Ik wil de 23ste editie van de nieuwsbrief “Wegwijs in welzijn” opstellen. Ik geef je hieronder (A) de inleiding met persoonlijke reflecties, wat er allemaal gaande is en welke artikels het meeste reacties kregen en waarom. Vervolgens (B) de titel en inleiding van elk artikel dat ik in de voorbije week op LinkedIn heb gepubliceerd.
Tot slot als richtlijn van inhoud en opmaak (C) de nieuwsbrief van de voorgaande week.
Maak op basis hiervan een nieuwe editie van mijn wekelijkse LinkedIn-nieuwsbrief Wegwijs in welzijn.
Doelpubliek: preventieadviseurs, HR-professionals, beleidsmakers in welzijn op het werk.
Stijl: helder, professioneel, beknopt maar betrokken. Geen jargon zonder uitleg. Indien passend, een lichte kwinkslag.
A. Inleiding
B. Artikels
1 Tussen bevlogenheid en uitputting: de dunne lijn van zinvol werk
Wie het gevoel heeft dat het werk er écht toe doet, loopt merkbaar minder risico op burn-out. Dat blijkt uit een grootschalige longitudinale studie bij frontliniewerkers tijdens crisissen. Niet de werkdruk op zich, maar vooral de ervaren maatschappelijke impact van het werk blijkt cruciaal om emotionele uitputting en vervreemding tegen te gaan. De boodschap voor organisaties is helder: wie burn-out wil aanpakken, moet niet alleen aan werkdruk sleutelen, maar ook actief werken aan zin en betekenis op het werk.
2 PFAS buiten voeding: de vier verborgen blootstellingsbronnen die we onderschatten
De totale blootstelling aan PFAS komt niet alleen van voedsel en drinkwater. Het nieuwe RIVM-rapport maakt duidelijk dat ook alledaagse consumentenproducten en de woonomgeving een substantiële bijdrage leveren, en dat sommige bronnen veel risicovoller zijn dan tot nu toe werd aangenomen.
3 Wanneer het algoritme de baas wordt: nieuwe risico’s op de werkvloer
Algoritmisch management (ALMA) verovert razendsnel de werkvloer; niet alleen bij platformwerk, maar ook in logistiek, retail en zorg. De keerzijde van de medaille: meer tijdsdruk, minder autonomie en grotere psychosociale risico’s. Wie ALMA inzet zonder transparantie, inspraak en menselijk toezicht, organiseert stress met een strik errond. Zo stelt een recente editorial verschenen in het wetenschappelijk vakblad Scandinavian Journal of Work, Environment & Health.
4 Werkgelegenheidsplan 45+ (CAO 104) onder de loep: verplicht plan, beperkt effect
Het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (CAO nr. 104) vertrekt vanuit een relevant en actueel idee – langer, gezond en gemotiveerd werken – maar blijft in haar huidige vorm te vrijblijvend om echt het verschil te maken op de werkvloer. Ze creëert bewustwording, maar zelden beweging. Dat stelt onderzoeker Emma Beirinckx in een recente bijdrage in het Arbeidsrechtjournaal.
5 Van tabak tot beweging: waar het Belgische gezondheidsbeleid tekortschiet
België voert een relatief stevig antirookbeleid, maar laat het op vlak van alcohol, voeding en beweging opvallend afweten. Dat is geen academische vaststelling, maar een beleidskeuze met rechtstreekse gevolgen voor gezondheid, verzuim en duurzame inzetbaarheid.
De Public Health Index 2025 (PHI) vergelijkt hoe 18 Europese landen wetenschappelijk aanbevolen maatregelen toepassen om een gezonde levensstijl te bevorderen. Vier domeinen staan centraal: tabak, alcohol, voeding en lichaamsbeweging. België eindigt 14de op 18, met 44,1 op 100 punten; geen plaats om trots op te zijn.
6 Preventie als speerpunt of als slogan? Een blik op het strategisch plan van de FOD Volksgezondheid
Het nieuwe strategisch plan 2025-2029 van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is inhoudelijk geen kleine oefening. Het brengt gezondheid, leefmilieu, preventie, crisisbeheer en organisatieontwikkeling samen in één samenhangend kader. Dat is op zich al een stap vooruit in een beleidscontext die vaak versnipperd werkt.
Tegelijk roept zo’n geïntegreerde visie onvermijdelijk vragen op. Niet over de richting (die is grotendeels verdedigbaar) maar over de vertaalslag naar keuzes, prioriteiten en uitvoering. Net daar wordt het plan interessant voor preventieadviseurs en HR-professionals die dagelijks werken op het snijvlak van ambitie en realiteit.
7 Langer werken lukt, maar niet vanzelf: wat het RIVM ons écht leert over duurzame inzetbaarheid
Nederlanders werken vandaag gemiddeld 2,5 jaar langer dan vijftien jaar geleden, en die extra jaren worden meestal in goede gezondheid en met voldoende werkvermogen doorgebracht. Dat is het goede nieuws uit recent RIVM-onderzoek. De keerzijde: niet iedereen kan dit tempo volgen. Wie laaggeschoold is, zwaar werk doet of structureel onder hoge fysieke of psychosociale druk staat, werkt relatief meer jaren met gezondheidsklachten en verminderde inzetbaarheid. Duurzame inzetbaarheid blijkt dus geen automatisme, maar maatwerk.
