advocaten wijzen op civiele schadevergoedingen die al in eerdere procedures werden uitgekeerd aan slachtoffers en nabestaanden.
Toch is de juridische lijn inmiddels strenger: ook zonder expliciet wettelijk verbod rust op bedrijven een eigen verantwoordelijkheid om werknemers en derden te beschermen tegen bekende gezondheidsrisico’s. Rechters benadrukken dat “naleven van de wet” niet volstaat wanneer gevaren al gekend zijn.
Reeds lang bekende risico’s
Vanaf de jaren ’50 verschenen wetenschappelijke studies over het kankerverwekkend effect van asbest. Toch bleef Eternit tot begin jaren ’90 doorgaan met productie. Interne documenten tonen dat het bedrijf al in de jaren ’30 op de hoogte was van risico’s. In plaats van de gevaren publiek te maken, werd jarenlang gelobbyd tegen strengere regelgeving, onder meer via Europese asbestkartels.
De verhalen van slachtoffers en hun families zijn schrijnend. In een gezin stierven drie generaties aan asbestkanker: een arbeider, zijn echtgenote die de was deed, en later hun dochter, die als kind aan het wasgoed hielp. Zulke voorbeelden maken duidelijk hoe wijdverspreid de impact van de blootstelling was.
Een precedent voor andere bedrijven
Het proces tegen Eternit kan een belangrijke precedentwerking hebben. Er lopen inmiddels ook onderzoeken naar DuPont/Chemours (blootstelling aan PFAS) en Tata Steel (milieuvervuiling). Als bedrijven kunnen worden vervolgd voor historische blootstelling aan schadelijke stoffen, versterkt dat het belang van een doordachte preventiestrategie; ook bij gebruik van stoffen die (nog) niet verboden zijn.
En hoe zit het in België?
In België werd in 2007 het Asbestfonds (AFA) opgericht, beheerd door Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s. Het fonds is bedoeld om slachtoffers van asbestgerelateerde ziekten (vooral mesothelioom) snel en zonder juridische procedures een schadevergoeding toe te kennen, zonder dat ze het bedrijf moeten aanklagen dat verantwoordelijk is voor de blootstelling.
Enkele kernpunten van het Belgische systeem:
-
Slachtoffers (of hun nabestaanden) kunnen een forfaitaire schadevergoeding krijgen, zelfs als de blootstelling plaatsvond in de privésfeer, zoals bij het wassen van werkkledij.
-
Er is geen schuldonderzoek: men hoeft niet aan te tonen wie aansprakelijk is, alleen dat het gaat om een asbestgerelateerde aandoening.
-
In ruil daarvoor geldt er quasi-immuniteit voor bedrijven: wie een vergoeding via het Asbestfonds aanvaardt, kan het verantwoordelijke bedrijf niet meer burgerlijk vervolgen voor bijkomende schade.
-
Strafrechtelijke vervolging is in theorie wel mogelijk: als aangetoond kan worden dat de ziekte opzettelijk veroorzaakt werd, maar het komt bijna nooit voor — onder meer omdat slachtoffers zelden een strafklacht indienen, en de feiten vaak verjaard zijn.
In praktijk:
-
Dit systeem werd destijds mee op poten gezet na hevige maatschappelijke druk én lobbywerk vanuit bedrijven zoals Eternit, die op die manier een juridisch afkoopmechanisme verkregen.
-
Het leidde ertoe dat Eternit in België nauwelijks civiel of strafrechtelijk werd vervolgd, ondanks het feit dat het Belgische moederbedrijf al sinds de jaren ’30 op de hoogte was van de risico’s.
-
Juridisch wordt dit systeem af en toe bekritiseerd als een vorm van organised irresponsibility: slachtoffers krijgen wel (beperkte) compensatie, maar bedrijven blijven grotendeels buiten schot.
Desalniettemin zijn er in België wel degelijk enkele burgerlijke procedures gevoerd, en stelde een rechter in 2023 nog dat Eternit “kennelijk laconiek de risico’s aanvaardde”.
Reflectie voor de werkvloer
Preventieadviseurs, vertrouwenspersonen en HR-professionals worden met deze zaak geconfronteerd met een fundamentele vraag: Wat is onze rol wanneer een bedrijf de wet volgt, maar de wetenschap al waarschuwt?
Deze zaak toont hoe belangrijk het is om:
-
risico’s tijdig te signaleren, ook bij wettelijk toegelaten stoffen;
-
proactief preventiemaatregelen te nemen, los van minimale regelgeving;
-
transparant te communiceren naar werknemers en omgeving;
-
de medische en wetenschappelijke literatuur op te volgen.
Inzicht in deze casus kan helpen om preventiebeleid niet alleen juridisch correct, maar ook ethisch robuust vorm te geven.
Meer weten? De Nederlandse onderzoeksjournalist Joop Bouma publiceert in september Zwijgfabriek, een boek over de asbestgeschiedenis van Eternit. De strafzaak tegen Eternit wordt naar verwachting later dit jaar behandeld.