Artikel

De toekomst van de arbeidsarts: oproep tot herwaardering van preventie op het werk

Geen zin om te lezen? Dan kun je het ook beluisteren als een (AI-gegenereerde) podcast!

Professionele en wetenschappelijke organisaties pleiten in een gezamenlijk advies voor een versterking van de rol van de arbeidsarts als spilfiguur in het welzijnsbeleid, met duidelijke aandacht voor preventie, samenwerking en taakverdeling.

In onderstaand artikel licht ik het gemeenschappelijk advies toe van de BBVAG/APBMT (beroepsvereniging arbeidsartsen) VVIB/AMTI (vereniging van arbeidsartsen interne diensten) SSST- VWVA (Vereniging voor Arbeidsgezondheidskunde) en de medische representatie van Co-Prev (externe preventiediensten).

Preventie als kerntaak onder druk

De preventieadviseur-arbeidsarts (PA-AA) vervult een cruciale rol in de primaire en secundaire preventie. Dit zijn immers de meest kosteneffectieve strategieën in de bescherming van de gezondheid op het werk. Toch zien de ondertekenaars van dit advies een verontrustende verschuiving: het groeiende gewicht van re-integratie en medische overmacht trekt disproportioneel aan de schaarse middelen voor preventie. Hierdoor komt de essentie van het beroep in het gedrang. Een heldere afbakening van rollen en een doordachte taakdelegatie zijn noodzakelijk om deze kerntaken te vrijwaren.

De coördinerende rol van de PA-AA: meer dan medisch expert

De PA-AA is de enige beroepsgroep met de juiste positionering én medische expertise om het gezondheidstoezicht te coördineren. De rol van coördinator van individuele en collectieve preventie moet dan ook structureel verankerd en operationeel mogelijk gemaakt worden. Een voorstel is om, naar Frans voorbeeld, een derde van de werktijd van de PA-AA te reserveren voor veldwerk en coördinatie. Duidelijke taakafspraken en prestatie-indicatoren kunnen daarbij richting geven.

Restrisicoanalyse als basis voor gericht toezicht

De PA-AA is bij uitstek geschikt om op basis van werkplekinspecties en risicoanalyses de restrisico’s scherp te stellen. Dit vormt de basis voor een gedifferentieerd gezondheidstoezicht, aangepast aan de specifieke blootstellingen en kwetsbaarheden van werknemers. Samenwerking met andere preventieadviseurs, waaronder verpleegkundigen, versterkt deze aanpak. De klassieke indeling in “onderworpen” en “niet-onderworpen” moet daarbij evolueren naar een model dat risico’s, waaronder psychosociale, dynamisch integreert.

Taakverdeling: versterking door samenwerking

Het delen van taken met arbeidsverpleegkundigen creëert ruimte voor de PA-AA om zich te focussen op complexe dossiers en coördinatie. Dit impliceert een doordachte en protocollaire taakverdeling, waarin verpleegkundigen worden ingezet volgens hun opleiding en bevoegdheden. Hun bijdrage aan gezondheidsvoorlichting en vroegtijdige detectie vormt een waardevolle aanvulling op het werk van de PA-AA. Kwaliteit moet hierbij primeren op kostenreductie, en protocollen zijn vereist voor veiligheid, uniformiteit en samenwerking.

Nood aan strategische data

Gestandaardiseerde gegevensverzameling en -codering zijn nodig om het preventiebeleid te evalueren en bij te sturen. Niet alleen externe diensten, maar ook instellingen als FEDRIS en verzekeringsmaatschappijen zouden betrokken moeten worden. Data moeten zinvol zijn voor de volksgezondheid en bruikbaar om beleidskeuzes te onderbouwen, zonder de professionele autonomie van de PA-AA aan te tasten.

Gelijk speelveld en wetenschappelijke kwaliteit

Tot slot pleiten de organisaties voor een gelijk speelveld tussen actoren die actief zijn in welzijn op het werk. De wildgroei aan externe coaches en consultants, vaak zonder erkende kwalificaties of toezicht, ondermijnt de legitimiteit en samenhang van het systeem. Enkel professionals met de juiste accreditaties volgens de Codex zouden preventieve taken mogen uitvoeren. Evidence Based Medicine en wetenschappelijke onderbouwing moeten leidend zijn, ongeacht wie de dienst verleent.

Conclusie

De toekomst van de arbeidsarts vraagt om een herwaardering van preventie, een heldere taakverdeling en een versterking van de coördinerende rol van de PA-AA. Dit advies biedt een gedragen perspectief voor een gezondheidsbeleid op het werk dat inzet op kwaliteit, samenwerking en duurzame inzetbaarheid.