8 Hinderlijk geluid op het werk: de stille saboteur van focus en energie
Hinderlijk geluid is geen randfenomeen, geen luxeprobleem en al zeker geen puur comfortissue. Het is een structurele risicofactor voor vermoeidheid, stress, concentratieverlies en zelfs uitval. Uit recent onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de werknemers regelmatig hinder ondervindt van geluid op de werkvloer, en één op drie daar ook effectief klachten door ontwikkelt. Bovendien loopt ongeveer 10 tot 15% van de werkenden rond met beginnend gehoorverlies, wat de impact van geluid nog versterkt. Toch krijgt hinderlijk geluid in veel organisaties amper een plaats op de vitaliteitsagenda.
9 Van uitval naar arbeidspotentieel: wat HR en preventie in 2026 anders moeten doen
Zoals ik in een eerder artikel “Re-integratie 3.0 komt er aan” al had meegegeven: het KB Re-integratie komt eraan. Het wetsontwerp “tot uitvoering van een versterkt terug-naar-werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid” (DOC 56 1177/008) is in tweede lezing aangenomen. Vanaf 2026 wordt met het KB Re-integratie 3.0 én het versterkte terug-naar-werkbeleid arbeidspotentieel het vertrekpunt, contact een plicht en samenwerking de norm. Voor HR en preventieadviseurs is dit geen update, maar een andere manier van werken. Op 6 januari geeft de FOD WASO een webinar, Attentia op 22 januari.
C. De nieuwsbrief van de voorgaande week
Stel vijf geschikte titels voor de nieuwsbrief voor. Dit waren de titels van de voorgaande:
Wegwijs in welzijn #16: Delen is vermenigvuldigen
Wegwijs in welzijn #17: Tussen stress, stigma en strategie – welzijn met meer perspectief
Wegwijs in welzijn #18: Tussen mantelzorg, medische overmacht en misvattingen over verzuim
Wegwijs in welzijn #19: Wanneer het stokje wisselt – en tien inzichten die richting geven
Wegwijs in welzijn #20: Van cockpit naar helikopter – en de kunst van opnieuw leren
Wegwijs in welzijn #21: December is geen verrassing, het is een patroon
Wegwijs in welzijn #22: Onrust als constante – van geopolitiek tot gezondheidstoezicht
Maak een korte begeleidende tekst voor de nieuwsbrief op Linkedin.
Maak een afbeelding die bij de inhoud van deze nieuwsbrief past, in 3D-cinematografisch realisme, Arcane League of Legends-stijl, Octane-gerenderd, ultradetailleerd, 16:9, globale belichting, zachte volumetrische belichting, sterk hoofdlicht en randlicht, subsurface scattering, ray-traced reflecties, ambient occlusion, scherptediepte, dramatische maar heldere sfeer, texturen van filmkwaliteit, levendig contrast, scherpe schaduwen, hoog dynamisch bereik, ultrarealistische materialen, zonder tekst.
| Nr | Likes | Comments | Reposts | Opmerkingen |
| 1 | 25 | 2 | ||
| 2 | 7 | 1 | ||
| 3 | 7 | 4 | ||
| 4 | 6 | 1 | ||
| 5 | 3 | |||
| 6 | 2 | 1 | ||
| 7 | 7 | |||
| 8 | 4 | |||
| 9 | 11 | 3 | ||
| 10 |
Elke week schrijf ik een nieuwsbrief met persoonlijke reflecties. Hieronder die van de voorgaande weken. Deze week zou ik het willen hebben over deconnecteren op het einde van het jaar. In een eerdere nieuwsbrief gaf ik aan hoe in deze periode van het jaar steevast iedereen op de tippen van hun tenen staat. Niet alleen zijn de dagen kort (wat op het gemoed speelt); de druk is ook hoog omdat iedereen vanalles nog wil afwerken vóór het jaareinde. En dan komt de vakantie (“om de batterijen op te laden” – wat op zich ook eigenlijk een negatieve framing is van werk = het “draint je energie”). Maar dan is het ook aangewezen om écht vakantie te nemen: geniet van het moment. Je moet dan dus niet zitten piekeren over wat er allemaal is misgelopen de voorbije weken of wat er nog allemaal op je afkomt begin volgend jaar. Wat is gebeurd, is gebeurd. En wat moet komen, dat komt sowieso. Maar wee in dít moment, beleef het ten volle. Ik heb de indruk dat met social media het nog eens moeilijker gemaakt wordt dan vroeger om echt in het moment te zijn. Mensen voelen de noodzaak om te tonen hoe leuk ze het wel hebben; hoe sjiek het restaurant, hoe mooi de omgeving. Ik ben op het moment van schrijven in de Efteling (en misschien is dat op zich ook een voorbeeld van hoe het niét moet – maar schrijven is voor mij ook een zenmomentje, dus dan mag het wel :-)); maar alleszins: ik ben niet bezig met hoe het overkomt, ik deel geen foto’s op social media – integendeel, ik zet die apps “in de koelkast” en ga slechts sporadisch kijken – ik ben in het moment met mijn gezin. En de rest komt later wel. Want je mag uiteraard terugblikken (dat kan een heel zinvolle oefening zijn) en zeker is het nuttig om vooruit te kijken (een goede voorbereiding zorgt voor een toekomst die je wilt meemaken); maar in essentie leef je enkel echt in het “nu”: het verleden is gepasseerd, de toekomst is nog niet gebeurd. Maar nu, echt dit moment nu: enkel dat is het leven, altijd.
