Artikel

2026-06-06 -S- Nieuwsbrief

Ik wil de 46ste editie van de nieuwsbrief “Wegwijs in welzijn” opstellen.

Artikels

1 Werkhervatting begint bij de huisarts: NCSVG breidt fiches uit naar 29 aandoeningen
Het Nationaal College voor Socialeverzekeringsgeneeskunde inzake Arbeidsongeschiktheid (NCSVG) breidt hun reeks fiches voor werkhervatting uit van negen naar twintig. De nieuwe fiches geven de behandelend arts een onderbouwd kader om met de werknemer te bespreken hoe herstel en terugkeer naar werk kunnen samenlopen. Hier staat ook een richtcijfer bij: een referentieduur voor werkonderbreking per aandoening.

2 Bij een ebola-vermoeden is bellen de eerste stap
Op 16 mei 2026 riep de Wereldgezondheidsorganisatie een internationale noodsituatie voor de volksgezondheid uit voor een ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo en Oeganda, veroorzaakt door de Bundibugyo-stam. Het risico voor de Belgische bevolking blijft laag, maar via rechtstreekse vluchten uit de regio valt een geïmporteerd geval of contactgeval in Europa niet uit te sluiten. De Risk Management Group (RMG), die op federaal niveau de gezondheidsmaatregelen coördineert, stuurde huisartsen en eerstelijnswerkers daarom een informatiebrief met één heldere vraag: blijf waakzaam bij wie recent in de getroffen gebieden verbleef. Voor arbeidsartsen en preventieadviseurs die werknemers begeleiden die voor hun werk naar die regio reizen, is dat een concrete opdracht.

3 Werkintensiteit en sociale druk stijgen (en de kloof tussen mannen en vrouwen wordt groter)
Sinds 2010 is de sociale werkomgeving verbeterd voor mannelijke werknemers in Europa, en tegelijk verslechterd voor vrouwelijke werknemers. Dat is een vaststelling uit de nieuwe European Working Conditions Survey 2024 van Eurofound, gebaseerd op meer dan 36.000 face-to-face interviews. Werkintensiteit, emotionele eisen en blootstelling aan verbale agressie of vernederend gedrag wegen structureel zwaarder op vrouwen. De gendergap is niet aan het sluiten; ze is aan het uitdijen.

4 De volgende generatie werknemers wordt jonger ziek dan de vorige
De generaties die de komende jaren uw organisatie binnenkomen, arriveren in slechtere gezondheid dan hun voorgangers, en de klachten beginnen op jongere leeftijd. Een systematische review van Britse geboortecohorten, gepubliceerd in Population Studies, toont dat obesitas, diabetes en mentale klachten bij millennials en gen Z vroeger opduiken dan bij de babyboomers en generatie X. Het onderzoeksteam noemt dit fenomeen “generational health drift”: een gestage achteruitgang van de gezondheid over opeenvolgende generaties. Dat gegeven bepaalt de komende decennia mee het verzuim, de inzetbaarheid en de kost van een verouderend personeelsbestand.

Nr Likes Comments Reposts Opmerkingen
1 16 8
2 8 1
3 8 1
4 10
5
6
7
8
9
10

Titels

Stel vijf geschikte titels voor de nieuwsbrief voor. Dit waren de titels van de voorgaande:
Wegwijs in welzijn #25: Waarom richting belangrijker is dan drukte
Wegwijs in welzijn #26: Een kwartier zon als vorm van preventie
Wegwijs in welzijn #27: Wanneer verbondenheid ook een besmettingsrisico wordt
Wegwijs in welzijn #28: Over maskers, rollen en jezelf blijven
Wegwijs in welzijn #29: Soms is “moeten” gewoon vermomd “mogen”
Wegwijs in welzijn #30: Van expert naar architect
Wegwijs in welzijn #31: Over papegaaien, procedures en proportionaliteit
Wegwijs in welzijn #32: Wat we ons blijven herinneren
Wegwijs in welzijn #33: Wanneer kwaadheid energie wordt
Wegwijs in welzijn #34: Menselijke intelligentie eerst
Wegwijs in welzijn #35: Wie ben ik, eigenlijk?
Wegwijs in welzijn #36: Haha, just kidding
Wegwijs in welzijn #37: De kaart was goed. De weg niet meer.
Wegwijs in welzijn #38: Bezig zijn met de juiste dingen
Wegwijs in welzijn #39: De illusie van controle, in gips gegoten
Wegwijs in welzijn #40: Aanwezig is niet hetzelfde als in orde
Wegwijs in welzijn #41: Het asbestkoord en de kamerplant
Wegwijs in welzijn #42: Het plateau ligt wel heel hoog
Wegwijs in welzijn #43: De arbeidsarts hoort niet aan de poort, maar wel aan tafel
Wegwijs in welzijn #44: Een dossier van vijfentwintig jaar oud
Wegwijs in welzijn #45: De re-integratie die niemand telt

