Dagelijks wijzer over welzijn, preventie en HR

Artikel

Administratief werk staat vooraan in de AI-automatisering – en dat treft vooral vrouwen

Generatieve AI wordt gepresenteerd als een technologie die voor iedereen kansen biedt. Dat klopt, maar de risico’s zijn verre van gelijk verdeeld. Een nieuwe research brief van de International Labour Organization (ILO) toont op basis van data uit 84 landen aan dat vrouwen onevenredig blootstaan aan automatisering door generatieve AI. Beroepen die vrouwen domineren, lopen bijna twee keer zo veel kans op blootstelling als mannenberoepen.


Beroepssegregatie is de kern van het probleem

De ILO analyseerde de blootstelling aan generatieve AI op basis van een gevalideerde index die taken binnen beroepen beoordeelt op hun automatiseringspotentieel. De conclusie is helder: 29 procent van de vrouwgedomineerde beroepen staat bloot aan generatieve AI, tegenover 16 procent van de mannengedomineerde beroepen. Nog opvallender is het verschil in het hoogste risiconiveau: 16 procent van de vrouwgedomineerde beroepen bevindt zich in de categorieën met het grootste automatiseringsrisico, bij mannenberoepen is dat slechts 3 procent.

Dat verschil is geen toeval. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in administratieve en ondersteunende functies: secretaressen, receptionisten, boekhoudkundige medewerkers, salarisadministrateurs. Taken in die functies zijn routinematig, goed te codificeren en daarmee bij uitstek vatbaar voor substitutie door AI. Mannen domineren beroepen in de bouw, industrie en ambachten, sectoren waar taken minder eenvoudig te automatiseren zijn.

Die beroepssegregatie is niet neutraal. Ze is het resultaat van decennia aan ongelijke loopbaantrajecten, genderstereotypen in onderwijs en rekrutering, en een ongelijke verdeling van onbetaalde zorgtaken. De ILO raamt dat buitensporige zorgtaken wereldwijd 708 miljoen vrouwen buiten de arbeidsmarkt houden.

Blootstelling aan generatieve AI voor vrouw-, mannen- en mixed-gedomineerde beroepen. Van: ILO.


In hoge-inkomenslanden is de blootstelling het grootst

De geografische spreiding van het risico volgt de economische ontwikkeling. In hoge-inkomenslanden is 41 procent van de werkgelegenheid potentieel blootgesteld aan generatieve AI; in lage-inkomenslanden is dat slechts 11 procent. Dat weerspiegelt het verschil in sectorale samenstelling: rijkere economieën tellen meer dienstverleners en administratieve functies, precies de sectoren waar AI het meest grip heeft.

In 88 procent van de landen in de steekproef is de blootstelling bij vrouwen groter dan bij mannen. Europa en Centraal-Azië, en Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied scoren daarin het hoogst. Ook België en zijn buurlanden vallen in dat hoge-inkomenspatroon. Wie als HR-professional of preventieadviseur in een Belgische dienstverlenende sector werkt, bevindt zich statistisch gezien in het epicentrum van dit risico.

Percentage vrouwelijke en mannelijke werknemers in blootstellingsniveaus per land. Extract van: ILO.


Vrouwen zijn ook ondervertegenwoordigd in de AI-sector zelf

Naast het directe automatiseringsrisico speelt een tweede ongelijkheid: vrouwen zijn nagenoeg afwezig in de beroepen waar AI groei creëert. Wereldwijd maakt slechts 30 procent van de AI-werknemers deel uit van de vrouwelijke beroepsbevolking, amper vier procentpunt hoger dan in 2016. In engineering en softwareontwikkeling, de motoren van de AI-economie, blijft het aandeel nog lager: minder dan 10 procent.

Die afwezigheid heeft ook directe gevolgen voor de kwaliteit van AI-systemen. Algoritmes die worden getraind op ongecorrigeerde of incomplete datasets reproduceren bestaande ongelijkheden. De ILO noemt concrete voorbeelden: gezondheidszorgalgoritmen die de zorgbehoeften van vrouwelijke patiënten onderschatten, rekruteringstools die vrouwelijke cv’s benadelen, en kredietscoremodellen die genderongelijkheid in stand houden. Wie niet aanwezig is bij de ontwikkeling van AI, heeft geen controle over de risico’s die die AI introduceert.


Het grootste risico zit niet in jobverlies, maar in werktransformatie

Een nuance die in het publieke debat vaak verloren gaat: de ILO benadrukt dat het voornaamste effect van generatieve AI niet de schrapping van banen is, maar de transformatie van taken, workflows en werkomstandigheden. AI kan de autonomie van medewerkers verminderen, werkdruk intensiveren en toezicht versterken. Maar het kan ook arbeidsomstandigheden verbeteren, fysieke belasting verlagen en beslissingsondersteuning bieden die medewerkers ontlast.

Of die transformatie positief of negatief uitpakt, hangt af van hoe AI wordt ingevoerd. De ILO wijst op de gezondheidszorg als illustratief voorbeeld: in een sector waar vrouwen de meerderheid vormen, worden AI-systemen geïntroduceerd die zijn ontwikkeld zonder voldoende betrokkenheid van verpleegkundigen, gebaseerd op datasets van slechte kwaliteit, met als gevolg verhoogde werkdruk en versterkte hiërarchieën. Dat is niet een technologisch lot, dat is een beleidskeuze.


Wat betekent dit voor HR en preventie in België?

De bevindingen van de ILO vragen om concrete actie op organisatieniveau. Een aantal lijnen:

  • Breng de blootstelling van functies aan generatieve AI in kaart. Welke taken in uw organisatie zijn routinematig en codificeerbaar? Welke functies worden voornamelijk ingevuld door vrouwen? Die overlap is uw prioritaire risicozone.
  • Integreer gender in de risicoanalyse bij AI-implementaties. De Codex Welzijn op het Werk verplicht risicoanalyse voor nieuwe werkmethoden en technologieën. Voeg een genderdimensie toe: wie wordt geraakt, wie heeft toegang tot bijscholing, wie heeft inspraak?
  • Zet in op gerichte upskilling, niet op generieke AI-training. Medewerkers in hoog-blootgestelde functies hebben nood aan concrete digitale competenties die hen in staat stellen AI als hulpmiddel te gebruiken, niet als vervanger. Werk samen met de opleidingsdienst en eventueel VDAB om een gericht leertraject te ontwikkelen.
  • Betrek het CPBW actief bij AI-beslissingen. Nieuwe technologieën die de aard van het werk ingrijpend wijzigen, vallen onder de informatie- en raadplegingsverplichtingen. Gebruik het comité als forum om de risico’s te bespreken voordat implementatie plaatsvindt, niet achteraf.
  • Monitor de effecten op werkkwaliteit na introductie. Verhoogde werkdruk, verminderde autonomie of intensiever toezicht zijn signalen die opvolgingsmechanismen vragen. Psychosociale risicoanalyse biedt daarvoor het kader.


Het is geen technologisch lot

De ILO besluit haar brief met een vaststelling die tegelijk nuchter en urgent is: de beleidskeuzes die nu worden gemaakt, bepalen of generatieve AI ongelijkheid vergroot of verkleint. Dat geldt internationaal, maar evengoed op het niveau van elke organisatie. HR en preventieadviseurs hebben daarin meer beslissingsruimte dan vaak wordt aangenomen. Technologie is zelden neutraal, maar de manier waarop ze wordt ingevoerd, is altijd een keuze.