Maak een tekst in de schrijfstijl zoals de voorbijgaande weken. Gebruik waar gepast een toegankelijke toon of lichte humor.
Vorige week
==Het voelt alsof “onzekere tijden” de nieuwe baseline zijn. Het conflict Rusland-Oekraïne blijft nieuwe hoofdstukken krijgen. Volgende week neemt de Europese Commissie een beslissing over Euroclear (we weten al welke) en half Europa vraagt zich af hoe Poetin (én Trump) daarop gaan reageren. De NAVO-baas waarschuwt dat “wij het volgende doelwit zijn”. Het Rode Kruis biedt noodpakketten aan en ze zijn sneller uitverkocht dan concerttickets van Taylor Swift. Je zou voor minder beginnen nadenken of je nog genoeg toiletpapier in huis hebt.==
==Laat me duidelijk zijn: ik wil dit niet minimaliseren. Er zijn reële risico’s. Er is geopolitieke spanning. En dan heb ik het niet eens over de klimaatverandering of de AI-revolutie/hype/bubbel. En nee, het is geen complot van de media om ons allemaal permanent licht nerveus te houden (al helpt het algoritme wel enthousiast mee). Maar wat me opvalt, is dat hardnekkige gevoel: alles verandert zo snel; de toekomst is nog nooit zo onzeker geweest.==
==Dat gevoel is oud. Ouder dan Twitter. Ouder dan televisie. Ouder zelfs dan kranten.==
==Stel je even een lijfeigene voor in de middeleeuwen. Geen idee of de oogst dit jaar zou lukken. Hongersnood lag altijd op de loer. Oorlog was geen breaking news, maar een seizoensgebonden risico. En als dat al niet volstond, was er nog de pest, tuberculose of een andere infectieziekte die zonder aankondiging kon langskomen. Spoiler: hun stressniveau was vermoedelijk niet laag.==
==Of neem Europa tussen 1939 en 1945. Dat waren ook geen “rustige tijden met wat geopolitieke ruis op de achtergrond”. Dat waren existentiële onzekerheden, dag na dag. De decennia erna waren (voor Europa althans) een ongekende periode van economische en politieke stabiliteit. En toch… ook toen dachten mensen: dit is erger dan ooit. “Werken aan mijn toekomst – voordat de bom valt”, zong Doe Maar cynisch. Achteraf bekeken weten we hoe het is afgelopen. In het moment zelf wist niemand dat.==
==Dat is misschien de kern: onzekerheid voelt altijd absoluut terwijl je erin zit. Achteraf krijgt ze context, nuance, relativering. Maar vooruitkijken blijft gokken. En dat is geen bug van het leven, dat is het leven. Als we de toekomst perfect konden voorspellen, zou er ook weinig ruimte overblijven voor keuze, groei of betekenis.==
==De meeste dingen waar mensen zich zorgen over maken, lopen trouwens achteraf gezien best mee. Montaigne verwoordde het een paar eeuwen geleden al fijntjes: Ma vie a été pleine de malheurs terribles, dont la plupart ne sont jamais arrivés. Vrij vertaald: mijn leven zat vol rampen; de meeste ervan zijn nooit gebeurd.==
==Onzekerheid is trouwens niet alleen iets voor geopolitiek. Ook dichter bij huis voelen we ze. Externe preventiediensten zitten midden in zo’n periode. Twee belangrijke koninklijke besluiten komen eraan, met een behoorlijke impact. Het KB Re-integratie 3.0, dat op 1 januari 2026 van kracht wordt (de tweede lezing is gepasseerd op de Ministerraad van 12 december), is al behoorlijk stevig: meer responsabilisering van werkgevers, een verplicht actief verzuimbeleid, werknemers bij wie tussen acht weken en zes maanden arbeidspotentieel moet worden ingeschat, arbeidsartsen die via Trio moeten afstemmen met adviserend en behandelend artsen… Het is geen cosmetische ingreep, het is een structurele verbouwing.==
==Maar de echte verschuiving moet nog komen. Het tweede KB zal het gezondheidstoezicht grondig hertekenen. Denk aan meer autonome taken voor verpleegkundigen, zoals dat in de curatieve sector al langer ingeburgerd is, en aan een arbeidsarts die vaker in tweede lijn opereert. Het is een evolutie die ik al meer dan tien jaar zie aankomen; ik kan mijn oude slides er nog bijhalen, met als enige update het woord “AI”.==
==De conceptnota ligt er, het overleg met FOD WASO en Toezicht op het Welzijn op het Werk verliep zeer constructief, en het gesprek met de sociale partners staat binnenkort op de agenda. Het KB zelf moet nog geschreven worden, maar dat het er komt, staat voor mij buiten kijf. De vermoedelijke inwerkingtreding is 1 januari 2027. Dat klinkt comfortabel ver weg, tot je beseft hoe snel een jaar voorbij is. En ja, dat zorgt nu al voor onrust. Terecht ook; we zullen onszelf helemaal moeten reorganiseren.==
