Artikel

Bijna één op twee Europese werknemers mogelijk blootgesteld aan kankerrisico’s op het werk

Bijna de helft van de Europese werknemers komt tijdens een gewone werkweek waarschijnlijk in contact met minstens één kankerverwekkende risicofactor. Dat blijkt (nog maar eens) uit de recente Workers’ Exposure Survey (WES) van de European Agency for Safety and Health at Work (EU-OSHA), gepubliceerd op 18 december 2025. Blootstelling aan carcinogenen is dus geen randfenomeen, maar een structureel probleem dat vraagt om scherpere keuzes in preventiebeleid, betere prioritering en vooral consequente uitvoering.

Wat heeft EU-OSHA precies gemeten?

De Workers’ Exposure Survey is de meest uitgebreide Europese bevraging tot nu toe naar beroepsmatige blootstelling aan kankerrisicofactoren. Tussen september 2022 en februari 2023 werden meer dan 24.000 werknemers telefonisch bevraagd in zes lidstaten (Duitsland, Ierland, Spanje, Frankrijk, Hongarije en Finland). De resultaten werden gewogen om representatief te zijn voor 98,5 miljoen werknemers.

De survey schat waarschijnlijke blootstelling in aan 24 erkende kankerrisicofactoren, gaande van chemische stoffen en stofdeeltjes tot straling. Het gaat dus niet om theoretische risico’s, maar om concrete blootstelling tijdens de laatste werkweek.

De cijfers die blijven hangen

De kernresultaten zijn ronduit confronterend. Ongeveer 47% van de werknemers werd waarschijnlijk blootgesteld aan minstens één kankerrisicofactor. Dat komt overeen met 46,6 miljoen mensen in de onderzochte landen. Bovendien werd 11,1% blootgesteld aan minstens één risicofactor op een hoog niveau, rond of nabij de geldende blootstellingslimieten.

De meest voorkomende blootstellingen in de afgelopen werkweek (% van de werknemers). Van: Samenvattend Rapport EU-OSHA, p. 4.

Meervoudige blootstelling blijkt eerder regel dan uitzondering: één op vier werknemers kwam in dezelfde week met minstens twee verschillende kankerrisico’s in aanraking. Preventie wordt daarmee per definitie complexer dan “één risico, één maatregel”.

Correlatie-heatmap tussen de 24 kankerrisicofactoren die door WES worden gedekt. Van: Rapport EU-OSHA, p. 12.

Welke risico’s komen het vaakst voor?

De meest voorkomende blootstellingen zijn herkenbaar voor wie het werkveld kent (of mijn eerdere artikels hierover gelezen heeft 😉 zoals “EU-OSHA-onderzoek: uv-straling en dieseluitlaatgassen grootste kankerrisico’s” of “Nieuw rapport: Blootstelling aan kankerverwekkende stoffen in de zorgsector“). Bovenaan staan zonne-UV-straling, dieselmotoremissies, benzeen, respirabel kristallijn silica en formaldehyde. Vooral zonne-UV en dieseluitstoot treffen een zeer brede groep werknemers, vaak buiten de klassieke “risicosectoren”.

Formaldehyde springt eruit omdat de blootstelling relatief wijd verspreid is: ongeveer 6,4% van alle werknemers komt ermee in aanraking, in zeer uiteenlopende contexten zoals houtbewerking, lijmen, brandbestrijding of het openen van containers. Houtstof is dan weer berucht om de intensiteit: bij de helft van de blootgestelde werknemers gaat het om hoge blootstellingsniveaus.

Oudere werknemers worden vaker aan meerdere risico’s blootgesteld, zij het gemiddeld op iets lagere niveaus. Zelfstandigen en tijdelijke krachten lopen vaker hogere blootstellingsrisico’s dan werknemers met een vast contract. Ook sector, taakinhoud en organisatievorm maken een wereld van verschil. Blootstelling is geen homogeen gegeven en laat zich niet vangen in generieke maatregelen.

Preventiemaatregelen: hier wringt het schoentje

Misschien het meest verontrustend zijn de bevindingen rond beheersmaatregelen. In sectoren zoals chemische laboratoria worden technische maatregelen relatief consequent toegepast. In veel andere contexten blijft preventie fragmentarisch of afwezig.

Een pijnlijk voorbeeld: meer dan twee derde van de werknemers die tijdens voertuigonderhoud aan dieselmotoremissies werden blootgesteld, rapporteerde geen enkele beschermingsmaatregel. Dat staat haaks op de klassieke hiërarchie van preventie, waarin technische en organisatorische maatregelen de norm zouden moeten zijn en persoonlijke bescherming pas het sluitstuk.

Van cijfers naar beleid en praktijk

De WES-resultaten voeden rechtstreeks het Europese beleidsproces rond de actualisering van de richtlijn carcinogenen, mutagenen en reprotoxische stoffen. Ze sluiten ook naadloos aan bij het EU Strategisch Kader Welzijn op het Werk 2021-2027, Europe’s Beating Cancer Plan en de EU Roadmap on Carcinogens.

Maar cijfers alleen veranderen geen werkvloer. De echte uitdaging ligt bij de vertaalslag naar gerichte, sector- en taakgebonden preventiestrategieën die rekening houden met meervoudige blootstelling en kwetsbare groepen.

En wat betekent dit voor preventieadviseurs en HR?

Misschien eerst deze reflectieve vraag: als bijna de helft van de werknemers blootgesteld wordt, wie beschouwen we dan eigenlijk nog als “hoog risico”?

Voor preventieadviseurs betekent dit dat prioriteiten scherper moeten worden gesteld, met meer aandacht voor dagdagelijkse blootstellingen die vaak als “normaal” worden gezien. En een uitnodiging om preventie niet te reduceren tot compliance, maar te integreren in organisatiekeuzes, contractvormen en opleiding.

Pragmatisch begint het met drie stappen: zicht krijgen op reële blootstellingen per taak, kritisch kijken naar de effectieve toepassing van beheersmaatregelen, en preventie expliciet meenemen in beslissingen over werkorganisatie. Geen sexy boodschap, wel een noodzakelijke.