Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

EINDWERK – Lawaai als beroepsrisico: de helft van de LO-leerkrachten heeft al gehoorschade

Een leerkracht Lichamelijke Opvoeding staat dagelijks urenlang in sportzalen en zwembaden waar geluidsniveaus structureel boven de wettelijke actiewaarden uitkomen. Dat is niet aangenaam, maar het is ook niet zomaar ongemak: het is een beroepsrisico dat systematisch wordt onderschat. Een recent eindwerk van Iris Baetens, uitgevoerd in opdracht van IGEMO bij drie gemeentelijke basisscholen in Sint-Katelijne-Waver, brengt de omvang van dat risico concreet in beeld en formuleert verbetervoorstellen die verder gaan dan het aanbieden van oordopjes.


Geluidswaarden die de wetgeving overschrijden, ook al voelt het normaal

De Belgische Codex Welzijn op het Werk legt actiewaarden vast voor lawaaiblootstelling op de werkplek. De onderste actiewaarde bedraagt 80 dB(A) als daggemiddelde: bij overschrijding moet de werkgever maatregelen nemen. De bovenste actiewaarde van 85 dB(A) verplicht tot gehoorbescherming en medisch toezicht.

Baetens mat 41 volledige sportlessen in sportzalen en zwembaden van drie scholen. Bijna een kwart van de lessen (24,4%) overschreed de onderste actiewaarde van 80 dB(A). In zwembaden liep dat op tot meer dan een derde van de gemeten lessen (35,7%). De bovenste actiewaarde van 85 dB(A) werd als gemiddelde over een volledige les niet overschreden, maar dat verhult het ware beeld: tijdens dezelfde lessen werden piekwaarden van ruim 115 tot bijna 120 dB(C) gemeten. En zelfs wie beneden de wettelijke drempels blijft, kan al last hebben van akoestisch discomfort dat stemkwaliteit, concentratie en welzijn aantast.

Alle zes bevraagde LO-leerkrachten gaven aan last te hebben van lawaai tijdens hun werk. Allen moeten regelmatig hun stem verheffen of roepen om gehoord te worden. En de helft had al vastgestelde gehoorschade.

Vraag: “Ervaart u last van lawaai tijdens het uitoefenen van uw job?” Van: Eindwerk Baetens, p. 32.


De sportzaal is niet gelijk: akoestiek maakt een meetbaar verschil

Niet alle sportzalen presteren gelijk. De sportzaal van Dijkstein, de modernste van de drie, had na klachten van leerkrachten akoestische panelen gekregen op alle muren. Die ingreep is meetbaar: de zaal scoorde gemiddeld beter dan de oudere zalen van GLOC en Octopus, die respectievelijk houten wanden en een harde muurafwerking hebben zonder bewuste geluidsdempende ingrepen.

Gemeten LAeq (dB) in de sportzalen. Van: Eindwerk Baetens, p. 35.

Zwembaden vormen een categorie apart. De tegelvloeren, gladde muren en lage plafonds zorgen voor veel galm. Structurele ingrepen zoals akoestische panelen die ook waterdicht zijn, bestaan en zijn elders al succesvol toegepast, maar waren in geen van de onderzochte zwembaden aanwezig. Dat is een lacune die verder onderzoek en investeringsbeslissingen rechtvaardigt.

Akoestische panelen in Zwembad Breeven te Bornem (van: Eindwerk Baetens, p. 23.


Gehoorbescherming aangeboden, maar niet structureel verankerd

Slechts twee van de zes leerkrachten droegen gehoorbescherming, en dat vrijwel altijd op eigen initiatief. De helft wist niet of de werkgever al dan niet gehoorbescherming aanbood. Eén leerkracht uit Dijkstein wist het zeker: nee. Twee leerkrachten uit GLOC hadden jaren eerder otoplastieken gekregen, maar die waren sindsdien niet meer onderhouden of gecontroleerd.

Wanneer gevraagd werd of men op maat gemaakte oordopjes zou dragen als de werkgever die aanbood, antwoordden alle zes leerkrachten bevestigend. De weerstand zit dus niet bij de leerkrachten zelf, maar bij het ontbreken van een structureel aanbod en een duidelijk beleid.