Maak een korte begeleidende tekst voor de nieuwsbrief op Linkedin.
Maak een afbeelding die bij de inhoud van deze nieuwsbrief past, in 3D-cinematografisch realisme, Arcane League of Legends-stijl, Octane-gerenderd, ultradetailleerd, 16:9, heldere sfeer, texturen van filmkwaliteit, hoog dynamisch bereik, ultrarealistische materialen.

Essays

Elke week schrijf ik een nieuwsbrief met persoonlijke reflecties. Deze week wil ik het hebben over artificiële intelligentie en hoe je jezelf altijd moet heruitvinden en ook gebruiken als een werkmiddel, een tool, en niet als een vervanger. Herwerk de aanzet van tekst hieronder in mijn schrijfstijl zoals de voorbijgaande weken (zie het opgeladen document). Gebruik waar gepast een toegankelijke toon of lichte humor.

Zo bijvoorbeeld, een van mijn dingen is dat ik vlot schrijf. Nou ja, vlot, ik steek daar wel behoorlijk wat tijd in om het relatief vlot te doen lijken, maar ik heb wel weg met woorden. Dat is een voordeel dat ik heb, ik schrijf veel. Een voordeel dat ik dan heb ten opzichte van anderen die minder vlot daarmee zijn. Wel, met ChatGPT was dat voordeel plots weg.

Nu, om dat wat te nuanceren, op den duur begint iedereen wel de ChatGPT-taal te herkennen. Misschien is het dit, of eerlijk, vraagteken, eigenlijk is het dat, of het is niet dit, het is dat. Er zijn zo’n aantal steeds terugkerende zinsneden die in eerste instantie minder opvallen dan de gedachtenstreepjes waar men het in de eerste maanden over had, dat men zo ChatGPT-teksten kon herkennen. Maar, en waardoor ik ook eigenlijk zelf de gedachtenstreepjes die ik altijd al gebruikte in zoveel teksten, vroeger niet meer durfde gebruiken, uit vrees dat ze zouden denken dat ik AI mijn teksten liet schrijven. Dus het valt minder op die zinsneden, maar op den duur wel. En dan oké, dan is het menselijke toch weer net datgene dat een klein beetje het verschil maakt. Maar het is wel zo dat er een veel meer level playing field is op dat vlak, dat mijn tussen aanhalingstekens voordeel wel verdwenen is, grotendeels.

Nu, ik gebruik ook, ik heb het al in een eerdere nieuwsbrief al eens gezegd, ik gebruik ook wel ChatGPT en Kloot, redelijk intensief, als een klankbord om zaken te zeggen. Hoe ga ik het best verwoorden? Dit is wat ik wil zeggen, en wat vind je daarvan? En dan gaat hij het bijschaven, aanpassen. Dus ik laat AI mijn tekst niet schrijven. Ik schrijf die nog steeds zelf, maar ik laat die wel bijschaven en verbeteren, en dan werk ik nog altijd bij. Uiteindelijk win ik op dat vlak dus niet zoveel tijd ermee, maar het maakt mijn teksten wel beter dan wat ze waren. En het zijn nog steeds mijn teksten, met een heel goede sparringpartner in AI, en dat is de manier waarop ik heb gewerkt.

Maar ik merk dus ook wel dat er heel veel mensen die vroeger niets schreven, die het nu woorden die erin kunnen produceren, van heel goed klinkende, maar eigenlijk nog altijd niet zeggende AI-teksten. Het stoort mij ook wel wat, want het is nu ook moeilijker om het kaf van het koren te scheiden, omdat het allemaal zo goed geformuleerd is. Maar het maakt wel nog degelijk een verschil tussen mensen die het goed kunnen uitleggen dan, en nu versterkt worden met AI, en mensen die weten waarover ze spreken. En dat is, in de wereld van AI, blijft nog steeds heel belangrijk.

Ik wil misschien ook nog een ander voorbeeld geven, en dat gaat over presentaties. Want ook daar, ik was altijd wel boven gemiddeld goed in het maken van presentaties, in het weergeven van de kerngedachten, en de visualisering ervan. Maar nu, met Kloot, kan dat…
Norm eenvoudig, heel mooi visueel weergegeven. Heel helder, transparant, dus ook dat voordeel voor mensen die goed waren in het maken van PowerPoints, wel dat voordeel is ook grotendeels verdampt.

