Artikel

Een nieuwe ATEX-gids: een stevige kapstok voor preventieadviseurs

Explosies zijn geen zeldzame ongelukken in zwaar-industriële installaties; ze gebeuren ook in bakkerijen, metaalateliers of opslagplaatsen. Elke organisatie die met brandbare stoffen, dampen of stofwolken werkt, moet ATEX-risico’s actief evalueren en beheersen. En met de nieuwe praktische gids Prévention du risque ATEX krijgen preventieadviseurs een compleet, toegankelijk en operationeel instrument in handen.

Dit document, ontwikkeld door het Franse ministerie van Arbeid, INRS en Ineris, vertaalt de vaak complexe ATEX-regelgeving naar concreet hanteerbare stappen en is ook nuttig voor preventieadviseurs in België. De gids bouwt verder op de officiële Europese kaders (1999/92/CE en 2014/34/UE) en begeleidt werkgevers in het opzetten van een gestructureerde, duurzame aanpak.

Waarom deze gids er toe doet

De realiteit van ATEX-incidenten is hard. Zware ongevallen blijven zich voordoen ondanks jaren van regelgeving en ervaring. Dit nieuwe referentiewerk wil die kloof verkleinen met:

  • toegankelijke uitleg over wetgeving en verantwoordelijkheden;

  • duidelijke definities en diagrammen (zoals onderstaand hexagon);

  • concrete stappen voor analyse, zonering, maatregelen en documentatie;

  • aandacht voor opleiding, onderhoud, interventies en materiaalkeuze.

De gids is niet enkel bedoeld voor grote Seveso-bedrijven, maar voor alle werkgevers — van voedingsindustrie tot schrijnwerkerij — omdat elke stofwolk of dampwolk in principe explosief kan worden.

Het “explosiehexagon”. Van: gids p. 16.

Wat is een ATEX eigenlijk? (en waarom dat soms verkeerd wordt ingeschat)

Het begrip wordt vaak te simplistisch gebruikt. Volgens de officiële definitie ontstaat een explosieve atmosfeer wanneer vier voorwaarden samenkomen:

  1. een brandbare stof in gas-, damp-, nevel- of stofvorm;

  2. mengbaar met lucht (zuurstof van het omgevingslucht);

  3. binnen de juiste concentratiegrenzen: tussen LIE (Limite Inférieure d’Explosivité ) en LSE (Limite Supérieure d’Explosivité), zie figuur hieronder;

  4. met een ontstekingsbron.

Explosies zijn geen magisch toeval, maar een voorspelbaar resultaat van samenkomende factoren.

Explosiviteitsgebied. Van: gids p. 26.

Wat vaak vergeten wordt:

  • Veel producten zonder CLP-pictogram kunnen wel ATEX-vormend zijn. Denk aan stof van hout, graan, cacao of suiker.

  • Een vloeistof boven het vlampunt wordt explosief, zelfs wanneer die officieel niet als “licht ontvlambaar” geclassificeerd is.

  • Procesafwijkingen (koppelingen openen, drukval, verontreinigingen) creëren ATEX’s waar niemand ze verwacht.

  • ATEX is geen eigenschap van een stof, maar van de situatie.

Een preventieadviseur moet dus telkens opnieuw de vraag stellen: “Onder welke condities kan deze stof een explosieve atmosfeer vormen?” Niet: “Staat er een vlammetje op het veiligheidsinformatieblad?”

Enkele voorbeelden van LIE- en LSE-waarden. Uit: gids p. 26.

Wie moet met ATEX bezig zijn? Meer dan je denkt

De gids benadrukt dat ATEX-preventie een gedeelde verantwoordelijkheid is:

  • Werkgever: eindverantwoordelijke voor risicoanalyse, maatregelen, materiaal, zonering en DRPCE.

  • Werkvoorbereiders en onderhoudsteams: sleutelrol in praktijkrisico’s en het herkennen van afwijkingen.

  • Arbeidsarts en IPRP: adviseren over gezondheidseffecten, werkorganisatie en opleiding.

  • Externe onderaannemers: moeten opgeleid en geïnformeerd worden; vaak een vergeten schakel.

  • CPBW: betrokken bij procedures, analyses en evaluaties.

Voor Belgische preventieadviseurs ligt die verantwoordelijkheidsverdeling uiteraard in onze eigen regelgeving (zie meer hierover op de website BeSWIC, thema ATEX) maar de principes zijn identiek: overleg, documentatie, transparantie en discipline.

De kern van de gids: een doordachte, stapsgewijze preventiestrategie

De gids beschrijft een systematische aanpak die sterk aansluit bij de Belgische principes van risicoanalyse.

1. Inventarisatie van stoffen en processen

Wat komt er vrij, onder welke omstandigheden, en hoe vaak? De gids legt nadruk op realistische scenario’s; normaal, afwijkend en buitengewoon.

Vragen die elke preventieadviseur moet stellen:

  • Kunnen dampen ontstaan bij opwarming, mengen of openingen in het systeem?

  • Is stofopbouw zichtbaar, merkbaar, meetbaar?

  • Slijtage, wrijving, lekken… zijn ze voldoende in kaart gebracht?

