Een recente analyse van professor arbeidspsychologie Hans De Witte (KULeuven) en Securex stelt dat bijna één op drie Belgische arbeiders (32,9 procent) en één op vier bedienden (25,5 procent) risico lopen op burn-out. In totaal zou dit neerkomen op meer dan een miljoen werknemers in België, ofwel 28,3 procent van de totale beroepsbevolking. Hoewel dit cijfer stabiel is ten opzichte van drie jaar geleden, blijft het zorgwekkend hoog.
Achtergrond
Het onderzoek werd uitgevoerd bij een representatief staal van 1.442 Belgische werknemers, gebaseerd op de “Burnout Assessment Tool” (BAT) van de KU Leuven. De BAT is een wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst die burn-out meet door vier belangrijke dimensies te beoordelen: uitputting, mentale distantie, cognitieve beperkingen, en emotionele beperkingen. De BAT is ontwikkeld om enkele beperkingen van eerdere meetinstrumenten, zoals de Maslach Burnout Inventory (MBI), te verbeteren. De BAT is beschikbaar in zowel een 23-item versie als een kortere 12-item versie, en biedt een betrouwbare en uitgebreide beoordeling die zowel geschikt is voor individuele als groepsanalyse. Het instrument wordt vaak gebruikt in werkomgevingen om het risico op burn-out te detecteren en om gerichte interventies te ondersteunen. De BAT is bijzonder effectief in het onderscheiden van burn-out ten opzichte van andere aandoeningen zoals depressie, angst en workaholisme.
Arbeiders lopen meer risico dan bedienden
Het onderzoek toont aan dat vooral arbeiders een verhoogd risico lopen. Het aantal arbeiders dat risico heeft op burn-out steeg met bijna een kwart tot 442.798. Bij bedienden is er daarentegen een lichte daling van 10 procent, met in totaal 592.143 bedienden in de risicogroep. Verschillende factoren spelen hierbij een rol, zoals de stabiele privébelasting bij arbeiders en een grotere jobonzekerheid. Automatisering en de toegenomen monotonie in het werk beïnvloeden ook het burn-outrisico.
Leeftijdsgroepen met het hoogste risico
Dertigers vormen de leeftijdsgroep met het hoogste risico op burn-out (35,8 procent). Deze groep kampt vaak met rolconflicten op de werkvloer en een hogere privébelasting, bijvoorbeeld door de zorg voor jonge kinderen. Daarnaast ervaren zij meer micromanagement. Ook bij jonge vijftigers is er een opmerkelijke stijging in het burn-outrisico. Deze groep heeft vaak te maken met zorgtaken voor oudere ouders, wat zowel op het werk als privé voor extra druk zorgt.
Zeven belangrijke risicofactoren
Uit het onderzoek kwamen zeven factoren naar voren die meer dan de helft van het burn-outrisico voorspellen: emotionele werkbelasting, privébelasting, jobonzekerheid, rolconflicten, werkintensiteit, gebrek aan autonomieondersteuning en controlerend gedrag door leidinggevenden. Persoonlijke kenmerken zoals statuut, leeftijd of anciënniteit spelen slechts een kleine rol in het risico op burn-out.
Maatregelen om burn-out te voorkomen
Om burn-out te voorkomen, is het belangrijk dat werkgevers inzetten op vertrouwen, autonomie en competentie van hun werknemers. Dit kan door flexibelere werkregelingen, zoals thuiswerk of glijdende uren, of door tijdelijke aanpassingen van de functie-inhoud. Opleidingen in het efficiënte gebruik van technologie kunnen eveneens helpen. Het is echter ook de verantwoordelijkheid van de werknemer om deze middelen effectief in te zetten.
Hoe beter de werkgever de belangrijkste oorzaken van burn-out binnen het bedrijf in kaart brengt, hoe gerichter preventieve maatregelen kunnen worden genomen. De externe preventiedienst kan hierbij wetenschappelijk onderbouwd advies geven.