En ook, ik gebruik nu voor interne overlegmomenten Kloot voor PowerPoints, die er zeer mooi uitzien. Ook daar is het nu wel redelijk eenvoudig om de stijl van Kloot te herkennen. Maar op zich vind ik daar niets mis mee, want ook daar is wel het principe garbage in, garbage uit. En als je niets te zeggen hebt, dan gaat Kloot er ook niet veel van maken. Dan ziet het er wel mooi uit, maar dan is er geen inhoud, dus je bepaalt wel zelf de inhoud. En dat is dan nog altijd hetgeen dat onderscheidend is, dat je wel degelijk nog je hersenen moet gebruiken.

En des te meer, en AI is dan een werkmiddel, geen vervanging van je hersenen. Wat ik nu bijvoorbeeld doe, dat is dat ik aan mezelf dicteer wat ik wil zeggen in een presentatie, zoals ik vroeger ook deed. In mijn hoofd, in mezelf, maakte ik een mindmap, met een duidelijk van dit is essentie, dit zijn de punten. En dat deed ik ook met artikels, en dat doe ik soms nog altijd. Maar nu moet ik dat niet meer uitschrijven en uittekenen en dan de structuur maken met de PowerPoints. Nu dicteer ik het gewoon aan mezelf en dan vraag ik aan Kloot, maak hier een presentatie van. En vervolgens heb ik een heel bruikbaar, of soms minder bruikbaar, want dan betekent dat ik het niet goed heb uitgelegd. Maar anders, meestal heb ik wel een heel bruikbaar middel, waar ik dan verder op kan werken en aanpassen.

Dus het bespaart me veel tijd, het versterkt mij, het maakt mijn dia’s beter. En het helpt dus ook, zelfs in mijn voorbereiding, dat ik beter leer hoe ik moet uitleggen. Want als de output van Kloot niet overeenkomt met wat ik denk dat ik zeg, dat is ook een signaal. Dus ook daar is het wel nuttig. Het gaat niet vervaren, maar wederom ook des te meer ga je misschien moeite hebben als buitenstaander om het kaf van het koren te onderscheiden. Want het kan zijn dat je dus een heel mooie dia’s hebt, maar nietszeggend zijn. Dus ik denk ook voor de jeugd nu, voor de opvoeding, voor de scholen, voor de toekomst wordt het des te belangrijker om kritisch na te denken.

En ik weet niet of ik dat er ook nu nog in, of het erin zou passen, maar ik heb in een boek van Iain M. Banks, een boek uit de Culture-reeks, de Science Fiction-reeks, was er in boeken de vraag dat gesteld werd aan een kunstenaar die muziek maakte en die gevraagd werd van vind je dat nu niet erg? Dus de muziek die je maakt met AI zou het kunnen worden nagemaakt even goed en misschien zelfs structureel beter dan wat je kunt. Op basis van je eerdere werken kan AI dat imiteren. Dat is een boek van al toch een aantal jaar geleden, maar dat dat nu zeker relevant is, want nu gebeurt het ook effectief. En die zei toen dat dat inderdaad zo is, dat het zou kunnen en dat je toch aan de ene kant nog mensen hebt die het echte dan willen, het menselijke, maar hoe had hij het juist verwoord?
In vergelijking met bergbeklimmen. Je kunt bergbeklimmen, je kunt het doen op de standaard manier, de moeilijke manier, met hamer en pik en zo. Maar je kunt ook met een helikopter naar boven of met een lift, een kabelbaan of wat dan ook. Dat is ook misschien een mogelijkheid. Dan ben je ook op de top, dan geraak je er ook veel gemakkelijker. Niet op eigen kracht, maar met andere middelen. Sneller, minder buiten adem, als een soort van metafoor voor AI.

Maar de personen die het handmatig doen, die het helemaal zelf doen, die gaan wel nog altijd daar ook een gevoel van meerwaarde aan hebben, want zij hebben het zelf gedaan. En ook diegenen die dan met de helikopter of de kabelbaan of wat dan ook zijn gegaan, als zij dan op de top van de berg een thee aan het drinken zijn en ze zien de anderen naar boven komen die het manueel hebben gedaan, die gaan ook respect daarvoor hebben. Die gaan niet zeggen aan die persoon, Stoemerik, waarom heb je niet gewoon de lift gepakt?