==En toch… ik kijk ernaar uit.==
==Niet omdat onzekerheid comfortabel is. Dat is ze niet. Maar omdat ze ook ruimte creëert. Hoe vaak krijg je de kans om jezelf, en je hele aanpak, opnieuw uit te vinden? Om bestaande modellen niet gewoon te optimaliseren, maar ze echt in vraag te stellen. Om iets dat ooit perfect paste, opnieuw relevant te maken voor de volgende twintig jaar.==
==De voorbije weken heb ik me intellectueel mogen uitleven. En het komende jaar, en het jaar daarna, beloven zó boeiend te worden. Complex, ja. Soms chaotisch ook. Maar betekenisvol. En dat weegt voor mij zwaarder dan de drang naar schijnzekerheid.==
==Dat is de paradox van “onzekere tijden”: ze confronteren ons met wat we niet controleren, maar ze nodigen ons tegelijk uit om bewust te kiezen hoe we ermee omgaan. Panikeren kan altijd. Denken ook. Bouwen zelfs.==
==En voorlopig hou ik het bij dat laatste. Met voldoende toiletpapier, dat wel. Je weet maar nooit.==
Twee weken geleden
==Het is weer die tijd van het jaar. De agenda’s lopen vol. Projecten die “nog snel voor het einde van het jaar” moeten afgerond worden, duiken ineens op uit alle hoeken. Evaluaties, budgetten, targets, rapporten, afsluitingen, planningen voor volgend jaar… alles wil tegelijk bestaan. En dat allemaal terwijl het buiten om half vijf al donker is en het lichaam collectief lijkt te fluisteren:== “Zullen we anders gewoon even niét?”
==Maar nee. We doen voort.==
==Elk jaar stel ik vast dat we verbaasd zijn over dezelfde dingen. Dat mensen moe zijn. Prikkelbaar. Minder geduldig. Sneller overprikkeld. Dat vergaderingen stroever lopen. Dat conflicten sneller ontstaan. Dat fouten toenemen. En toch spreken we erover alsof het een uitzonderlijke omstandigheid is. Alsof december ons dit jaar onverwacht heeft besprongen, gewapend met eindejaarsdrukte en een gebrek aan daglicht.==
==Terwijl… dit script kennen we ondertussen uit het hoofd.==
==Ik herken het ook bij mezelf. De neiging om te denken:== “Nog even doorbijten, het is bijna vakantie.” ==Alsof vermoeidheid zich netjes aan een kalender houdt. Alsof energie op 25 december plots automatisch weer wordt bijgevuld, samen met de gourmet-schotel. Spoiler: zo werkt het dus niet.==
==En we beschouwen vermoeidheid dan ook nog eens vaak als een individueel probleem. Iets dat je moet oplossen met beter slapen, meer wandelen, mindfulness of een dankbaarheidsdagboek. Allemaal nuttige dingen, absoluut. Maar tegelijk organiseren we collectief wel een systeem dat piekbelasting exact samenlegt met de donkerste weken van het jaar. Dat is een beetje zoals verbaasd zijn dat je nat wordt nadat je bewust zonder paraplu in de regen bent gaan staan.==
==We moeten durven eerlijk zijn: dit is geen toeval, dit is ontwerp. En wat ontworpen is, kan ook herontworpen worden.==
==Wat als we volgend jaar al in de zomer beslissen: “in november en december plannen we geen nieuwe strategische trajecten meer”? Wat als we zeggen: “in december geen grote veranderprojecten, behalve wat écht niet anders kan”? Wat als we piekperiodes niet langer behandelen als een persoonlijk falen in veerkracht, maar als een collectieve verantwoordelijkheid in planning?==
==En tegelijk geldt dat natuurlijk ook op persoonlijk vlak. Waarom blijven we doen alsof we in december dezelfde draagkracht moeten hebben als in juni? Alsof donkere dagen geen impact mogen hebben. Alsof het normaal is dat werkdruk, sociale verplichtingen, familie-etentjes, cadeaustress en eindjaarsreflecties allemaal netjes op elkaar gestapeld worden. Dat is geen balans, dat is Tetris op expertenniveau.==
==Misschien zit wijsheid niet in nóg beter leren volhouden, maar in beter leren doseren. In een agenda die niet alleen rekening houdt met deadlines, maar ook met draagkracht. In het besef dat winter geen fout is die we moeten wegoptimaliseren, maar een seizoen dat iets anders vraagt dan zomer.==
==Voor mij is dit alvast een oefening in realisme. In mildheid ook. Naar mezelf, en naar anderen. Want als ik merk dat ik sneller zucht, minder geduld heb of ’s avonds leeg in de zetel plof, dan probeer ik niet meteen te denken dat er iets mis is met mij. Dan probeer ik te denken:== “Ah ja. December.”
