
In veel organisaties leeft de overtuiging dat lage ongevallencijfers een teken zijn van een veilige werkvloer. Maar wat als die cijfers niet kloppen? Onderzoek toont aan dat 60 tot zelfs 80% van alle arbeidsongevallen niet wordt gemeld. In de Safe As Podcast licht Ben Hutchinson een bekende studie toe van Probst en Graso (2013) die uitlegt waarom medewerkers incidenten verzwijgen en hoe preventieadviseurs dat kunnen aanpakken. Ik ga hier in dit artikel dieper op in.
De stille fix: als melden onveilig voelt
Stel je voor: een kraanoperator merkt dat een veiligheidssysteem defect is. De werf draait op volle toeren, de deadline nadert. Hij twijfelt, maar zegt niets. “Ik los het zelf wel op.” Herkenbaar? Dit soort situaties zijn legio, en ze maken zichtbaar hoe meldingen vaak afhangen van sociale en organisatorische druk.
De onderzoekers noemen dit fenomeen een quiet fix: een medewerker die een probleem stil oplost in plaats van het te melden. Niet uit onwil, maar uit angst, tijdsdruk of het gevoel dat melden toch niets oplevert. Gevolg: incidenten blijven onder de radar, met verhoogd risico op herhaling of erger.
Wat zegt het onderzoek?
Probst en Graso onderzochten 212 mijnwerkers in een organisatie met een goed veiligheidsbeleid en een lage ongevalscore. Desondanks rapporteerden deze werknemers gemiddeld slechts 0,49 incidenten per jaar, terwijl ze er gemiddeld 2,84 hadden meegemaakt. Dat betekent een onderrapportering van meer dan 80%, zelfs in een veiligheidsbewuste organisatie.
De studie vond:
-
Meer productiedruk = meer ongevallen. Werknemers onder hoge druk maken vaker incidenten mee.
-
Meer druk = minder meldingen. Ze ervaren meer negatieve gevolgen na een melding (zoals schuldtoewijzing of verlies van voordelen), en hebben daardoor negatieve attitudes tegenover melden.
-
Meer incidenten = méér zwijgen. Medewerkers die vaker incidenten meemaken, rapporteren er gemiddeld een kleiner percentage van.
Of zoals de auteurs het samenvatten: “Druk om te presteren leidt tot druk om te zwijgen.”

Resultaten van de bevestigende factoranalyse.
Wat is de impact van onderrapportering?
Als incidenten niet worden gemeld, verdwijnen ze uit het leerproces. Geen melding = geen onderzoek = geen structurele verbetering. Of zoals Toyota het ooit stelde: “Zonder de ‘noisy fix’ blijft het probleem terugkomen.” Probst en Graso gebruiken een vergelijkbaar beeld: meldingsgedrag bepaalt of een organisatie leert, of telkens weer in dezelfde val trapt.
Onderzoek in andere sectoren (VS, Italië) bevestigde intussen deze bevindingen: de combinatie van prestatiecultuur en zwakke meldstructuren is toxisch voor veiligheid.
Psychologisch mechanisme: waarom mensen zwijgen
De onderzoekers baseerden zich op Behavioral Reasoning Theory (BRT). Die stelt dat mensen hun gedrag verklaren aan de hand van “redenen voor” en “redenen tegen” een actie.
Bij melden:
-
Redenen vóór zijn o.a. probleemoplossing, preventie, vergoeding.
-
Redenen tegen zijn o.a. angst voor schuld, tijdverlies, het idee dat “het toch niks verandert”.
Bij productiedruk winnen de “tegen”-redenen het vaak, zeker als medewerkers negatieve ervaringen hadden bij vorige meldingen.
“Nothing gets fixed, so why bother reporting?” — een veelgehoorde zin uit het onderzoek.
Praktijkvoorbeeld: wat wordt wél gemeld?
In de studie werd ook gekeken wat er gemeld wordt. Een motorvoertuigincident werd in 73% van de gevallen gerapporteerd. Bij tillen (3%), stofblootstelling (26%) of hitte (12%) daalden die cijfers drastisch. Zichtbaarheid en ernst spelen een rol, maar ook cultuur: als “kleine zaken” structureel gebanaliseerd worden, zijn ze onzichtbaar in de statistieken – tot het echt misgaat.

Ervaring met en rapportage van incidenten.
Wat kan jij als preventieadviseur doen?
1. Zet in op meldveiligheid, niet alleen op meldingsplicht. Maak van melden een positieve ervaring. Geef feedback, toon wat ermee gebeurt, vermijd schuldretoriek.
2. Creëer ruimte om fouten te bespreken. Organiseer teamreflecties of “bijna-ongevallenmomenten” waar leren centraal staat. Ja, dat vraagt tijd. Maar incidenten verzwijgen kost op termijn meer.
3. Communiceer duidelijk dat veiligheid primeert op productie. En herhaal dit consequent. Leidinggevenden spelen hierin een cruciale rol.
4. Wees kritisch voor je cijfers. Vraag je af: “Zegt dit rapport wat écht gebeurt, of enkel wat formeel gemeld werd?”
5. Meet ook percepties. Vraag in bevragingen expliciet naar meldingsdrempels en productieconflicten. Je voorkomt zo blinde vlekken.
Reflectie: Is jouw organisatie écht meldvriendelijk?
-
Mogen medewerkers fouten benoemen zonder angst?
-
Worden meldingen opgevolgd met actie?
-
Of heerst er een cultuur waarin “de cijfers goed moeten blijven”?
“Een veilige organisatie is niet foutloos, maar leert van haar fouten.”
Tot slot
Ondergerapporteerde incidenten zijn als ijsbergen: het zichtbare deel is misleidend klein. Probst en Graso tonen aan hoe subtiele druk in een organisatie – ook in bedrijven met goede intenties – kan leiden tot een cultuur van zwijgen. De uitdaging voor preventie ligt in het zichtbaar maken van het onzichtbare, het benoemen van de spanning tussen veiligheid en productie, en het bouwen aan een cultuur waar leren belangrijker is dan schuld.
Want zoals Feynman het zei: “Nature cannot be fooled.” Je cijfers misschien wel. Maar risico’s blijven risico’s, ook als niemand ze meldt.