
De generaties die de komende jaren uw organisatie binnenkomen, arriveren in slechtere gezondheid dan hun voorgangers, en de klachten beginnen op jongere leeftijd. Een systematische review van Britse geboortecohorten, gepubliceerd in Population Studies, toont dat obesitas, diabetes en mentale klachten bij millennials en gen Z vroeger opduiken dan bij de babyboomers en generatie X. Het onderzoeksteam noemt dit fenomeen “generational health drift”: een gestage achteruitgang van de gezondheid over opeenvolgende generaties. Dat gegeven bepaalt de komende decennia mee het verzuim, de inzetbaarheid en de kost van een verouderend personeelsbestand.
Diabetes verdubbelde bijna, obesitas verschoof naar de kindertijd
De review bundelt 51 studies die de gezondheid van zes Britse cohorten vergelijken, geboren tussen 1946 en 2002, telkens op dezelfde leeftijd. Het beeld is consistent: voor vrijwel geen enkele aandoening verbeterde de gezondheid van de ene generatie op de andere.
Enkele harde cijfers. Diabetes op middelbare leeftijd (44 tot 48 jaar) steeg van 3,1 procent bij het cohort van 1958 naar 5,9 procent bij dat van 1970, een bijna-verdubbeling op één generatie tijd. Overgewicht en obesitas namen toe bij elke opeenvolgende generatie, met de hoogste cijfers bij gen Z. De lifetime-prevalentie van eczeem op 42-jarige leeftijd bedroeg 28 procent in het cohort van 1970, tegenover 18 procent op 50-jarige leeftijd in dat van 1958.
De klachten beginnen op steeds jongere leeftijd
Naast de absolute cijfers valt vooral het tijdstip op waarop de klachten beginnen. Voor obesitas en mentale klachten verschoof dat naar voren in het leven. Verschillen in obesitas waren bij de oudere generaties pas op volwassen leeftijd zichtbaar; vanaf het cohort van 1970 doken ze al in de adolescentie op, en bij wie na 1970 geboren is zelfs in de kindertijd. Mentale gezondheid volgt hetzelfde patroon: het cohort van 2000-02 vertoonde duidelijk meer emotionele en internaliserende klachten in de adolescentie dan alle eerdere generaties.
Dat een aandoening vroeger begint, betekent dat ze langer meeloopt tijdens de actieve loopbaan. Wie op zijn dertigste al met obesitas of een angststoornis kampt, draagt dat mee gedurende de volledige werkende periode, en niet pas vanaf de pensioenleeftijd.

Leeftijd van onset van gezondheidsproblemen in opeenvolgende generaties. Van: Gimeno et al.
De gezondheid verslechterde terwijl roken daalde en scholing steeg
Deze achteruitgang voltrok zich niet in een context van toenemende achterstand. In dezelfde periode daalde het rookgedrag, steeg het opleidingsniveau en verbeterden de materiële omstandigheden in de vroege kindertijd. Toch werd de gezondheid slechter. Dat ondergraaft de reflex om verzuim in de eerste plaats als een kwestie van individuele levensstijl te lezen.
De onderzoekers gingen na of het cijfer een meetartefact kon zijn, bijvoorbeeld doordat mensen vandaag sneller een diagnose krijgen of mentale klachten makkelijker rapporteren. Voor obesitas bleven de criteria over de jaren dezelfde. Mentale gezondheid werd gemeten met symptoomvragenlijsten die expliciet getoetst zijn op vergelijkbaarheid over cohorten heen. Voor diabetes konden zelfrapportage en bloedwaarden naast elkaar gelegd worden. De conclusie is dat de achteruitgang grotendeels reëel is. Gimeno en collega’s wijzen naar vermijdbare sociale en omgevingsfactoren die zich over het leven opstapelen, waaronder wat zij “obesogene omgevingen” noemen.
Het betreft Britse data, al zijn de drijvende factoren niet uniek voor het Verenigd Koninkrijk. Studies in de Verenigde Staten en elders in Europa wijzen in dezelfde richting.
Wat een structureel zieker personeelsbestand een organisatie kost
Voor wie een organisatie aanstuurt, vertaalt dit zich in een eenvoudige redenering. De instroom op de arbeidsmarkt arriveert gemiddeld in mindere gezondheid dan tien of twintig jaar geleden, en net de aandoeningen die het zwaarst wegen voor verzuim, mentale klachten en alles wat met overgewicht samenhangt, manifesteren zich vroeger. Tegelijk vergrijst het bestaande personeelsbestand. Beide bewegingen versterken elkaar.
Het risico zit in een verschuiving van de basislijn. Verzuim en chronische aandoeningen worden iets wat zich gedurende de hele loopbaan voordoet in plaats van aan het einde ervan. Wie zijn personeelskost en inzetbaarheid op een termijn van tien jaar probeert in te schatten, vertrekt van een verkeerd uitgangspunt als hij de gezondheid van de instroom gelijkstelt aan die van vandaag.
Dat plaatst de discussie over preventie in een ander daglicht. Re-integratie en verzuimbeleid pakken een probleem aan dat al bestaat. De cijfers uit deze review gaan over het moment waarop dat probleem ontstaat, en dat moment ligt steeds vroeger.
Waar dit een beslissing vraagt
Voor de directie liggen de keuzes op het niveau van beleid en prioritering:
- Behandel de gezondheidstrend van de beroepsbevolking als input voor personeelsplanning. De inzetbaarheid van wie u de komende jaren aanwerft, is een planningsvariabele.
- Verschuif een deel van de aandacht en het budget van reactief verzuimbeleid naar primaire preventie: de werkdruk, de werkorganisatie en de psychosociale omgeving die mee bepalen of klachten zich ontwikkelen.
- Beslis wie binnen de organisatie eigenaar is van werkbaarheid op lange termijn, en op welk niveau dat thema op de agenda terugkeert. Zonder duidelijk eigenaarschap blijft het bij intenties.
Tot slot
De gezondheid van opeenvolgende generaties beweegt niet mee met de welvaart, en de klachten die het zwaarst wegen voor verzuim beginnen vroeger in het leven. Voor organisaties betekent dat een basislijn die geleidelijk verschuift, jaar na jaar. De vraag voor de komende personeelsplanning is welke gezondheid u veronderstelt bij de mensen die u aanwerft.