
De jaarlijkse bliksemactie van de Arbeidsinspectie (Toezicht op het Welzijn op het Werk) bevestigt opnieuw wat we eigenlijk al weten: vallen van hoogte blijft hét grootste risico in de bouwsector. Tijdens de actiedag van 3 juni 2025 werden 177 aannemers gecontroleerd. Inspecteurs stelden 360 inbreuken vast, waarvan bijna de helft (174) rechtstreeks te maken had met het risico op vallen van hoogte.
Dat cijfer spreekt voor zich: ondanks jarenlange campagnes en regelgeving blijft werken op hoogte te vaak een levensgevaarlijke activiteit.
De verschillende gezichten van het valrisico
Wie “vallen van hoogte” hoort, denkt misschien spontaan aan een onstabiele ladder. In werkelijkheid komt het risico in veel meer vormen voor. Inspecteurs zagen onder meer:
-
Onveilige steigerconstructies (ontbrekende leuningen, onvolledige werkvloeren, slechte stabiliteit)
-
Geen collectieve beveiliging aan de randen van gebouwen
-
Onbeveiligde vloeropeningen
-
Dakwerken zonder valbeveiliging
-
Werken op hoogte enkel met een ladder, zonder bijkomende maatregelen
Met andere woorden: het gevaar zit vaak in ogenschijnlijk kleine tekortkomingen. Een ontbrekend leuningwerk is snel genegeerd, maar kan dodelijke gevolgen hebben.

Andere pijnpunten op de werf
Hoewel vallen van hoogte de koploper blijft, signaleerde de bliksemactie ook andere risico’s:
-
Het ontbreken van de verplichte basisveiligheidsopleiding (in voege sinds april 2023).
-
Het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, vaak ademhalingsbescherming bij het bewerken van kwartshoudend materiaal.
-
Onveilige toegangswegen, zoals onverlichte traphallen of ontbrekende leuningen.
-
Blootstelling aan kwartsstof, dat ernstige longaandoeningen kan veroorzaken.
Die rangschikking maakt duidelijk dat het risico op vallen niet op zichzelf staat: het gaat vaak hand in hand met een bredere cultuur van “het zal wel gaan” op de werf.

De procentuele verdeling van alle vaststellingen tijdens de bliksemactie van 3 juni 2025.
Reflectie: waarom leren we zo traag?
De cijfers zijn niet nieuw. Elk jaar opnieuw komt vallen van hoogte als grootste probleem naar boven. De vraag is dus: waarom slagen we er niet in dit structureel terug te dringen?
-
Worden de gevaren systematisch onderschat (“van twee meter kan toch niks gebeuren”)?
-
Spelen werkdruk en tijdsgebrek een rol, waardoor werknemers sneller “even zonder beveiliging” werken om de planning te halen?
-
Bestaat er een pervers concurrentievoordeel voor aannemers die minder in veiligheid investeren? Studies suggereren dat wie geen tijd of geld steekt in collectieve beveiliging vaak sneller klaar is en goedkopere offertes kan indienen. Dat zet druk op aannemers die wél correct werken.
-
Of ontbreekt het nog steeds aan een echte veiligheidscultuur bij aannemers én arbeiders?
Voor preventieadviseurs ligt hier een cruciale rol. Niet door enkel te wijzen op de regels, maar door leidinggevenden en ploegen bewust te maken van de concrete gevolgen. Een val van amper twee meter kan leiden tot blijvende invaliditeit.
Aanbevelingen voor de praktijk
Wat kun je als preventieadviseur concreet doen?
-
Inspecteer systematisch de werven op collectieve beveiligingen (leuningen, steigers, vloeropeningen).
-
Bespreek valrisico’s in toolboxmeetings en gebruik voorbeelden uit de praktijk. Een foto van een werf zegt vaak meer dan tien bladzijden wetgeving.
-
Controleer de basisveiligheidsopleidingen. Nieuwe werknemers mogen pas aan de slag na deze vorming.
-
Kijk verder dan vallen alleen. Onveilige toegangswegen of blootstelling aan stof versterken het geheel van risico’s.
-
Werk met aannemers en onderaannemers samen. Veiligheid is zelden het probleem van één partij, maar van de hele keten.
Conclusie: blijf op de ladder letten
De bliksemactie van 2025 bevestigt opnieuw dat vallen van hoogte een hardnekkig probleem blijft. Het gevaar wordt nog te vaak onderschat, terwijl de gevolgen dramatisch kunnen zijn. Preventieadviseurs hebben alle reden om dit thema telkens opnieuw bovenaan hun agenda te zetten.
Misschien is dat de echte les: veiligheid op hoogte is geen jaarlijkse actiepunt, maar een dagelijkse reflex.