==Laat ons dus stoppen met doen alsof dit elk jaar een verrassing is. En zachtjes beginnen nadenken hoe we het volgend jaar iets menselijker kunnen organiseren. Op het werk. Thuis. In ons hoofd.==
==Dat lijkt me een mooie eindejaarsdoelstelling. Zonder vooropgestelde KPI, maar met wel veel kans op rendement.==
Drie weken geleden
==Sommige weken zijn een soort mentale pingpongwedstrijd: het hoofd tikt van het ene domein naar het andere, telkens met een compleet andere snelheid, taal en zwaartekracht. Deze week had ik twee meetings die zo anders waren dat ze gerust in parallelle universums hadden kunnen plaatsvinden.==
==De eerste: een vergadering als medisch directeur, met collega’s die dezelfde taal spreken. Niet alleen letterlijk, maar ook inhoudelijk. We doorliepen een tekst die ik als co-voorzitter van een werkgroep had opgesteld. De input was scherp, constructief, doordacht. Het soort feedback waarvan je spontaan rechtop gaat zitten. Het was zo’n meeting waarin alles klopte: inhoud, tempo, onderlinge dynamiek.==
==Achteraf zeiden verschillende collega’s dat we hier later misschien op zouden terugkijken als een “historisch moment”. Ik kan dat moeilijk inschatten, historiek laat zich pas achteraf schrijven, maar ik voelde wel:== hier gebeurt iets goeds==. Hier zit ik thuis. Competent. Zeker.==
==En dan… de andere vergadering.==
==Nieuwe rol. Nieuwe horizon. Nieuwe terminologie. Ik zat als directeur wellbeing business in een budgetmeeting, en daar werd ik plotseling ondergedompeld in een financieel dialect waar ik de eerste vijftien minuten vooral probeerde te== kijken ==alsof ik mee was. “Capex”, “opex”, “progressieplan”, “KPI-alignment”, “consolidatie over business lines heen”… fascinerend hoe één vergadering een mens kan doen verlangen naar een Duolingo-cursus “Financieel voor Beginners”. Ik voelde me even een vis uit het water. Een vis die niet alleen uit het water is, maar ondertussen ook een Excel-sheet moet begrijpen.==
==En dat vroeg natuurlijk om een interne dialoog. Zo eentje waarbij mijn rationele en emotionele kant het zwaard opnemen en hoffelijk duelleren.==
==De emotionele kant:== “Waarom heb je de rol die je zó graag deed en waarin je je eindelijk competent voelde (na jaren van imposter syndroom) in godsnaam ingeruild voor een functie waar je nog de helft moet ontdekken?”
==De rationele kant, licht zuchtend:== “Omdat je dat zelf wou. Omdat leren belangrijk is. Omdat je anders zou gaan vervelen. En omdat groei nu eenmaal gebeurt buiten de zones waarin je alles al weet.”
==En eerlijk? Die laatste heeft gelijk, hoe irritant dat soms ook is.==
==Want ik wíl leren. Dat is een van mijn kernwaarden. Ik wíl nieuwe dingen begrijpen. En dat houdt ook dat frisse, soms ongemakkelijke gevoel in van beginner zijn. Best confronterend om na jaren expertise opnieuw te landen in een domein waar je nog geen vanzelfsprekende reflexen hebt. Dat je ’s avonds even denkt: “Misschien had ik eerst een financieel woordenboek moeten lezen voor ik deze meeting binnenstapte.”==
==En tegelijk: het is goed zo. Het is juist zo. De komende maanden zal ik die nieuwe taal beter leren spreken, op mijn tempo, in mijn stijl. Ik meen het wanneer ik zeg dat ik zin heb in die groei. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het zinvol is.==
==Dus dat is mijn boodschap van deze week: soms zit je in een vergadering waarin alles klopt, en soms zit je in een vergadering waarin alles nieuw is. Maar in beide gevallen ben je aan het bouwen. En dat is uiteindelijk waar het om draait. Groei is zelden lineair. Soms voelt het als een historische mijlpaal, soms als Duolingo voor CFO’s. Maar altijd als leven.==
Vier weken geleden
De afgelopen weken stonden in het teken van keuzes maken. Mooie keuzes, vind ik zelf. Een nieuwe functietitel, een nieuwe rol, nieuwe verantwoordelijkheid. En nu ook: een nieuwe medisch directeur aangeduid. Een beslissing waar ik achter sta, met volle overtuiging. Op 1 december start hij/zij officieel, maar in mijn hoofd is het proces eigenlijk al afgerond. En toch voelt het anders dan verwacht.
