
Psychische aandoeningen kosten de Belgische economie tot 2% van het bbp per jaar, ruim 12 miljard euro, vooral door wat mensen met mentale problemen niet meer kunnen bijdragen op de arbeidsmarkt. Tegelijk krijgt zes op de tien getroffenen geen passende zorg. Die twee cijfers samen, gepresenteerd door ING-econoom Philippe Ledent op een studiemiddag van de Belgische Vereniging van Ziekenhuisdirecteurs op 9 juni, maken van geestelijke gezondheid een vraagstuk dat op directieniveau thuishoort.
België ontzegt zich jaarlijks meer dan 12 miljard euro
Ledent baseerde zich op het OESO-rapport The Economic Case for Preventing Mental Ill Health, gepubliceerd op 30 april 2026, met gegevens tot en met 2023. Op basis van het OESO-model voor de periode 2025-2050 komt de impact van psychische stoornissen op de arbeidsmarkt in België neer op ongeveer 2% van het bbp. Met een Belgisch bbp van zo’n 650 miljard euro betekent één procent ongeveer 6,5 miljard euro, en twee procent dus 12 tot 13 miljard euro. Het is alsof het land zich elk jaar dat bedrag ontzegt aan economische activiteit die niet wordt gerealiseerd.
Het gaat hier niet om een zorgkost, maar om gemiste output. Die ontstaat doordat mensen door psychische stoornissen de arbeidsmarkt verlaten, afwezig zijn, minder productief werken of vroegtijdig hun loopbaan beëindigen.
Zestig procent van wie zorg nodig heeft, krijgt ze niet
In 2023 had 22% van de Belgische bevolking te maken met psychische problemen in de brede zin, iets boven het OESO-gemiddelde van 20%. Angststoornissen staan inmiddels op de eerste plaats, gevolgd door depressie en aandoeningen verbonden aan middelengebruik. Van wie zorg nodig heeft, krijgt in België ongeveer 40% adequate zorg. De andere 60% niet, ook al gaat het deels om lichtere aandoeningen.
Daar zit de hefboom. De OESO schat dat de zorg in België met ongeveer een derde zou moeten uitbreiden om iedereen die het nodig heeft te bereiken. De huidige uitgave voor de behandeling van psychische stoornissen en hun comorbiditeiten bedraagt 7 à 8% van het gezondheidszorgbudget, omgerekend ongeveer 300 euro per persoon per jaar. Naast een gemiste output van meer dan 12 miljard euro is dat een relatief bescheiden bedrag.

Prevalentie van psychische stoornissen in EU- en OESO-landen in 2023. Van: OESO-rapport, p. 14.
De kost loopt langs vier kanalen, niet alleen langs afwezigheid
Voor wie een organisatie leidt, is de macro-rekensom pas bruikbaar als ze naar het eigen huis vertaald wordt. Ledent benoemde vier manieren waarop psychische stoornissen de werkgelegenheid raken: mensen die helemaal van de arbeidsmarkt verdwijnen, mensen met een baan die afwezig zijn, mensen die aanwezig zijn maar minder productief, en mensen die vroegtijdig uitstromen. Voor België schat het model dat dit overeenkomt met ongeveer 30.000 voltijdsequivalenten waar de samenleving niet van profiteert.
Dat cijfer onderschat de realiteit waarschijnlijk. België telt bijna 600.000 langdurig zieken, en minstens een derde daarvan kampt met psychologische problemen of psychische stoornissen. Dat zijn er ruim 200.000, een orde van grootte die het model zelf niet volledig vat. In de eigen organisatie zit de kost dus niet alleen in de geregistreerde afwezigheid, maar ook in productiviteitsverlies bij wie wél aan het werk is, en in mensen die de deur uit gaan voordat hun loopbaan af is.
De uitgaven voor langdurig zieken stegen sinds 2010 bijna drie keer sneller dan het bbp
De timing maakt het vraagstuk strategisch. De Belgische begroting is niet in evenwicht en de gezondheidszorguitgaven stijgen sneller dan het bbp. Met 2010 als basis 100 staat het bbp in 2025 op 177, de zorguitgaven op 186, de pensioenen op 210 en de uitgaven voor langdurig zieken op 283. Die laatste curve loopt explosief op.
De enige duurzame uitweg loopt via groei, en groei vraagt mensen die kunnen werken, produceren en innoveren. Geestelijke gezondheid is daarmee een factor in de groeivergelijking, geen apart welzijnsthema dat losstaat van de economische uitdaging.
Wat dit van een directie vraagt
De cijfers leiden tot een aantal beslissingen die op directieniveau horen, niet bij de preventiedienst alleen:
- Behandel mentale gezondheid als een investeringsbeslissing met een rendement. De relevante vergelijking is de kost van niets doen tegenover de kost van wél ingrijpen, niet de absolute prijs van een interventie.
- Breng de drie verborgen kosten in kaart, naast de geregistreerde afwezigheid: productiviteitsverlies bij aanwezige medewerkers, herhaald kort verzuim en vroegtijdige uitstroom. Pas dan wordt zichtbaar hoeveel van het macrocijfer in de eigen organisatie zit.
- Geef preventie een eigen budgetlijn en koppel ze expliciet aan die business case, zodat ze concurreert met andere investeringen op haar verwacht rendement.
- Zet het thema op de directieagenda met cijfers, niet als HR-rubriek. De beslissing over hoeveel een organisatie investeert in mentale gezondheid is een beslissing over haar eigen productiviteit en personeelsbehoud.
Slot
Ledent vat het samen als een business case: ruim 12 miljard euro verlies op jaarbasis tegenover een zorguitgave van ongeveer 300 euro per persoon per jaar, terwijl 60% van wie zorg nodig heeft die niet krijgt. Voor wie een organisatie leidt, is de bruikbare oefening na te gaan hoeveel van dat macrocijfer terug te vinden is in de eigen verzuim-, productiviteits- en uitstroomcijfers, en welk bedrag het waard is om dat tij te keren.