  • Zijn onderhoudsroutines zelf potentieel ATEX-vormend?

2. Zonering (“emplacements dangereux”)

De stroomdiagrammen op p. 12 en p. 22 van de gids helpen bepalen of ATEX-zonering vereist is. De ervaren bedenking: zonering is geen administratieve oefening maar een fysische realiteit.

Voorbeeld van zonering van een petrochemische eenheid. Van: gids p. 31.

3. Maatregelen hiërarchisch ordenen

In de wettelijke volgorde :

  1. Voorkomen dat een ATEX ontstaat.

  2. Als dat niet kan: voorkomen dat deze ontsteekt.

  3. Als ook dat niet volledig kan: effecten beperken (ontlastpanelen, explosiedoorlatende constructies, blussystemen …).

4. DRPCE (of in België: EVD) – het verplichte document

Het Document Relatif à la Protection Contre les Explosions (DRPCE), waarvan een voorbeeld uitgewerkt staat in de bijlage van de gids, is een integraal onderdeel van het DUERP (Document Unique d’Évaluation des Risques Professionnels). Het bundelt:

  • de risicoanalyse

  • zonering

  • maatregelen

  • procedures

  • onderhoudsplannen

  • interventieregels

  • materiaalbeheer

  • conformiteitscontroles

De Belgische tegenhanger van het DRPCE is het explosieveiligheidsdocument (EVD). Het staat beschreven in de Codex Welzijn op het Werk, Boek III, Titel 4: Ruimten met risico’s voor een explosieve atmosfeer. De DUERP-verplichting (alles in één document) bestaat niet in België, maar is gesplitst over de risicoanalyse met neerslag in het Jaarlijks Actieplan (JAP) en het Globaal PreventiePlan (GPP).

Opleiding: wie moet wat weten?

Hoofdstuk 3 van de gids maakt duidelijk dat opleiding cruciaal is, en dat het niveau moet afgestemd worden op de rol:

  • basiskennis voor alle werknemers die zich in of nabij ATEX-zones begeven;

  • specifieke opleiding voor technische functies (elektriciens, onderhoud, procesoperatoren);

  • geavanceerde kennis voor ontwerpers en verantwoordelijken.

Als preventieadviseur mag (moet) je gerust streng zijn: wie een explosie kan veroorzaken, mag geen ATEX-zone in zonder opleiding.

Onderhoud en interventies: de veelvoorkomende zwakke plek

Veel ATEX-incidenten ontstaan tijdens onderhoud, niet tijdens normaal bedrijf. De gids legt daarom de nadruk op:

  • risicoanalyse vóór elke interventie,

  • controle van de atmosfeer (voor, tijdens en na),

  • bevoegdheden van intervenanten,

  • veilige werkvergunningen,

  • aandacht voor statische elektriciteit, gereedschap en materiaal.

ATEX-materiaal: kiezen, installeren, controleren

Hoofdstuk 5 bevat interessante informatie over:

  • juiste detectie- en beschermingssystemen,

  • conformiteit volgens richtlijn 2014/34/UE,

  • categorieën, groepen en zones,

  • inspecties (initieel en periodiek),

  • onderhoud en reparaties.

Belangrijk inzicht: ATEX-materiaal is niet “veilig” op zich. Het is alleen veilig als het correct gekozen, geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden wordt. Een fout gekozen ventilator of sensor vormt vaak een groter risico dan helemaal geen ATEX-materieel.

Voorbeelden van resultaten verkregen met een explosiemeter, afhankelijk van het gebruikte kalibratiegas. Van: gids p. 61.

Reflecties en aanbevelingen voor preventieadviseurs

ATEX-preventie schrikt mensen af omdat het technisch, juridisch en soms intimiderend complex lijkt. Maar deze gids helpt dat doorbreken.

Hier zijn aanbevelingen die in de praktijk écht werken:

  • Betrek onderhoud vanaf dag één. Zij zien de realiteit waar geen enkele risicoanalyse tegenop kan.

  • Maak een rondgang tijdens productie én tijdens stilstand. ATEX gedraagt zich anders wanneer installaties open zijn.

  • Zie stofophoping als een venijnige sluipmoordenaar. Wat niet nat is, kan explosief zijn.

  • Durf zoneringen in vraag stellen. “Zone 22 voor alle zekerheid” is geen strategie.

  • Blijf meten, blijven observeren. De grootste vijand van ATEX-preventie is routine.

  • Werk met scenario’s. Zoals “Wat als deze filter verstopt raakt?” of “Wat als deze pomp lekt?”

  • Gebruik het EVD actief. Niet als verplicht document, maar als werktool: updaten, bespreken, testen.

ATEX-preventieaanbevelingen.

Tot slot: een gids die je écht gebruikt

Deze nieuwe ATEX-gids is geen theoretisch compendium maar een praktische, bijna didactische handleiding. Voor preventieadviseurs is het een kans om ATEX-preventie te professionaliseren én te demystifiëren.

De uitdaging is niet om alle details te onthouden (het document telt meer dan 100 pagina’s), maar om consequent te blijven vragen: Waar, wanneer en hoe kan een explosieve atmosfeer ontstaan, en wat doen we eraan?