Artikel

Doktersbriefje vanaf dag één: het Duitse plan is vooral een test voor het eigen verzuimbeleid

De Duitse regering wil dat werknemers al op de eerste ziektedag een doktersattest voorleggen. Artsenverenigingen reageren furieus, coalitiepartner SPD zoekt de nooduitgang, en bondskanselier Merz houdt vol dat Duitsland zich het hoge ziekteverzuim niet langer kan veroorloven. Voor wie in België een organisatie leidt, legt het Duitse debat een vraag bloot die elk directiecomité zichzelf kan stellen: gelooft uw eigen organisatie dat controle verzuim doet dalen, en wat is die overtuiging waard als u ze naast de cijfers legt?


Wat er in Duitsland op tafel ligt

De coalitie van CDU en SPD wil de attestplicht vervroegen van de vierde naar de eerste ziektedag, en schaft ook de coronaregeling af waarbij een briefje telefonisch kon worden verkregen. Merz verwijst naar het concurrentienadeel van lange afwezigheidsperiodes; fractieleider Jens Spahn spreekt van ongeveer achttien ziektedagen per werknemer per jaar, waarmee Duitsland tot de Europese koplopers behoort.

De artsen zien het anders. De KBV, de nationale vereniging van artsen binnen de wettelijke ziekteverzekering, noemt het plan bijna waanzin: wie hoest of een maag-darminfectie heeft, hoort in bed te liggen en niet in een overvolle wachtzaal. De huisartsenvereniging voorspelt praktijken vol mensen die anders één of twee dagen thuis zouden uitzieken. Zelfs binnen de regering wankelt het draagvlak: minister van Arbeid Bärbel Bas wil eerst nagaan of de maatregel effect heeft of vooral problemen veroorzaakt.


België versoepelde eerst, en knabbelt daar nu zelf aan

België maakte in 2022 de omgekeerde keuze: sinds eind dat jaar mogen werknemers zonder attest één dag afwezig zijn, aanvankelijk drie keer per kalenderjaar. De redenering was dezelfde als die van de Duitse artsen vandaag. Het attest voor korte afwezigheid belast huisartsen met administratie, jaagt zieke mensen de wachtzaal in en voorkomt nauwelijks misbruik, omdat een arts een dag griep of migraine achteraf toch niet kan verifiëren. Domus Medica schatte destijds dat 10 tot 20 procent van de consultaties uitsluitend diende om een briefje te bekomen.

Maar de slinger beweegt ook hier terug. Met het regeerakkoord werd het aantal attestvrije dagen vanaf 1 januari 2026 teruggebracht van drie naar twee per jaar, als onderdeel van het bredere Terug Naar Werk-beleid. Opvallend detail: voor de federale ambtenaren, waar dezelfde inperking geldt, gaf de rapportering van Medex aan dat de derde attestvrije dag niet had geleid tot meer onterechte ééndagsafwezigheden. De inperking kwam er dus zonder aanwijzing dat het probleem bestond, en suggereert (zoals ik al eerder heb aangegeven) dat de attestplicht zelf niet de knop is waarmee je verzuim stuurt. De attestplicht is dus vooral een politiek signaal, geen bewezen hefboom. Ze verschuift vooral kosten: van de werkgever naar de gezondheidszorg, van vandaag naar morgen, van zichtbaar verzuim naar onzichtbaar presenteïsme.


De echte kost zit niet bij de dagjesmelder

Wie de verzuimcijfers van de eigen organisatie ontleedt, komt vrijwel altijd tot dezelfde vaststelling. Kort verzuim is zichtbaar en irritant, maar financieel beheersbaar. De zware kost zit in langdurige afwezigheid. België telt inmiddels bijna 600.000 langdurig arbeidsongeschikte personen, met psychosociale en musculoskeletale aandoeningen als hoofdoorzaken. Eén medewerker die een jaar uitvalt, kost een organisatie meer dan tientallen losse ziektedagen samen: vervanging, productiviteitsverlies, gewaarborgd loon, druk op het team dat het werk opvangt.

Een beleid dat zich concentreert op het controleren van de eerste ziektedag, richt de aandacht dus op het kleinste deel van het probleem. Erger nog: het kan het grote deel voeden. Wie zich met een beginnende burn-out of aanslepende rugklachten verplicht voelt om door te werken omdat een ziektedag als verdacht geldt, valt later uit, langer en duurder. Presenteïsme is in vrijwel elk onderzoek een sterkere voorspeller van latere langdurige uitval dan occasioneel kort verzuim.


Drie vragen voor uw directietafel

De Duitse controverse is een goede aanleiding om het eigen absenteïsmebeleid tegen het licht te houden, op beleidsniveau en niet op procedureniveau:

  • Weet u waar uw verzuimkost zit? Vraag een uitsplitsing tussen kort, middellang en langdurig verzuim, in dagen én in euro’s. Beslissingen over controle-instrumenten zonder die uitsplitsing zijn beslissingen op buikgevoel.
  • Meet uw beleid wantrouwen of vertrouwen? Een attestplicht vanaf dag één geeft een signaal aan honderd procent van de medewerkers om een klein percentage misbruikers te vatten. Frequent kort verzuim bij eenzelfde persoon is een gesprek waard, geen formulier.
  • Investeert u evenveel in contact als in controle? De Belgische re-integratieregels verplichten werkgevers vanaf 2026 om contact te houden met langdurig afwezige medewerkers. Organisaties die dat vandaag al goed doen, zien mensen sneller en duurzamer terugkeren. Dat rendeert aantoonbaar meer dan een extra attest.

Conclusie

Duitsland kiest voor een attest vanaf de eerste ziektedag, België perkte zopas zijn attestvrije dagen in, en dat terwijl de eigen overheidscijfers geen misbruik aantoonden. De wetenschappelijke basis is dun, de weerstand groot, en het effect op de werkelijke kostenpost, langdurig verzuim, hoogstwaarschijnlijk nihil.

Voor organisatieleiders is de relevante vraag dan ook niet welk beleid gelijk heeft, maar waar de eigen verzuimeuro’s werkelijk naartoe vloeien. Wie die uitsplitsing tussen kort en langdurig verzuim nog nooit heeft laten maken, weet na dit Duitse debat welke analyse eerst op tafel moet komen.