En dan is het ook waarde in hetzelfde doen. En dat gaat blijven, ook al zijn er andere mogelijkheden. Dan wordt daar een roltrap of een lift of een helikopter ingeschakeld. En dat vond ik op zich wel een goede vergelijking, maar dus wederom, ik weet niet of het in dit verhaal past.

Wegwijs in welzijn #46: Mijn voorsprong is verdampt
Vorige week las ik een tekst die me mateloos irriteerde. Helder, ritmisch, precies de juiste woorden op de juiste plek. Het soort schrijven waar ik jaren over heb gedaan om het er moeiteloos te laten uitzien. Knap, dacht ik. Maar het kwam van iemand van wie ik zéker wist dat die zo niet schrijft. Een “ChatGPT-tekst”, gegarandeerd.

Dus ja, dat steekt dan wel wat. Want schrijven was mijn ding. Mijn voorsprong, om het anders te zeggen. Ik schrijf vlot; nou ja, vlot: ik steek er behoorlijk wat tijd in om het vlot te láten lijken. Het was iets wat ik beter kon dan veel anderen. En toen kwam AI, en poef: mijn voorsprong, grotendeels verdampt.

Nu, je leert die AI-taal wel herkennen. En dan heb ik het niet over de gedachtenstreepjes (die ik altijd al gebruikte en nu nauwelijks nog durf, uit schrik dat iemand denkt dat ik mijn teksten door ChatGPT laat schrijven). Ik bedoel wat steeds terugkerende zinsneden. Enkele voorbeelden:
* “En eerlijk?”
* “Het is niet x, het is y.”
* “En misschien is dat…”
Op den duur valt het op. En dan is het menselijke net dát kleine beetje dat het verschil maakt. Maar het speelveld is wel vlakker geworden.

Met presentaties is het net zo. Ik was bovengemiddeld goed in het terugbrengen van een idee tot zijn kern, en in het visueel maken ervan. Tegenwoordig krijgt iedereen met behulp van Claude in enkele minuten heldere, mooie dia’s. Dus ook dat voordeel: verdampt.

En toch. Garbage in, garbage out. Als je niets te zeggen hebt, maakt AI er ook niets van. Mooi, leeg, klaar. Wat je wíl zeggen, moet nog altijd van jou komen. Daar zit trouwens het nieuwe probleem: het kaf van het koren scheiden is moeilijker geworden, net omdat alles nu goed geformuleerd klinkt. Wie iets goed kan uitleggen en wie écht weet waarover hij spreekt, zien er voortaan hetzelfde uit. Tot je doorvraagt. Voor onze kinderen, voor de scholen, voor wat we meegeven: kritisch leren denken wordt daarmee belangrijker, niet minder.

Nu, mocht je moedeloos worden bij de gedachte dat AI ons helemaal overbodig maakt: In Look to Windward, het zesde boek uit Iain M. Banks’ Culture-reeks, vraagt de componist Ziller aan een AI of die zijn stijl zou kunnen nabootsen. Beter zelfs, en sneller. Het antwoord is ja. Dus, vraagt Ziller, wat heeft het dan nog voor zin dat ík een symfonie schrijf?

Denk als een bergbeklimmer, zegt de AI.

Sommige mensen zwoegen dagenlang naar de top, om daar een gezelschap aan te treffen dat net met het vliegtuig is geland en rustig zit te picknicken. Wie te voet ging, mag zich daar best aan ergeren. Maar de goede manieren schrijven voor dat wie kwam aanvliegen, ontzag toont voor wie klom. En de clou: wie zwoegde, had óók kunnen vliegen als het hun enkel om het uitzicht ging. Het is de route die ze wilden. Het gevoel van voldoening zit in de klim, niet in de top.

Daar zit, denk ik, ook de gezondste houding op het werk. Wanneer AI iets overneemt, moet je reactie niet zijn “Oh nee, ben ik nu overbodig geworden?” of “Oh yeah, nu kan AI het werk voor me doen!” Er is een derde weg.

Voor het schrijven neem ik het vliegtuig niet: het begin ligt nog altijd bij mij, wat ik wil zeggen en waarom. Maar ik klim wel met beter gerief dan vroeger. AI helpt me schaven, structuur brengen, een tussentitel vinden waar ik anders op vastloop. Ik ben nog steeds de klimmer. Alleen mijn uitrusting is beter geworden.

Want mocht je je als bergbeklimmer vertwijfeld afvragen of je je niet beter laat wennen aan het plezier van het vliegen en het betreden van andermans top? Dan komt de beste raad, ironisch genoeg, uit dat boek, van de AI zelf: maak liever je eigen top. “Better to create your own.”