Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

Eerste aanwerving, eerste risico: waarom preventie bij startende bedrijven te laat begint

Hoe vroeger een bedrijf preventie inbedt in zijn werking, hoe minder schade nadien. Die logica klinkt vanzelfsprekend, maar een recente evidence synthesis van het Institute for Work & Health (IWH) maakt duidelijk dat we er nauwelijks iets mee doen. Onderzoekers Lynda Robson en Dwayne Van Eerd zochten systematisch naar programma’s en beleidsmaatregelen die specifiek gericht zijn op nieuwe bedrijven. Wat ze vonden: vrijwel niets.


Kleine bedrijven lopen al achter; nieuwe bedrijven nog meer

Werknemers in kleine bedrijven hebben hogere cijfers voor arbeidsongevallen en fatale incidenten dan collega’s in grotere organisaties, ook wanneer je sector voor sector vergelijkt. Dat verschil wordt doorgaans verklaard door een gebrek aan kennis en middelen. Het meeste onderzoek focust daarom op kleine bedrijven in het algemeen, niet op nieuwe bedrijven in het bijzonder.

Het onderscheid is relevant. Niet alle kleine bedrijven zijn nieuw, maar de meeste nieuwe bedrijven zijn wel klein. En de redenering is eenvoudig: hoe vroeger je preventie verankert, hoe minder je later moet rechtzetten. Zoals Robson het formuleert: zodra een zaakvoerder iemand in dienst neemt, zou die persoon klaar moeten zijn om de gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor die werknemer te beheren.


Wat bestaat er, en wat ontbreekt?

De onderzoekers pasten een zogenaamde environmental scan toe, een methode die verder gaat dan peer-reviewed literatuur en ook grijze literatuur, websites en interviews omvat. Het resultaat: 24 interventies voor kleine bedrijven, waarvan slechts één specifiek gericht op nieuwe bedrijven. Die ene uitzondering betrof de aanpak van chemische blootstelling in nagelsalons in Boston, waarbij jarenlange educatieve outreach pas effect had nadat ook de regelgeving en vergunningsvoorwaarden werden aangepast.

De gevonden interventies voor kleine bedrijven werkten vooral via vier benaderingen:

  • Educatie: informatie aanreiken over wat preventie inhoudt (aanwezig in 16 van de 24 programma’s).
  • Enablement: capaciteit verhogen via consultaties, tools voor risicoanalyse of financiële ondersteuning (ook 16 programma’s).
  • Training: vaardigheden bijbrengen rond risicoanalyse, stressmanagement of leiderschapsgedrag (8 programma’s).
  • Overtuiging: via positieve of negatieve emotie aanzetten tot actie, vaak gekoppeld aan een concrete risicoanalyse met aanbevelingen (7 programma’s).

Minder gebruikte benaderingen zijn peer learning, rolmodellen, incentives en regelgeving. Dat laatste is opvallend: onderzoek suggereert dat combinaties van informatieve aanpakken met incentives en regulering de beste resultaten opleveren. Toch kwamen die combinaties zelden voor.


Intermediaire organisaties als sleutel

De onderzoekers interviewden ook elf experts uit Canada, de VS, Europa en Azië met ervaring in preventie voor kleine bedrijven. Een terugkerend pijnpunt: nieuwe en kleine bedrijven zijn moeilijk te bereiken. Ze zijn talrijk, niet georganiseerd en wisselen snel. Inspectiediensten en preventiediensten kunnen onmogelijk ieder nieuw bedrijf proactief contacteren.

De experts wezen op één voor de hand liggende oplossing: gebruik intermediaire organisaties die al een vertrouwensrelatie hebben met kleine bedrijven. Denk aan werkgeversorganisaties, sectorale fondsen, kamers van koophandel of starterscentra. Die kunnen laagdrempelige tools (one-pagers, podcasts, webinars, korte checklists) doorgeven op een moment dat een bedrijf ontvankelijk is: bij opstart, bij eerste aanwerving, bij registratie als werkgever.


Wat betekent dit voor de Belgische context?

In België zijn er al instrumenten: de Begeleidingsdienst voor Ondernemingen in Moeilijkheden, de verplichte aansluiting bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPB), en sectorale fondsen die opleidingen aanbieden. Maar de praktijk is soms anders. Veel starters regelen hun aansluiting bij een EDPB als administratieve verplichting.

Dat is een gemiste kans. Precies op het moment van eerste aanwerving is een bedrijf ontvankelijk voor informatie over verplichtingen en risico’s. Niet als inspectie, maar als ondersteuning.


Concrete aanbevelingen

  • Maak van het aanwervingsmoment een preventiemoment. Koppel de RSZ-registratie of de aansluiting bij een EDPB aan een geautomatiseerde, sectorspecifieke startersgids met de meest relevante risico’s en verplichtingen.
  • Werk samen met starterscentra en ondernemersorganisaties. Zij bereiken nieuwe zaakvoerders op het juiste moment, met het juiste vertrouwen. Preventie-expertise kan via hen worden aangeboden als service, niet als controle.
  • Combineer benaderingen. Educatie alleen werkt onvoldoende. Koppel informatie aan een concrete tool (risicoanalysechecklist op maat van de sector), en voeg waar mogelijk een incentive toe (bv. korting op verzekering bij aantoonbare risicobeheersing).
  • Gebruik digitale, asynchrone formats. Niet elke startende zaakvoerder kan een infosessie bijwonen. Korte, sectorspecifieke podcasts of videomodules verlagen de drempel aanzienlijk.

Tot slot

Het IWH-onderzoek bevestigt een blinde vlek die in de preventiesector al langer wordt gevoeld maar zelden systematisch wordt aangepakt: nieuwe bedrijven vallen tussen de mazen van bestaande interventies. Ze zijn te klein voor intensieve begeleiding en te onbekend om spontaan de weg te vinden naar preventie-expertise. De vraag is niet of we hen moeten bereiken, maar wanneer en hoe. Het antwoord op die eerste vraag is duidelijk: zo vroeg mogelijk.