Artikel

Boekbespreking – Vastgelopen? Waarom inspanningen plots minder opleveren, en wat je kunt doen

Iedereen kent het gevoel: je doet alles “zoals het hoort”, maar het werkt niet meer. Je team is even gemotiveerd, de processen even strak, de inspanning even groot, en toch stagneert de vooruitgang. Bob Sullivan en Hugh Thompson noemen dat in hun boek “Getting Unstuck: Break Free of the Plateau Effect” het plateau-effect: het moment waarop onze aanvankelijke vooruitgang stokt, omdat de omstandigheden rond ons veranderd zijn, maar wij zelf niet.

Ook op het werk is dat een herkenbaar fenomeen. Teams die ooit floreerden, organisaties die ooit vooruitstrevend waren, of programma’s die ooit inspirerend werkten… plots lijken ze hun kracht kwijt. Het goede nieuws: dat is geen falen, maar een natuurlijk proces. En wie begrijpt hoe plateaus ontstaan, kan ze ook doorbreken.

1. Het plateau is geen fout, het is biologie

Sullivan en Thompson vertrekken vanuit een ongemakkelijke waarheid: alles wat werkt, werkt tot het niet meer werkt. In de natuur, in ons brein én in organisaties zien we hetzelfde patroon: gewenning. Het lichaam past zich aan prikkels aan, waardoor de oorspronkelijke stimulus minder effect heeft. Denk aan een sporter die ondanks intensieve training niet meer vooruitgaat, of een organisatie die de jaarlijkse welzijnsactie herhaalt – met elk jaar minder impact.

De boodschap: routine is comfortabel, maar biologisch gezien een recept voor stilstand.

Reflectievraag: waar is in jouw organisatie gewenning binnengeslopen? In de manier waarop we opleidingen geven, werkstress meten, of medewerkers betrekken bij preventie?

2. Meer van hetzelfde werkt zelden

Een instinctieve reactie op stagnatie is: harder werken. Maar het plateau-effect toont aan dat meer van hetzelfde niet de oplossing is. Als je al vijf jaar dezelfde gezondheidsenquête afneemt, helpt een zesde ronde niet, tenzij je iets fundamenteel verandert aan de aanpak of de context.

De auteurs noemen dat “the more trap”: de valkuil waarin inspanningen exponentieel toenemen terwijl de opbrengst afneemt. Dat geldt evengoed voor beleid als voor gedrag.

Een concreet voorbeeld: een organisatie investeert elk jaar meer budget in ergonomische stoelen, maar de rugklachten blijven stijgen. Misschien is het probleem niet de stoel, maar de cultuur van te weinig pauzes.

Tip: stel niet de vraag “hoe kunnen we dit beter doen?”, maar “moeten we dit nog wel doen?”.

3. Kleine variatie herstelt gevoeligheid

De remedie tegen gewenning is variatie, maar slim gedoseerd. In plaats van een compleet nieuw beleid te lanceren, kun je kleine veranderingen inbouwen die de alertheid terugbrengen. Een voorbeeld uit sporttraining: een atleet doorbreekt een plateau door af en toe de routine te doorbreken, niet door een ander sportleven te beginnen.

Voor preventieadviseurs kan dat betekenen: verander de setting van toolboxmeetings, wissel de spreker, voeg ervaringsverhalen toe, of laat medewerkers zelf een risico-inschatting maken. Variatie creëert weer betekenis.

Reflectievraag: wat zou er gebeuren als je de volgende veiligheidsmeeting niet zélf leidt, maar iemand uit het team laat vertellen over een bijna-ongeval dat hem of haar heeft geraakt?

4. Blind spots: het onzichtbare plafond

Een van de meest confronterende inzichten uit het boek is dat we vaak niet merken waarom we vastlopen. We zien enkel dat het resultaat stagneert, niet dat onze aannames achterhaald zijn. De auteurs noemen dat “blind spots”: plekken waar onze overtuigingen en gewoontes onze groei beperken.

In welzijnsbeleid kan dat zich uiten in heilige huisjes als “een jaarlijkse meting is verplicht” of “psychosociaal welzijn hoort bij HR”. Zulke overtuigingen lijken rationeel, maar kunnen innovatie smoren.

Pragmatische oefening: Maak een lijst van drie beleidsthema’s die al jaren onveranderd zijn. Vraag je voor elk af:

  1. Waarom doen we dit nog precies zo?

  2. Wat zou er gebeuren als we het even niet deden?

  3. Wie zou dit beter of anders kunnen aanpakken dan wij?

5. Feedback als kompas

Een plateau doorbreken vraagt om feedback. Niet als controle, maar als kompas. Echte groei ontstaat pas wanneer we externe signalen durven ontvangen die ons zelfbeeld uitdagen. Dat geldt voor individuen én organisaties.

Voor HR en preventie is dat essentieel: data over ziekteverzuim, tevredenheid of incidenten zijn maar waardevol als we ze koppelen aan eerlijke gesprekken. Niet om schuld te zoeken, maar om patronen te herkennen.

Voorbeeld: als het ziekteverzuim stijgt ondanks alle welzijnsinitiatieven, is dat geen teken van mislukking, maar een kans om het systeem opnieuw te kalibreren.

6. Nieuwheid vergt ongemak

Het plateau-effect eindigt pas als we iets durven doen wat nog niet comfortabel is. De auteurs noemen dat “embracing discomfort”: het bewust opzoeken van frictie om weer te kunnen leren.

Dat is relevant voor leiders die vastzitten in voorspelbare structuren of overlegculturen. Een organisatie die alleen veilig terrein betreedt, mist de kans op echte groei.

Concrete suggestie: organiseer af en toe een “antiplateau-dag”: een sessie waarin teams één gewoonte kiezen die ze tijdelijk op pauze zetten, en observeren wat dat losmaakt. Soms levert dat verrassende inzichten op over hoe diep routines verankerd zijn.

7. Doorbreken is een proces, geen truc

Er is geen universele “resetknop”. Het plateau doorbreken vraagt tijd, reflectie en een bereidheid tot experimenteren. Maar het patroon is voorspelbaar:

  1. Herken dat je vastzit (eerlijk en zonder schuldvraag).

  2. Identificeer waar gewenning optreedt.

  3. Introduceer kleine, betekenisvolle variaties.

  4. Luister actief naar feedback en onverwachte signalen.

  5. Durf tijdelijk onzekerheid te verdragen.

Een geruststelling: het plateau is niet het einde, maar het teken dat het vorige hoofdstuk uitgelezen is.

Slotbeschouwing: de kunst van blijven leren

Groei draait niet enkel om nieuwe projecten, maar om het vermogen om te blijven leren uit wat niet meer werkt. Een organisatie die elk jaar dezelfde gezondheidsenquête afneemt zonder iets nieuws te leren, is niet consistent; ze is vastgelopen.

Dus stel jezelf de vraag: waar heeft mijn team hun plateau bereikt? En wat is de kleinste stap die het evenwicht kan verstoren – in de positieve zin?

Misschien is het tijd om minder te herhalen en meer te herontdekken.