Artikel

Waterstoffluoride in het Deurganckdok: bij deze stof komt de pijn uren te laat

Bij het laden van het containerschip MSC Mia Summer II in het Deurganckdok raakte op 14 juli een container met waterstoffluoride beschadigd, vermoedelijk door een twistlock, het draaislot dat containers vastzet. Ruim 150 mensen kregen last van de vrijgekomen dampen, enkele tientallen havenmedewerkers werden naar het ziekenhuis gebracht en één persoon belandde op intensieve zorg.

Waterstoffluoride heeft een verraderlijk kenmerk: de klachten na huidcontact komen vaak pas uren later op, en de juiste eerste hulp vraagt een specifiek tegengif. Voor preventieadviseurs ligt het aandachtspunt daarom in de voorbereiding, want die moet al kloppen voordat er iets misgaat.


Een zwaar gas dat laag blijft hangen, treft ook wie niet vlak bij de bron staat

Waterstoffluoride is een kleurloos, sterk bijtend product met een kookpunt van 19,5 graden. Boven die temperatuur wordt het gasvormig, en dat gas is zwaarder dan lucht: het blijft laag hangen en waaiert in de breedte uit in plaats van snel op te stijgen. Dat verklaart waarom bij dit lek ook mensen getroffen raakten die zich niet vlak bij de container bevonden.

Voor de risicoanalyse betekent het dat de blootstellingszone bij een lek breder is dan de directe werkplek, en dat een evacuatieplan daar rekening mee moet houden.


Waterstoffluoride richt op twee manieren tegelijk schade aan

De stof is gevaarlijk om twee redenen die elkaar versterken. Ze is ten eerste een uitzonderlijk sterk zuur dat diep in weefsel doordringt: het kleine molecuul raakt door huid, ogen en luchtwegen, waar het weefsel als het ware oplost. Vandaar ook de bijnaam vloeizuur, want de stof tast zelfs glas aan.

Ook bevat ze fluoride, dat zich sterk aan calcium bindt. In kleine hoeveelheden (zoals bijvoorbeeld in tandpasta) is dat onschadelijk, maar bij een grote blootstelling vangt fluoride zoveel calcium weg dat er een acuut tekort ontstaat. Calcium is nodig voor de werking van zenuwen, spieren en vooral het hart, waardoor een acuut tekort kan leiden tot pijnlijke spierspasmen en gevaarlijke hartritmestoornissen.


De klachten komen vertraagd, en dat verandert de eerste hulp

Kenmerkend is dat de pijn bij huidcontact vaak pas enkele uren na de blootstelling opkomt. Een incident dat op het eerste gezicht meevalt, kan dus alsnog fors uitpakken. Dat heeft rechtstreekse gevolgen voor de organisatie van de eerste hulp (codex boek I, titel 5).

Omdat fluoride calcium wegvangt, is calcium ook het tegengif: calciumgluconaatgel op de huid, een infuus of verneveling bij inademing. Op een werkplek met waterstoffluoride hoort die gel binnen handbereik te liggen, en het personeel moet weten dat een blootstelling zonder onmiddellijke klachten dezelfde opvolging verdient als een zichtbare brandwonde.


Gewone werkhandschoenen bieden geen bescherming tegen deze stof

De keuze van beschermingsmiddelen is bij waterstoffluoride geen detail. Gewone werk- of vinylhandschoenen houden de stof niet tegen, want waterstoffluoride dringt er makkelijk doorheen. Alleen materiaal dat expliciet tegen de stof bestand is, volstaat, en dat geldt evengoed voor wie een slachtoffer benadert. Wie met de verkeerde handschoenen helpt, wordt zelf een tweede slachtoffer. De codex maakt van die keuze een verplichting op zich (boek IX, titel 2), en ze vertrekt uit het veiligheidsinformatieblad van de leverancier.


De codex vraagt een risicoanalyse die vertrekt van de specifieke stof

Voor bedrijven waar deze of vergelijkbare stoffen aanwezig zijn, valt het kader onder titel 1 van boek VI van de codex. Centraal staat de risicoanalyse (art. VI.1-6 en volgende): de werkgever brengt vóór het werk schriftelijk in kaart welke risico’s er zijn en welke maatregelen gelden, met het veiligheidsinformatieblad als basis en advies van het CPBW. Daaruit volgt de bekende preventiehiërarchie: eerst nagaan of de stof vervangen of geëlimineerd kan worden, en pas daarna technische en organisatorische maatregelen, waaronder de veilige opslag en de scheiding van onverenigbare stoffen.

Blootgestelde medewerkers vallen bovendien onder het gezondheidstoezicht (art. VI.1-37 en volgende), en in een haven- en transportcontext komen de regels voor het vervoer van gevaarlijke goederen daar bovenop, zoals de IMDG-code voor zeetransport.


Twee chemische incidenten bij laad- en loswerk in één jaar

Het Deurganckdok is niet het eerste incident van dit type in korte tijd. Vorig jaar zorgde in het Nederlandse Borculo de onbedoelde vermenging van salpeterzuur en zoutzuur tijdens het lossen van een vrachtwagen voor een oranje gaswolk en een explosie. In beide gevallen lag de oorzaak in een logistieke routinehandeling: laden, lossen, overslaan. Het productieproces zelf functioneerde; het liep mis op het moment dat stoffen werden verplaatst. Dat patroon is de eigenlijke les. De momenten waarop stoffen van hand tot hand of van tank naar tank gaan, verdienen in de risicoanalyse minstens evenveel aandacht als de installatie zelf.


Wat je hier als preventieadviseur mee doet

Enkele concrete aandachtspunten om na dit incident tegen je eigen werking te leggen:

  • Ga na of je risicoanalyse voor gevaarlijke stoffen vertrekt van de actuele veiligheidsinformatiebladen, en of ze de laad-, los- en overslaghandelingen expliciet meeneemt.
  • Controleer of de beschermingsmiddelen daadwerkelijk bestand zijn tegen de specifieke stof, en niet enkel “chemisch bestendig” op papier.
  • Zorg dat het juiste tegengif (bij waterstoffluoride: calciumgluconaatgel) binnen handbereik ligt en dat de EHBO-instructies rekening houden met vertraagde symptomen.
  • Neem de scheiding van onverenigbare stoffen op als vast controlepunt, ook bij tijdelijke opslag en transport.
  • Toets of het noodplan uitgaat van een bredere blootstellingszone dan de directe werkplek, gezien het gedrag van zware gassen.

Tot slot

Het incident in het Deurganckdok liep voor de meesten relatief goed af, maar het toont hoe een routinehandeling met een gekende stof snel kan ontsporen. Waterstoffluoride vraagt niet alleen technische voorzorg, maar ook een eerste hulp die vooraf op de specifieke stof is afgestemd.