Want eerlijk: ik heb het er moeilijker mee dan ik dacht — niet met de beslissing zelf, wel met wat ze symboliseert. Acht jaar lang was het medisch toezicht “mijn” team. Mijn dagelijkse context, mijn bubbel, mijn kompas. De plek waar ik spontaan binnenliep om iets te bespreken, waar ik discussies voerde over KB’s, re-integraties, moeilijke casussen, kwaliteitsissues… en ja, soms ook over wie nu weer vergeten was om het keukentoestel af te wassen.
En nu gaat die dynamiek onvermijdelijk veranderen. Niet verdwijnen, maar wel verschuiven. Als algemeen directeur en directeur wellbeing business heb ik een bredere horizon, meer dossiers, een ander ritme. Meer helikopter, minder cockpit. Ik weet dat dit logisch is — en zelfs noodzakelijk — maar dat maakt het niet per se gemakkelijk.
Het voelt een beetje zoals wanneer je je kind voor het eerst alleen laat fietsen: je bent apetrots, je wéét dat het tijd is voor de volgende stap, maar je zou tegelijk graag nog één vinger op het zadel houden. Gewoon… voor de zekerheid. Niet omdat je denkt dat het kind gaat vallen, maar omdat jij nog moet wennen aan het idee dat je niet meer de enige bent die stuurt.
Dat is ongeveer hoe ik me nu voel. De rationele kant van mij zegt: dit is goed, dit is juist, dit is het moment. De emotionele kant blijft zachtjes morren: “Maar ga je ze dan minder zien? Minder horen? Minder voelen?”
(Die innerlijke monoloog klinkt altijd wat dramatischer dan de realiteit. Mijn hoofd had waarschijnlijk een succesvolle carrière kunnen hebben in de Vlaamse soapwereld.)
Tegelijk ben ik vooral dankbaar. Dankbaar dat ik dit acht jaar heb mogen doen. Dankbaar dat ik dit team heb zien groeien, botsen, leren, terug opstaan, en blijven gaan. En vooral: dankbaar dat ik nu met een gerust hart kan loslaten. Ik heb er namelijk alle vertrouwen in dat de nieuwe medisch directeur dit uitstekend gaat doen — en zelfs nog beter dan ik op sommige domeinen. Dat is geen valse bescheidenheid; dat is gewoon hoe leiderschap hoort te evolueren.
Loslaten betekent trouwens niet verdwijnen. Ik ga niet verhuizen naar een digitale hut in de Ardennen. Ik blijf bij Attentia, ik blijf aanspreekbaar, ik blijf me engageren in het medisch toezicht — zij het vanuit een andere stoel. Een stoel met een breder zicht, meer verantwoordelijkheden en (hopelijk) een betere rugleuning.
Maar de komende weken ga ik ook gewoon even stilstaan bij dat kleine rouwkantje dat bij elke verandering hoort. Want afscheid nemen van een rol die je gevormd heeft, is ook afscheid nemen van een stukje identiteit. En dat mag even schuren.
Het mooie is: elke keer dat ik in mijn carrière iets moest loslaten, kwam er iets bij dat ik vooraf niet had kunnen voorzien. Meer ruimte, meer inzicht, meer perspectief. Ik ga ervan uit dat dat nu opnieuw zo zal zijn.
En intussen blijf ik gewoon doen wat me de meeste energie geeft: reflecteren, schrijven en bouwen aan iets dat groter is dan mezelf. Functietitels veranderen. Relaties blijven. En sommige rollen draag je altijd een beetje mee, zelfs als iemand anders het roer overneemt.
Misschien is dat uiteindelijk de kern: leidinggeven is een estafette. Je loopt zo hard en zo goed als je kunt, en op het juiste moment geef je de stok door — niet omdat je stopt, maar omdat de race doorgaat.
Vijf weken geleden
De voorbije weken kreeg ik veel felicitaties voor mijn nieuwe functie. Warm, genuanceerd, soms onverwacht. En ja: ik ben daar blij om. Maar mijn eigen gevoel is niet veranderd. Ik voel me niet “meer aangekomen” dan ervoor. Geen plots kantelpunt, geen nieuw soort innerlijke voltooiing.
Dat bracht me terug bij een uitspraak van Jim Carrey: “I think everybody should get rich and famous… so they can see that it’s not the answer.” Het klinkt als Hollywood-cynisme, maar het raakt aan iets herkenbaars: succes voelt zelden zoals we denken. De euforie is echt, maar kort. En daarna volgt gewoon opnieuw… het leven. Met dezelfde gedachten en onzekerheden als ervoor.
In de psychologie noemen ze dat de arrival fallacy: het idee dat geluk aan de overkant van een mijlpaal ligt. Maar zodra je er staat, blijkt de berg gewoon een heuvel, en rolt de steen alweer verder naar het volgende doel.
Wat ik de voorbije weken vooral besefte, is dat vervulling zelden in een functietitel zit. Ze zit in bouwen, in scherpe keuzes maken, in samenwerken, in richting geven, in kleine stappen vooruit. In weten dat je iets doet waar je zelf achter staat. Zoals ze in Cool Runnings zeggen: “If you’re not enough without it, you’ll never be enough with it.”
