
Ik ben de voorbije tijd (opnieuw) begonnen met het delen van de belangrijkste lessen uit boeken die ik interessant vind; en dat lijkt me wel gesmaakt te worden.
Daarnaast neem ik ook af en toe een eindwerk door (er zijn er trouwens heel wat gratis op te vragen bij het Veiligheidsinstituut). Het voorbije jaar deelde ik hier al inzichten uit twee eindwerken: eentje van een Nederlandse bedrijfsarts over hoe blue collar werkers pijn ervaren; en ook eentje van een van onze PA-psy’s over de effectiviteit van formele klachtenprocedures (dat artikel vind ik niet meer terug – misschien schrijf ik eigenlijk wat te veel…).
Nu wil ik dit structureel aanpakken en geregeld een eindwerk in de kijker zetten. Ik trap de reeks af met een sterk eindwerk van Ben Snoeijs over cobots en risicoanalyse, getipt door Michiel Wellens (Veiligheidsinstituut). Het bevat ook zeer bruikbare lessen voor ons werkveld.
Cobots (ofte collaboratieve robots) veroveren razendsnel de werkvloer. Ze zijn flexibel, relatief goedkoop en kunnen eenvoudig geprogrammeerd worden. Maar met hun opmars groeit ook de nood om veiligheid slim én doordacht aan te pakken. Want in tegenstelling tot klassieke industriële robots werken cobots letterlijk zij aan zij met mensen. Contact is daarbij niet uitgesloten, en net daar wringt het schoentje.
Kernboodschap: Een risicoanalyse voor cobottoepassingen vergt nieuwe inzichten en tools. Preventieadviseurs spelen een belangrijke rol in het begeleiden van deze omschakeling. Standaard veiligheidsdenken volstaat niet meer; een degelijke kennis van de specifieke risico’s en normenkaders is onmisbaar.
Cobots: kracht in eenvoud
Een collaboratieve robot is ontworpen om met of naast mensen te werken, zonder klassieke fysieke afscherming. Typisch worden ze ingezet voor:
-
het heffen van zware lasten
-
repetitieve bewegingen
-
ergonomische ontlasting van werknemers
Hun succesfactor? Cobots zijn snel te implementeren, flexibel inzetbaar en relatief eenvoudig te programmeren. Daardoor zijn ze ook interessant voor kleinere bedrijven of pilootprojecten.
Maar juist die nabijheid tot de mens betekent dat een klassieke risicoanalyse onvoldoende houvast biedt. Bij cobots is een bepaald niveau van “aanraakbaarheid” toegestaan, zolang het risico op pijn of letsels acceptabel blijft.

Waarom een aparte aanpak nodig is
De basisregel is eenvoudig: “Als contact tussen robot en mens is toegestaan, mag dat niet leiden tot ontoelaatbare pijn of letsels.” Dat lijkt logisch, maar hoe bepaal je wat aanvaardbaar is? Hier komt de norm ISO/TS 15066 in beeld. Die vertaalt het vage begrip “pijn” naar meetbare grenswaarden voor kracht en druk per lichaamsdeel.
👉 Voorbeeld uit de praktijk: bij Agfa bleek uit een risicoanalyse dat de kracht die de cobot uitoefende bij een mogelijke klemming te hoog lag. Dankzij gerichte bijsturingen (verlaging krachtinstellingen, ontwerpaanpassingen van de robottool) werd dit risico tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht.

De risicoanalyse stap voor stap
Ben Snoeijs ontwikkelde in zijn eindwerk een praktisch template dat zich leent voor bredere toepassing. De aanpak is gebaseerd op de NBN EN ISO 12100-methode:
1️⃣ Afbakening en omschrijving van de installatie
-
Welk type cobot?
-
In welke context wordt deze ingezet?
-
Met welke tools / grippers?
2️⃣ Identificatie van gevaren
-
Mechanisch (botsen, klemmen)
-
Elektrisch
-
Applicatiespecifiek (vb. werken met solventen)
👉 Tip: vertrek van een uitgebreide checklist, inclusief bedrijfsspecifieke gevaren.
3️⃣ Risicobeoordeling
Gebruik van de Pilz Hazard Rating (PHR), waarbij vier factoren worden ingeschat:
-
Mate van mogelijke schade (DPO)
-
Waarschijnlijkheid (PO)
-
Mogelijkheid tot ontwijking (PA)
-
Frequentie/duur van blootstelling (FE)
👉 PHR-waarde bepaalt het risiconiveau: van verwaarloosbaar tot zeer groot risico.
4️⃣ Toetsing aan pijngrenzen
Voor botsingen en klemmingen wordt concreet getoetst aan de waarden uit ISO/TS 15066:
-
per lichaamsdeel (bv. vinger, onderarm, hoofd)
-
onderscheid tussen statisch en dynamisch contact
-
berekening van toegelaten snelheid en krachtinstellingen
5️⃣ Risicoreductie
Drie stappen:
-
Inherente veiligheid (bv. traagheid, zachte materialen)
-
Technische beveiliging (bv. snelheidslimieten, botsdetectie, waarschuwingssignalen)
-
Informatie en opleiding (bv. duidelijke instructies voor medewerkers)

Reflectieve vragen voor de (interne dienst van de) werkgever
-
Zijn de interne processen en risicoanalyses afgestemd op toepassingen met cobots?
-
Hebben de preventieadviseurs voldoende kennis van ISO/TS 15066 en de specifieke normen?
-
Is er een concrete template beschikbaar voor cobot-risicoanalyses in de organisatie?
-
Zijn de projectleiders en technici voldoende opgeleid om risico’s correct in te schatten én te mitigeren?
-
Hoe zorgen we voor een veilige en ergonomisch verantwoorde mens-robot-samenwerking?
Praktische aanbevelingen
-
Start bij elk project met een gedegen risicoanalyse volgens de nieuwste normen; vermijd aannames zoals “de fabrikant zal het wel geregeld hebben”.
-
Gebruik een template (zoals die uit het eindwerk) om de aanpak te structureren en te standaardiseren.
-
Schakel experts in voor het valideren van kracht en druk indien twijfel bestaat over het inschattingsvermogen van het team.
-
Betrek HR: nieuwe cobottoepassingen hebben ook impact op werkorganisatie, taakinhoud en opleidingen.
-
Blijf leren: het vakgebied evolueert snel. Voorzie regelmatige bijscholing van preventieadviseurs en betrokken medewerkers.
Tot slot
De opmars van cobots is niet te stoppen, en dat hoeft ook niet. Ze bieden enorme voordelen voor ergonomie, efficiëntie en flexibiliteit op de werkvloer. Maar laat ons eerlijk zijn: het is geen kwestie van een robot simpelweg neer te zetten en aan het werk te zetten. Veiligheid en welzijn van de mens blijven centraal staan.
Met een slimme risicoanalyse, gebaseerd op correcte normen en ondersteund door praktische tools, kunnen preventieadviseurs en HR-professionals een essentiële rol spelen in het creëren van veilige én productieve mens-robot samenwerking.
Dus zoals Snoeijs terecht besluit: “De toekomst is veelbelovend!”
Wil je meer lezen? Je kunt het eindwerk opvragen door een mail te sturen naar veiligheidsinstituut@ap.be.