Open: Pasted image 20260702075307.png

Bij de eerste tropische dagen keert dezelfde vraag terug: mag een werkgever een korte broek of een topje verbieden? Jobat zette onlangs de zeven meestgestelde vragen op een rij, vooral vanuit arbeidsrechtelijke hoek. Voor preventieadviseurs ligt het belang ergens anders. Wie bij dertig graden meer bedekkende kledij oplegt, verhoogt de warmtebelasting die de Codex over het welzijn op het werk net probeert te beperken. Kledijregels horen in het arbeidsreglement; warmtemaatregelen horen minstens in de risicoanalyse, het preventieplan en het programma van maatregelen, en kunnen in het arbeidsreglement worden samengevat of gekoppeld aan concrete gedragsregels.
Een kledingvoorschrift mag, zolang het een legitiem doel dient
België heeft geen aparte “kledingwet”. Wat een werkgever mag opleggen, hangt af van het evenwicht tussen werkgeversgezag en de grondrechten van de medewerker, waaronder het recht op privacy. Een voorschrift houdt stand wanneer het een objectief doel dient: veiligheid (een helm), hygiëne (een haarnetje) of professionele uitstraling bij klantencontact (een verzorgde look). Zonder zo’n reden staat de werkgever juridisch zwak, want het uiterlijk mag enkel gereguleerd worden voor zover dat noodzakelijk is voor de functie. Zo blijft een totaalverbod op tatoeages of een baard zelden overeind, tenzij er een direct veiligheidsrisico is.
Tot zover de redenering die in de meeste HR-stukken terugkomt. Bij hitte komt er een dimensie bij die in die stukken nogal eens ontbreekt.
Bij hitte verschuift kledij van een imagokwestie naar een gezondheidskwestie
Titel 1 van boek V van de Codex regelt de thermische omgevingsfactoren. De wetgever legt actiewaarden vast via de WBGT-index, afhankelijk van de fysieke werkbelasting. Volgens de FOD Werkgelegenheid liggen die op een WBGT van 29 voor lichte arbeid (kantoorwerk), 26 voor halfzware arbeid (magazijnwerk), 22 voor zware arbeid (metselwerk) en 18 voor zeer zware arbeid (handmatig grondwerk). Belangrijk daarbij: de WBGT-waarde ligt doorgaans 5 tot 10 graden lager dan wat een gewone thermometer aangeeft, omdat ze ook luchtvochtigheid en straling meeweegt.
Worden die actiewaarden overschreden, dan gelden minimale verplichtingen: bescherming tegen rechtstreekse zonnestraling, gratis verfrissende dranken, binnen 48 uur kunstmatige verluchting, en bij aanhoudende overschrijding verplichte rusttijden.
De link met kledij is concreter dan ze lijkt. Kledij heeft een isolatiewaarde en beïnvloedt rechtstreeks de thermische belasting van een medewerker. Een dresscode die bij hitte een kostuum of bedekkende kledij oplegt om imagoredenen, verhoogt dus de belasting die dezelfde werkgever wettelijk moet beperken. De vraag “mag een korte broek?” is daarmee niet alleen een etiquettekwestie, maar raakt aan dezelfde risicoanalyse als de warmtemaatregelen zelf.
Slechts zes procent van de bedrijven legt kledijregels vast in het arbeidsreglement
Jobat haalt aan dat amper zes procent van de bedrijven kledijregels expliciet in het arbeidsreglement heeft vastgelegd. Zonder die verankering is formeel sanctioneren lastig, en wordt elke beslissing tijdens een warme week een ad-hocoordeel dat willekeur in de hand werkt.
Het arbeidsreglement is net de plaats waar beide elementen samenkomen: wat als “gepaste” kledij geldt, en welke warmtemaatregelen vanaf welke actiewaarde ingaan. Het comité voor preventie en bescherming op het werk is het forum om dat te bespreken, ook omdat medewerkers die de werkomstandigheden bij hitte als onveilig ervaren, zich tot het comité of de arbeidsarts kunnen wenden. Voor de preventieadviseur is dat de hefboom om het thema uit de informele sfeer te halen.
Thuiswerk verkleint de greep op kledij, maar verschuift ook de zorgplicht
Bij thuiswerk blijft de welzijnsverplichting bestaan, maar de praktische controle en toepassing van klassieke warmtemaatregelen is beperkter. Daardoor blijft warmte op de thuiswerkplek vaak een blinde vlek. De regel is “camera-klaar” tijdens videomeetings, en daarbuiten weegt het huisrecht zwaarder dan het bedrijfsimago. Tegelijk reiken de wettelijke warmtemaatregelen nauwelijks tot de thuiswerkplek, terwijl een slecht geïsoleerde zolderkamer in juli even warm kan zijn als een productiehal. Dat maakt warmte bij thuiswerk een blinde vlek die in weinig risicoanalyses opduikt.
Wat je hier als preventieadviseur mee kunt
- Neem kledijregels op in het arbeidsreglement, met de onderbouwing erbij (veiligheid, hygiëne of klantencontact), en bespreek ze in het comité PBW.
- Koppel het kledingbeleid expliciet aan de warmtemaatregelen: leg vast vanaf welke WBGT-actiewaarde welke maatregelen ingaan.
- Houd bij het opstellen van een dresscode rekening met de isolatiewaarde van kledij, zodat een bedekkend voorschrift de warmtebelasting niet onnodig opdrijft.
- Meet bij aanhoudende hitte met een WBGT-meting of -berekening, niet met de gewone thermometer.
- Neem de thuiswerkplek mee in de warmte-risicoanalyse, ook al reiken de wettelijke maatregelen daar nauwelijks.
Tot slot
De kledingvraag tijdens een hittegolf is meer dan een etiquettekwestie. Ze raakt aan een wettelijke verplichting rond thermische belasting die de meeste bedrijven niet expliciet hebben vastgelegd. Voor preventieadviseurs is een warme week zoals deze een geschikt moment om kledijregels en warmtemaatregelen samen op de agenda van het comité te zetten.