Dus ja, ik ben wel degelijk blij met de nieuwe uitdaging, en ik ga daar ook volledig voor gaan. Maar wat ik vooral wil blijven doen, met welke titel dan ook, is groeien, leren en informatie delen. Want voor mij zit het echte plezier niet in het “aankomen”, maar in het onderweg zijn.
Zes weken geleden
Dinsdag was het zover: fotoshoot op het werk, omdat mijn nieuwe functie publiek bekendgemaakt werd. Voor sommige mensen is dat een leuke afwisseling in de werkweek. Voor mij voelt het alsof iemand vraagt om spontaan te tapdansen terwijl honderd collega’s toekijken. Ik weet dan niet waar ik mijn armen moet laten, hoe ik moet lachen, of waarom mijn haar precies altijd lijkt te doen alsof het zelf ontslag wil nemen.
Dat haar… Het plan was nochtans om eerst naar de kapper te gaan. Maar kapperszaken zijn voor mij ongeveer wat tandartsen zijn voor anderen: noodzakelijk, maar toch iets waar je vreemd genoeg altijd nét geen tijd voor vindt. Een tijd lang heb ik gewoon de tondeuse bovengehaald; handig, maar het resultaat liet me er uitzien alsof ik me voorbereid had op een rol in Full Metal Jacket. De voorbije jaren heb ik verschillende kappers geprobeerd, telkens met wisselend succes. Eén keer was het echt perfect: goede prijs, strakke coupe, nul verplichte smalltalk. Maar ja, dat was in Belek, Turkije. Niet meteen de meest haalbare tweemaandelijkse uitstap. Misschien moet ik gewoon eens een Turkse kapper in de buurt proberen.
Enfin, daar stond ik dan. Te lang haar. Scheve glimlach. Te veel foto’s. En ons marketingteam dat die beelden nu waarschijnlijk gebruikt alsof het een nieuwe Marvel-franchise is. Hun persbericht werd opgepikt door HR Magazine, HR Square en door ZigZagHR op LinkedIn gedeeld. Dat laatste leverde warme reacties op, ook van mensen die ik al twintig jaar niet meer had gezien. Het bracht heel wat herinneringen boven en deed me vooral beseffen hoe veel geluk ik al heb gehad: ik heb veel verschillende rollen mogen opnemen, en ik heb met heel fijne mensen samengewerkt.
Als ik terugkijk, zie ik ook dat ik me in het verleden vaak druk maakte over zaken die achteraf gezien minder belangrijk bleken. Dat is nog altijd een beetje mijn natuur: ik ben iemand die zich betrokken voelt, die dingen goed wil doen. Dat is een voordeel, maar soms duw ik mezelf daarmee richting “in het rood”. Tegenwoordig probeer ik bewust af en toe op de rem te gaan staan. Eén van de hulpmiddelen is de 10-10-10-regel van Suzy Welch. Heel eenvoudig: hoe ga ik me over deze beslissing voelen binnen 10 minuten, binnen 10 maanden en binnen 10 jaar? Het is frappant hoeveel ruis daarmee meteen verdwijnt.
Door de jaren heen heb ik trouwens een heel arsenaal aan technieken verzameld: ACT, mindfulness, affectieve afstand nemen, dankbaarheidsankers, klankborden, bias-checks, cognitive offloading… Voor bijna elke uitdagende situatie heb ik ondertussen wel een soort mentale schroevendraaier (als ik er in het moment aan denk om die te gebruiken). Misschien moet ik ze ooit eens opschrijven. Of misschien laat ik het best aan de al bestaande zelfhulpboeken over… er bestaan er ondertussen genoeg om een appartementsblok mee te isoleren.
Maar goed: nieuwe functie, nieuw hoofdstuk. En misschien… eindelijk eens een nieuwe kapper.
Zeven weken geleden
Een van de dingen die me het meest drijft, is kennis delen. Altijd al geweest. Schrijven is daarbij mijn favoriete vorm: het helpt me nadenken, ordenen, uitleggen. In 2007 begon ik met een blog (toen dat nog hip was), en jarenlang verschenen mijn artikels in vakbladen. Dat was leuk, tot ik merkte dat steeds meer van mijn teksten achter een betaalmuur verdwenen. En dat begon voor mij wat te wringen: ik schrijf niet om kennis op te sluiten, maar om ze te verspreiden.
Dus besloot ik eind vorig jaar om het roer om te gooien. Sinds begin dit jaar publiceer ik vooral rechtstreeks op LinkedIn. Hier zit mijn publiek, en ik hou van de interactie die ontstaat. Al heeft ook deze oplossing z’n grenzen. LinkedIn houdt niet van externe links (zoals naar een blog), en zelfs mijn volgers krijgen niet altijd te zien wat ik post. Zo las ik onlangs op Reddit dat zelfs een nieuwsbrief als deze vaak niet bij alle (ondertussen zo’n 1200) abonnees terechtkomt.
