
In België is de wettelijke pensioenleeftijd momenteel 65 jaar, maar deze wordt geleidelijk verhoogd naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Dit betekent dat je vanaf 2030 wettelijk verplicht bent om tot je 67e te werken, tenzij je in aanmerking komt voor vervroegd pensioen.
De ene job houdt je langer aan het werk dan de andere. Dat blijkt nog maar eens uit een grootschalige studie bij 5 miljoen werknemers in Denemarken, Finland en Noorwegen. Vooral leidinggevenden en hoogopgeleide professionals blijven langer actief, terwijl bedienden, verkopers en handarbeiders vaak jaren vroeger afhaken. De reden? Dat verschilt per land én per beroep, maar het patroon is onmiskenbaar. Tijd voor reflectie: hoe houden we iedereen duurzaam aan boord?
Een carrière van 35 jaar? Slechts voor enkelen haalbaar
De studie, verschenen in het Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, berekende per beroep hoeveel jaren werk er nog te verwachten zijn vanaf 30 jaar (de zgn. “Working Life Expectancy” of WLE). De resultaten tonen duidelijke verschillen tussen beroepen:
-
Langste WLE: wetenschappers, artsen, managers en beleidsmakers.
-
Kortste WLE: bedienden, dienstverleners, productiemedewerkers en elementaire beroepen.
-
Verschil? Tot 5,6 jaar minder werktijd voor werknemers in de laagste beroepsgroepen (Finland).
Die verschillen zijn niet nieuw, maar deze studie maakt ze zeer concreet. Werknemers in fysiek of emotioneel zware jobs blijven minder lang aan de slag, vaak niet uit vrije keuze.

Verschillen in beroepsleven tussen mannen en vrouwen in Denemarken, Finland en Noorwegen wat betreft verloren werkjaren (WYL) tot de leeftijd van 65 jaar. WYL wordt berekend op de leeftijd van 30 jaar.
De reden waarom mensen stoppen verschilt sterk per land
Hoewel het patroon van wie vroegtijdig uitstroomt gelijkaardig is, verschilt waarom dat gebeurt:
-
Denemarken: vooral door (vervroegde) invaliditeitspensioenen.
-
Finland: vooral door langdurige werkloosheid.
-
Noorwegen: vooral door langdurige ziekte en werkongeschiktheid.
Het zijn dus niet alleen medische, maar ook structurele of sociaal-economische redenen die mee bepalen wanneer mensen uitvallen. Zelfs tussen gelijkaardige verzorgingsstaten blijken verschillen in beleid, systemen en culturen een impact te hebben.

Redenen voor verloren werkjaren (WYL) als percentage van de verwachte tijd buiten het werk tot de leeftijd van 65 jaar, onder de werkende bevolking per land en geslacht.
Wat betekent dit voor preventie en HR?
Als preventieadviseur of HR-professional roept dit minstens drie vragen op:
-
Wie in onze organisatie heeft een hoger risico op vroegtijdige uitval?
-
Wat kunnen we vandaag al doen om hun werkbaarheid te versterken?
-
Welke trajecten zijn voorzien als het toch moeilijk loopt?
Vaak is er ook drempelvrees: “We kunnen het werk toch niet lichter maken”. Klopt, maar misschien wel slimmer, afwisselender of beter ondersteund. En met aandacht voor zinvolheid en autonomie.
Een duurzame loopbaan is maatwerk
De studie toont ook uitzonderingen. Zo blijken in Denemarken sommige operatoren relatief lang te blijven werken, en in Finland zelfs sommige land- en visserijarbeiders. Dat wijst op contextfactoren: motivatie, trots, sociale verbondenheid of een goed vangnet kunnen het verschil maken.
Laat dat een opsteker zijn. Duurzame inzetbaarheid is geen fataliteit, maar het resultaat van beleidskeuzes, werkcultuur én individuele trajecten.
Wat kunnen we hieruit meenemen?
-
Verbreed je blik: werkduur is niet alleen een pensioenkwestie, maar een werkbaarheidskwestie.
-
Werk samen: combineer medische inzichten, loopbaanbeleid en welzijnsinitiatieven.
-
Focus op risicojobs: cijfers tonen waar de grootste winst te halen valt.
-
Durf vragen te stellen: hoe houden we iemand in een zware functie gezond en gemotiveerd tot 60+?
Bron: Undem K et al. (2025). Occupational differences in working life expectancy and working years lost in Nordic countries. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health. doi:10.5271/sjweh.4239.