
Wanneer positieve leiderschapspraktijken afnemen, nemen depressieve klachten bij werknemers toe. Wanneer ze verbeteren, dalen die klachten opnieuw. Dat is de kernboodschap van een grootschalige Deense longitudinale studie die leiderschap niet als statisch gegeven beschouwt, maar als iets dat kan verbeteren of verslechteren, met meetbare gevolgen voor mentaal welzijn op het werk.
Die vaststelling is tegelijk hoopgevend en confronterend. Hoopgevend, omdat leiderschap blijkbaar echt verschil maakt. Confronterend, omdat “geen slecht leiderschap” niet hetzelfde blijkt te zijn als “goed leiderschap”.
Wat bedoelen we met “positief leiderschap”?
De studie definieert positief leiderschap niet vaag of ideologisch, maar heel concreet. Het gaat onder meer over:
-
duidelijke communicatie over doelen en verwachtingen,
-
voldoende autonomie en beslissingsruimte,
-
betrokkenheid bij professionele ontwikkeling,
-
erkenning en waardering,
-
feedback, ondersteuning en vertrouwen.
Met andere woorden: geen heroïsche TED-talks of vision statements, maar dagelijkse gedragingen die maken dat werk werkbaar blijft.

Visualisatie van de vergelijkingsgroepen in het onderzoek. Van: Sorensen et al.
De studie in een notendop (zonder statistisch coma)
Onderzoekers volgden duizenden Deense werknemers over meerdere meetmomenten (2012–2018). Ze keken wat er gebeurde wanneer de ervaren kwaliteit van leiderschap veranderde:
-
Van goed naar minder goed leiderschap: duidelijke stijging van depressieve symptomen, zowel op korte termijn als twee jaar later.
-
Van zwak naar beter leiderschap: even duidelijke daling van depressieve symptomen, opnieuw zowel op korte als langere termijn.
Belangrijk detail: het gaat om symptomen, niet noodzakelijk om klinische depressie.

Veranderend leiderschap en de invloed op depressieve symptomen. Van: Sorensen et al.
En antidepressiva dan?
Men vond geen eenduidig verband tussen veranderingen in leiderschap en het starten van antidepressiva. Dat vraagt nuance:
-
antidepressivagebruik is een grove maat: niet elke depressieve klacht leidt tot medicatie;
-
het aantal nieuwe medicatiestarters was relatief laag;
-
hulp zoeken is ook cultureel, persoonlijk en medisch bepaald.
Vrij vertaald: dat iemand zich mentaal beter of slechter voelt door leiderschap, betekent niet automatisch dat die persoon bij de apotheek belandt.
Wat betekent dit voor preventie en HR?
Een paar ongemakkelijke, maar nuttige inzichten:
1. Leiderschap is geen “zachte factor”
Deze studie toont aan dat leiderschap functioneert als een werkgerelateerde psychosociale determinant, vergelijkbaar met werkdruk of autonomie. Dat maakt het relevant voor risicoanalyse, preventiebeleid en welzijnsstrategieën.
2. Stabiliteit is niet neutraal
Het verlies van positief leiderschap heeft een negatief effect. Maar omgekeerd: verbeteren helpt. Stilstaan is dus geen veilige optie. Wie leiderschap laat verwateren door reorganisaties, tijdsdruk of gebrek aan ondersteuning, neemt reëel risico.
3. Opleiding alleen volstaat niet
De studie weet niet waarom leiderschap veranderde. Dat is op zich óók veelzeggend. Leiderschap wordt beïnvloed door context: structuur, verwachtingen, span of control, cultuur. Een cursus empathisch communiceren zonder randvoorwaarden is vaak cosmetica.

Aanbevelingen voor werkgevers
1. Reflectieve vragen voor de praktijk
-
Waar meten we vandaag leiderschap: als competentie, als gedrag of helemaal niet?
-
Welke signalen krijgen leidinggevenden zelf over hun impact op mentaal welzijn?
-
En misschien de lastigste: wat tolereren we als “normaal leiderschapsgedrag” dat eigenlijk structureel ondermijnend werkt?
2. Pragmatische aanbevelingen (zonder managementjargon)
Voor preventieadviseurs:
-
neem leiderschap explicieter mee in psychosociale risicoanalyses;
-
kijk niet alleen naar “stress”, maar ook naar het ontbreken van steun en erkenning;
-
durf leiderschap als veranderbare factor te benoemen, niet als persoonskenmerk.
Voor HR:
-
investeer in leiderschapssystemen, niet alleen in individuele leiders;
-
zorg dat feedback over leiderschap veilig, regelmatig en serieus genomen wordt;
-
beschouw leiderschap niet als bonus, maar als basisvoorziening.
Tot slot
Deze studie bewijst niet dat leiders depressie veroorzaken of genezen. Ze toont wel iets fundamentelers: leiderschap doet ertoe, juist in de alledaagsheid.
Of, iets scherper gesteld: mentaal welzijn op het werk wordt zelden onderuitgehaald door één dramatisch moment, maar door het langzaam verdwijnen van goede, ondersteunende praktijken. Dat is geen drama. Dat is beleid.