Omdat ik graag dingen uitprobeer, begon ik deze zomer met iets nieuws: ik bundelde mijn artikels van juli en augustus in een boek van 352 pagina’s, mét de bijhorende afbeeldingen in kleur. Intussen heb ik ook alle maanden van dit jaar verwerkt tot aparte bundels, van januari tot oktober, en dat blijf ik doen. Je vindt ze op Amazon, via deze link. Ik hou de prijs zo laag mogelijk, want dit gaat me niet om winst, wel om bereik.
Wat ik verder nog wil doen met al dat schrijfwerk, weet ik nog niet precies. Misschien toch weer een eigen website? Een nieuwsbrief die écht in je mailbox komt? Een podcast? TikToks 😉? Voorlopig laat ik het even rijpen… ik combineer op dit moment wat veel functies om diep te kunnen graven. Maar suggesties zijn welkom.
Deze week heb ik negen artikels gepubliceerd op LinkedIn. Het meeste likes was voor “Tussen bevlogenheid en uitputting: de dunne lijn van zinvol werk”. Ook “Van uitval naar arbeidspotentieel: wat HR en preventie in 2026 anders moeten doen” – Het nakende KB Re-integratie 3.0 houdt veel mensen bezig.
Verder heb ik het gehad over blootstelling aan PFAS, AI Algoritmes als arbeidsrisico, langer werken (met of zonder werkgelegenheidsplan 45+) en nog veel meer. Hieronder vind je alle artikels van deze week, in chronologische volgorde.
Het einde van het jaar heeft iets bijzonders. Niet alleen omdat de agenda’s leeg beginnen lopen (of toch: minder vol lijken), maar ook omdat iedereen collectief op de tippen van zijn tenen staat. Alsof we in december nog één laatste sprint inzetten, terwijl het parcours al maanden bergop loopt.
De dagen zijn kort. Dat speelt op het gemoed, daar valt weinig romantiek aan toe te voegen. Tegelijk is de druk hoog: alles wat “nog vóór het jaareinde” moest gebeuren, wil plots ook effectief gebeuren. Projecten, dossiers, beslissingen, gesprekken die al weken “even geparkeerd” stonden, komen tegelijk terug uit die parking gereden. Met groot licht.
En dan is er de vakantie. Officieel om “de batterijen op te laden”. Wat op zich al een interessante framing is: werk als iets dat je leegzuigt, vakantie als een stopcontact. Alsof het doel is om jezelf weer net voldoende op te laden om daarna opnieuw leeg te lopen. Dat model heeft zo zijn beperkingen.
Vakantie nemen is één ding. Echt vakantie zijn, is iets anders.
Want net in die periode gebeurt het vaak dat we fysiek wel stoppen, maar mentaal niet. We blijven malen over wat de voorbije weken is misgelopen. Over wat beter had gekund. Over wat begin januari ongetwijfeld meteen weer op ons bord zal liggen. We zijn dan zogezegd weg van het werk, maar het werk is hardnekkig meegekomen. In handbagage.
Nochtans is er een vrij eenvoudige waarheid: wat gebeurd is, is gebeurd. Dat kan je nadien zinvol bekijken, analyseren, duiden. En wat nog moet komen, dat komt sowieso. Daar helpt geen extra piekerminuut tegen. Maar dít moment — echt dit moment — dat is het enige waar je nu effectief iets mee kunt.
En dat is precies waar het vandaag moeilijker lijkt dan vroeger. Social media helpen niet bepaald. De subtiele druk om te tonen hoe leuk het wel is. Hoe mooi de plek, hoe sjiek het restaurant, hoe perfect het gezin aan tafel. Alsof vakantie pas echt telt wanneer ze ook gevalideerd is door een algoritme.
Ik schrijf dit terwijl ik in de Efteling ben. En ja, dat is misschien al een klein voorbeeld van hoe het níét moet: schrijven terwijl je “in het moment” zou moeten zijn. Maar schrijven is voor mij ook een zenmoment, dus ik reken dit onder toegelaten uitzonderingen. Wat ik níét doe: foto’s posten, verhalen delen, likes verzamelen. Die apps staan letterlijk in de koelkast. Ik kijk er sporadisch naar. Niet uit morele verhevenheid, maar uit zelfbescherming.
Ik ben hier met mijn gezin. Punt. En dat is genoeg.
Dat betekent niet dat terugblikken fout is. Integendeel, dat kan een bijzonder waardevolle oefening zijn. En vooruitkijken is minstens even zinvol; een goede voorbereiding vergroot de kans dat je een toekomst krijgt die je ook echt wilt meemaken. Maar leven doe je niet in retrospectie of in planning. Leven doe je in het nu.
Het verleden is voorbij. De toekomst is nog niet gebeurd. Maar dit moment — dit ene, concrete moment — dat is het leven. Altijd.
Misschien is dat wel de echte uitnodiging van het einde van het jaar. Niet om nog harder te lopen. Niet om alles af te sluiten, op te lossen of glad te strijken. Maar om af en toe bewust te stoppen. Te deconnecteren. Niet alleen van mails en apps, maar ook van die interne ruis die zegt dat je ergens anders zou moeten zijn dan waar je nu bent.
De rest komt later wel. Dat doet het altijd.