Artikel

Een op de twaalf werknemers in België meldt pesten op het werk

België staat in de top drie van Europa voor pesten en intimidatie op de werkvloer. Volgens recent gepubliceerd onderzoek in Public Health, dat data van 35 Europese landen analyseerde, meldt 8,2% van de Belgische werknemers in de afgelopen twaalf maanden gepest of geïntimideerd te zijn op het werk. Alleen Frankrijk (12,7%) en Luxemburg (9,9%) scoren hoger. Nederland volgt met 7,3%. Wie deze cijfers leest als een rapportage-artefact (“wij praten erover, de Bulgaren niet”) mist het punt: het verband tussen deze gedragingen en mentale gezondheid is robuust, consistent over landen heen, en groter dan veel organisaties beseffen.


Pesten verdrievoudigt het risico op angststoornissen

Het meest opvallende cijfer uit de studie is niet de prevalentie, maar de impact. Wie pesten of intimidatie op het werk meldt, heeft een drie keer hoger risico (RR 3,09) op angststoornissen vergeleken met collega’s die dat niet meldden. Voor fysiek geweld (RR 1,52) en seksuele intimidatie (RR 1,52) liggen die risico’s de helft lager. Pesten is dus, in termen van mentale gezondheidsimpact, de meest schadelijke vorm van grensoverschrijdend gedrag op het werk; en paradoxaal genoeg ook de vorm die het lastigst te detecteren en sanctioneren is.

De auteurs verklaren dat verschil via attributie. Slachtoffers van seksuele intimidatie kunnen het gedrag interpreteren als iets dat hen overkomt vanwege een groepskenmerk (namelijk gender). Bij pesten ontbreekt die buffer: slachtoffers zoeken de oorzaak vaker bij zichzelf. Daar bovenop komt de chroniciteit: pesten is per definitie een herhaald patroon, terwijl een geweldsincident eenmalig kan zijn. Het lichaam blijft langer in stressmodus, met meetbare gevolgen voor slaap (1,6 keer hoger risico) en vermoeidheid (1,7 keer hoger risico).


Wat dit kost

Ander recent onderzoek koppelde pesten op het werk al aan verhoogd risico op cardiovasculaire ziekte en zelfs suïcide (Magnusson Hanson e.a., 2023).

Voor een organisatie met 500 medewerkers betekent het Belgische gemiddelde dat circa 40 mensen het afgelopen jaar zijn gepest of geïntimideerd op het werk. Niet door externen; door collega’s of leidinggevenden. Reken vervolgens met de associaties uit de studie: deze groep heeft 3x hoger risico op angststoornissen, 1,7x hoger risico op chronische vermoeidheid, 1,6x hoger risico op slaapproblemen. Vertaal dat naar wat je als werkgever wel kunt meten: ziekteverzuim, presenteïsme, vertrekintentie, en de cascade van vervanging, kennisverlies en herrekrutering.


Waarom je organisatie waarschijnlijk te lage cijfers ziet

De studie toont ook een paradox: landen mét sterke wetgeving en bewustzijn rapporteren hogere prevalentie, niet lagere. En zo is het ontbreken van meldingen in een organisatie dus mogelijk niet een indicator van afwezigheid van het probleem, maar van afwezigheid van een veilig meldsysteem. De wereldwijde ILO-survey schat de lifetime-prevalentie op 21%; in EWCS-data zien we 4,2% over twaalf maanden in Europa. Het verschil tussen wat mensen meemaken en wat ze rapporteren in officiële kanalen is structureel groot.

De interne pestmeldingen zijn dus vrijwel zeker een onderrapportage. Wie alleen kijkt naar de (in)formele klachten, mist mogelijk het probleem.


Vier vragen die op directieniveau gesteld moeten worden

Een organisatie die deze cijfers serieus neemt, kan vier vragen formuleren die los staan van de operationele uitvoering door HR of de preventiedienst.

  1. Weten we hoe vaak pesten in onze organisatie voorkomt, los van het aantal formele meldingen? Anonieme bevragingen, exit-interviews en analyse van psychosociale risico-indicatoren geven een ander beeld dan het klachtenregister.
  2. Welke leidinggevenden in onze organisatie genereren disproportioneel verzuim of vertrek in hun team? Dit is een patroon dat zichtbaar wordt in HR- en WB-data, maar zelden expliciet wordt geanalyseerd omdat het politiek gevoelig ligt.
  3. Hebben we een meldsysteem dat door werknemers als veilig wordt ervaren, of is het de facto een symbolisch instrument? Een vertrouwenspersoon die hiërarchisch onder de gemelde persoon valt, is geen vertrouwenspersoon.
  4. Wat is onze structurele tolerantie voor “high performers” met grensoverschrijdend gedrag? Het Franse Cassatiearrest van juni 2025 (de manager met 28 jaar dienst die ontslagen werd wegens toxisch leiderschap, ondanks vlekkeloze cijfers) toont dat anciënniteit en prestaties geen vrijgeleide meer zijn.

Tot slot

Het werkelijke risico voor de organisatie ligt in wat zich onder de waterlijn afspeelt en zich vertaalt in verzuim, verloop en gemiste productiviteit. Nu, dit is geen pleidooi voor een nieuwe survey-tool, een extra training of een vernieuwde gedragscode. De meeste organisaties hebben die al. De vraag is of dat alles in de praktijk leidt tot interventie wanneer het ongemakkelijk wordt; bij ervaren collega’s, productieve teamleads, of mensen met krediet in de organisatie. Daar wordt cultuur zichtbaar, niet in het beleidsdocument.