
In een razendsnel evoluerend technologisch landschap verandert artificiële intelligentie (AI) niet alleen de manier waarop we werken, maar ook wie daar nog aan te pas komt. Het boek Supremacy: AI, ChatGPT, and the Race that Will Change the World van Parmy Olson schetst een scherpe, soms ontnuchterende blik achter de schermen van de AI-revolutie, met lessen die iedereen ter harte zou moeten nemen.
De kern: twee mannen, één strijd om macht
Achter de opkomst van generatieve AI zoals ChatGPT schuilen twee sleutelfiguren: Sam Altman (OpenAI) en Demis Hassabis (DeepMind). Hun oorspronkelijke idealen – AI ontwikkelen ten dienste van de mensheid – kwamen al snel in botsing met de rauwe realiteit van technologische macht, marktlogica en corporate druk. Het resultaat? Een AI-race gedomineerd door megabedrijven als Microsoft en Google, met amper toezicht en veel risico’s voor de samenleving.
Reflectie:
Als zelfs idealisten hun principes verliezen in het krachtenveld van technologie en winst, hoe vrij zijn organisaties dan om ethisch om te gaan met AI in HR-processen?
AI als productiviteitsverhoger – of als risicofactor
AI belooft meer efficiëntie en kennis binnen handbereik. Toch waarschuwt Olson dat AI-systemen structurele biases reproduceren: vrouwen worden seksueel afgebeeld, CEO’s standaard blanke mannen etc. Deze stereotyperingen sluipen ongemerkt binnen in HR-tools, werving, evaluatie en zelfs welzijnsbeleid.
Pragmatisch advies:
-
Laat AI-gebaseerde tools screenen op bias (in prompts, datasets én output).
-
Combineer automatisering met menselijke beoordeling; zeker bij gevoelige thema’s zoals diversiteit, stressdetectie of re-integratie.
Van transparantie naar “AI-washing”?
Veel AI-bedrijven claimen openheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar in de praktijk overheerst marketinglogica. OpenAI, ooit opgericht als non-profit, sloot een miljardencontract met Microsoft. Olson laat zien hoe woorden als “open” en “veilig” in de praktijk vaak strategische rookgordijnen zijn.
Surveillance op een hoger niveau
Een opvallend hoofdstuk in Supremacy behandelt de opkomst van persoonlijke AI-assistenten die alles volgen wat we zeggen of doen. Denk aan apparaten die je stemming, bewegingen en zelfs spraak analyseren, zogezegd om je te helpen. Maar wie heeft toegang tot die gegevens? En met welk doel?
Preventief risico:
-
AI als “wellbeing coach” kan snel omslaan in digitale controle.
-
Stel duidelijke grenzen en transparante afspraken over datagebruik.
-
Betrek het Comité PBW en de interne preventieadviseur.
Wat kunnen we leren uit deze AI-race?
De verhalen van Altman en Hassabis leren dat technologie nooit waardenvrij is. Elke keuze in AI (welk model je traint, met welke data, met welk doel) is een ideologische keuze. Wie die keuzes maakt, bepaalt mee de toekomst van werk, welzijn en menselijkheid.
Aanbevelingen voor HR & preventie:
-
Voer een AI-impactscan uit voor elke toepassing in je organisatie.
-
Betrek divers samengestelde teams bij het ontwerpen of evalueren van AI-processen.
-
Train leidinggevenden in kritische AI-geletterdheid: hoe herkennen ze bias, manipulatie of foutieve redeneringen? (dat is trouwens sinds 1 februari 2025 verplicht voor alle werkgevers in België, als hun medewerkers AI voor/op het werk gebruiken).
-
Denk na over een AI-ethische code die werkbaar is voor jouw sector.
Tot slot: een nieuwe golf vraagt nieuwe verantwoordelijkheid
Olson’s boek is geen anti-technologisch pamflet. Het is een uitnodiging tot bewustwording. Generatieve AI is er, en het kan ons helpen om werk menselijker, inclusiever en efficiënter te maken – als we het bewust en begrensd inzetten. De vraag is dus niet óf we AI gebruiken, maar hoe, met welke waarborgen en met welk mensbeeld.