Preventie volgens de hiërarchie: niet beginnen bij de oordop

Het eindwerk volgt consequent de preventiehiërarchie, wat een nuttige structuur biedt voor wie maatregelen wil prioriteren. Samengevat:

  • Eliminatie en substitutie zijn niet toepasbaar: spelende kinderen zijn de voornaamste geluidsbron en die kun je niet wegwerken (wel, toch niet wettelijk).
  • Collectieve beschermingsmiddelen verdienen prioriteit: akoestische panelen in sportzalen en zwembaden, geluidsdempende materialen bij renovaties of nieuwbouw. De Belgische norm NBN S 01-400-2 schrijft al akoestische eisen voor bij schoolgebouwen, maar alleen bij nieuwbouw of ingrijpende renovatie. Wachten op verbouwing is een gemiste kans voor wie nu al iets kan doen.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen: otoplastieken als eerste keuze, herbruikbare oordoppen als alternatief. Belangrijk is de begeleiding bij gebruik en onderhoud.
  • Organisatorische maatregelen: kleinere klasgroepen, leerkrachten aanmoedigen om verder van de spelende leerlingen te staan waar veilig mogelijk, leerlingen tussentijds volledig tot stilte brengen, regelmatig gezondheidstoezicht.
  • Schadebeperkend: een stille ruimte per school waar leerkrachten zich tussen lessen kunnen terugtrekken. Eenvoudig te realiseren, maar in één van de drie onderzochte scholen ontbrak die mogelijkheid.
  • Signalisatie: gehoorbeschermingspictogrammen bij de ingang van sportzalen en zwembaden als herinnering.

Van eindwerk naar beleid: hoe IGEMO dit borgt

Het eindwerk eindigt niet bij aanbevelingen. Baetens werkt ook een implementatiestrategie uit: de bevindingen worden opgenomen in de risicoprofielen van LO-leerkrachten, doorvertaald naar de werkpostfiches, en als agendapunt aangebracht op het bijzonder overlegcomité van elke deelgemeente. Van daaruit kunnen gemeenten hun eigen prioriteiten en tijdslijn bepalen binnen het meerjarenplan.

Dat is meteen ook de meerwaarde van zo’n eindwerk voor een intercommunale zoals IGEMO: het onderzoek geldt niet voor één school, maar wordt doorgetrokken naar alle deelgemeenten. En het levert meetbare, verdedigbare input voor het globaal preventieplan en de jaaractieplannen die daaruit voortvloeien.


Wat kun je morgen al doen?

Een aantal concrete stappen voor preventieadviseurs en HR-verantwoordelijken in onderwijsinstellingen:

  1. Controleer of LO-leerkrachten opgenomen zijn in het gezondheidstoezicht voor lawaai. Dat is wettelijk verplicht wanneer de actiewaarden overschreden worden.
  2. Voer een geluidsrisicoanalyse uit in sportzalen en zwembaden als die er nog niet is. Die is de basisvoorwaarde voor elke maatregel die juridisch verdedigbaar moet zijn.
  3. Inventariseer de beschikbare gehoorbescherming: welke leerkrachten hebben otoplastieken, wanneer zijn die voor het laatst gecontroleerd, en is er een procedure voor nieuwe medewerkers?
  4. Leg bij elke geplande renovatie of nieuwbouw het akoestisch ontwerp voor aan de preventiedienst. De Belgische norm NBN S 01-400-2 biedt concrete criteria.
  5. Introduceer het thema in het onthaalbeleid voor nieuwe LO-leerkrachten: wijs op de risico’s, licht de beschikbare bescherming toe, en maak het aanvraagproces voor otoplastieken zichtbaar.

Een onderschat risico, een overdraagbare aanpak

LO-leerkrachten zijn een beroepsgroep die zelden in de spotlights staat als het gaat over arbeidsgezondheid. Ze bewegen, ze zijn vitaal, ze werken graag. Maar “gezond werk” is niet hetzelfde als “werk dat van buitenaf gezond lijkt”. Een werkomgeving die systematisch meer dan 80 dB(A) produceert, een helft werkende leerkrachten die al gehoorschade heeft en geen organisatie die gehoorbescherming structureel aanbiedt: dat is een combinatie die vraagt om actie.

De aanpak die Baetens beschrijft is niet complex. Ze vraagt wel dat werkgevers (waaronder dus ook gemeenten en schoolbesturen) de stap zetten van goede intenties naar concrete risicoanalyse, meetbaar beleid en opvolging. Voor preventieadviseurs in het onderwijs biedt dit eindwerk een bruikbaar vertrekpunt.

Wil je meer lezen? Je kunt het eindwerk opvragen bij het AP – Veiligheidsinstituut door een mail te sturen naar veiligheidsinstituut@ap.be.