De European Food Safety Authority (EFSA) verlaagde op 22 juli de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) voor trifluorazijnzuur naar 0,014 mg per kilogram lichaamsgewicht per dag. Dat is de hoeveelheid die iemand levenslang dagelijks mag binnenkrijgen zonder noemenswaardig risico. Voor het eerst legde EFSA ook een acute referentiedosis vast, voor de inname op één dag: 0,07 mg/kg. De aanleiding is één effect: TFA verlaagt het schildklierhormoon thyroxine (T4). Het DNA beschadigt de stof volgens hetzelfde rapport waarschijnlijk niet.

Het schildklierhormoon is het gevoeligste effect
De nieuwe waarde komt uit een voortplantingsstudie bij ratten. Daarin daalde het T4-gehalte bij de nakomelingen. Waarom weegt dat zo zwaar? Bij drachtige dieren hangt een lager T4-gehalte samen met een afwijkende hersenontwikkeling bij de jongen. Een daling van ongeveer 20% geldt in de EU en de VS als het punt waarop je van schildklierverstoring spreekt.
Daarom acht EFSA de nieuwe waarde ook beschermend voor de hersenontwikkeling, ook al is dat effect niet apart onderzocht. De beoordeling van mogelijke DNA-schade verliep minder eenduidig. Eén test was positief, twee andere waren negatief. EFSA gaf het meeste gewicht aan de negatieve resultaten, omdat die het meest relevant waren voor blootstelling in het lichaam.

Het effectniveau verschoof nauwelijks, de veiligheidsmarge verdubbelde
De oude ADI van 0,05 mg/kg dateert van 2017. Ze kwam uit de beoordeling van het herbicide flurtamone. De dosis waarbij effecten optreden, is sindsdien nauwelijks veranderd. Wat wel veranderde, is de veiligheidsmarge die EFSA erbovenop legt.
EFSA werkt met onzekerheidsfactoren. Een standaardfactor van 100 dekt de verschillen tussen dier en mens. Daar kwam vroeger een factor 2 bij, nu een factor 5. Die factor 5 dekt twee hiaten in de kennis. Er bestaat geen langetermijnstudie naar kanker bij TFA. En het effect op het afweersysteem tijdens de ontwikkeling is nooit getest.
Dat is een belangrijk onderscheid. De norm verstrengt niet omdat er nieuw alarmerend bewijs is. Ze verstrengt vooral door wat níét onderzocht is. Dat helpt wanneer je binnen je organisatie moet uitleggen waarom een norm plots opschuift.
Vlaanderen hanteert 15,6 µg/l voor drinkwater, Nederland en Wallonië 2,2 µg/l
In november 2024 leidde VITO een voorlopige advieswaarde af van 15,6 µg/l voor drinkwater, in opdracht van het Departement Zorg. De VMM gebruikt die als voorzorgswaarde. De gemeten waarden in Vlaams leidingwater lopen van onder de meetgrens tot 8,3 µg/l. In het West-Vlaamse Zillebeke werd tot 12 µg/l gemeten.
Andere overheden liggen strenger. Nederland en Wallonië hanteren 2,2 µg/l. Bond Beter Leefmilieu vraagt 0,1 µg/l, de norm voor pesticidenrestanten. Na de Europese beslissing van juni liet het Departement Zorg weten de waarde voorlopig niet aan te passen.
Een dagdosis en een drinkwaterwaarde zijn niet hetzelfde: de eerste is een hoeveelheid per persoon per dag, de tweede een concentratie per liter. Om van de ene naar de andere te komen, moet je een lichaamsgewicht, een dagelijkse waterinname en een verdeling over water en voeding kiezen, en net in die keuzes zit het verschil tussen 15,6 en 2,2 µg/l, niet in de toxicologie zelf. Zo staat het verschil van factor zeven tussen Vlaanderen en de buurlanden nu tegenover één gedeeld Europees ijkpunt. Sinds januari 2026 is de controle op PFAS in drinkwater, TFA inbegrepen, in alle lidstaten verplicht.
Voor de werkvloer telt de ECHA-indeling, niet de dagdosis
De ADI en de acute referentiedosis gelden voor wat je binnenkrijgt via voeding en drinkwater. Over blootstelling op het werk zeggen ze niets. Daarvoor telt de indeling die het ECHA-comité voor risicobeoordeling op 2 juni voorstelde: giftig voor de voortplanting, categorie 1B. Daarnaast: acuut giftig, en de kwalificaties PMT en vPvM (persistent en mobiel, oftewel: breekt niet af en verspreidt zich makkelijk).
Ik schreef in juni al over die voorgestelde indeling en wat ze betekent voor je stoffenbeheer. De indeling wordt pas bindend zodra de Europese Commissie ze opneemt in de CLP-verordening. Dat is het moment om op te anticiperen. Concreet voor de komende maanden:
- Overloop je productinventaris op TFA en zijn zoutvorm. De stof duikt op in labo’s, bijvoorbeeld bij HPLC-analyse, en in de fluorchemie. Rubriek 3 van het veiligheidsinformatieblad is je vertrekpunt.
- Bereid het CMR-regime voor. Bij categorie 1B geldt de substitutieplicht. Zwangere medewerkers en wie borstvoeding geeft, worden van blootstelling uitgesloten.
- Zet in het jaaractieplan wanneer je de risicoanalyse herziet. Neem de verwachte inwerkingtreding als ankerpunt.
- Beantwoord vragen over kraanwater met de meetwaarden van het eigen leveringsgebied. Drinkwaterbedrijven publiceren die per gemeente. Een individuele PFAS-bloedtest geeft daar geen antwoord op, zoals ik al eerder besprak.
EFSA en ECHA onderzoeken nu samen hoe PFAS-pesticiden afbreken tot TFA. Die resultaten komen tegen de zomer van 2027. Tot dan wegen de Commissie en de lidstaten met de nieuwe waarden mogelijke maatregelen af. Wie de onderbouwing zelf wil nakijken: het rapport is open access (DOI 10.2903/j.efsa.2026.10227).
Wekelijks een persoonlijk essay plus het artikeloverzicht in je mailbox? Schrijf je in via onderstaande link.