Artikel

Van achtbaan tot zipline: risicoanalyse als kompas in de wereld van het vermaak

In sectoren zoals pretparken, dierentuinen en culturele evenementen krijgt de veiligheid van bezoekers vaak de meeste aandacht. Maar ook de arbeidsveiligheid van werknemers, permanent of seizoensgebonden, verdient een prominente plaats in het beleid. De risico’s zijn talrijk en divers, en een doordachte risicoanalyse is onmisbaar, zeker in organisaties met veel tijdelijke krachten en uiteenlopende functies.

Achter de schermen van plezier: een veelheid aan risico’s

Een dagje pretpark, een concert of een bezoek aan de zoo: het lijkt allemaal ontspanning en beleving voor het publiek. Maar achter die ervaring gaat een complexe organisatie schuil. Medewerkers in deze sectoren werken in verkoop, onthaal, horeca, schoonmaak, techniek, onderhoud, groenbeheer of spektakel; vaak onder hoge werkdruk en met seizoensgebonden pieken.

Die diversiteit vertaalt zich in een breed scala aan risico’s:

  • fysieke risico’s zoals vallen, tillen of repetitieve bewegingen

  • psychosociale risico’s, zeker bij jongere of tijdelijke medewerkers

  • biologische risico’s bij contact met dieren of publiek

  • agressie en geweld van bezoekers

Voor veel preventieadviseurs is het dan ook geen evidente sector: seizoenscontracten, hoge rotatie en uiteenlopende werkplekken maken het moeilijk om een structureel welzijnsbeleid op te zetten.

Covid-19 als kantelpunt voor arbeidsveiligheid

Vóór de pandemie lag de nadruk in deze sectoren vooral op de veiligheid van de bezoeker. Sinds Covid-19 is er ook meer structurele aandacht gekomen voor de veiligheid van het personeel. Veel organisaties grepen die periode aan om hun risicoanalyse te actualiseren. En dat loont: in de periode 2015–2023 is het aantal arbeidsongevallen in Franse vrijetijdsparken gedaald, zo blijkt uit een recente verslaggeving door het INRS.

Toch blijft het beeld ongelijk: kleinere organisaties, vaak met minder dan tien werknemers, hebben het moeilijker om structureel aan preventie te werken. Daar zijn externe actoren zoals preventiediensten cruciaal om de vertaalslag naar de werkvloer te maken.

Seizoensarbeid vraagt gerichte aanpak

Sommige bedrijven draaien tijdens het hoogseizoen op duizenden seizoensarbeiders. Ook culturele zalen of festivals doen vaak beroep op uitzendkrachten of freelancers. Die tijdelijke krachten zijn vaak jong, onervaren en niet altijd voldoende ingewerkt. Daardoor lopen ze meer risico op ongevallen.

Wat helpt?

  • Voorafgaand onthaal met veiligheidsinstructies

  • Vroege instap: minstens 10 dagen vóór de openingsdatum

  • Snelle toegang tot verplichte opleidingen: EHBO, elektrische veiligheid, enz.

  • Opleidingen op maat van het profiel: kort, praktijkgericht, visueel ondersteund

  • Aansturing door goed opgeleide leidinggevenden met aandacht voor welzijn

Een boeiende piste is het inzetten op seizoensoverschrijdende contracten, waarbij personeel winter en zomer afwisselend bij twee werkgevers werkt, met behoud van anciënniteit, medische opvolging en zelfs woonondersteuning. Dat verhoogt de stabiliteit én de veiligheid op lange termijn.

Machines voor plezier, maar niet zonder risico

Veel installaties in de vrijetijdssector (denk aan achtbanen of draaimolens) vallen niet onder de klassieke Europese machinerichtlijn. De veiligheidsnormen zijn dan ook vaak gericht op bezoekers, niet op medewerkers.

Toch blijft de werkgever wettelijk verplicht om risico’s voor personeel te evalueren en te beperken. De ISO 12100-norm biedt hier een generiek kader, en het INRS biedt praktische tools en brochures.

De kernboodschap: betrek techniciens en operatoren al in de ontwerpfase. Zij kennen de realiteit op het terrein en kunnen inschatten waar problemen kunnen opduiken.

Publiekscontact: ook psychosociale risico’s tellen mee

Werken in direct contact met bezoekers brengt ook risico’s mee zoals verbale agressie of grensoverschrijdend gedrag. Die blijven vaak onder de radar maar kunnen zware impact hebben. Ook hier helpt een gestructureerde aanpak:

  1. Karakteriseren van het risico: wat gebeurt er, waar en met wie?

  2. Analyse van de context: zijn er patronen, drukke momenten, kwetsbare functies?

  3. Preventieplan: betere onthaalinfrastructuur, duidelijke informatie, vorming van personeel

  4. Opvolging: meldsystemen, incidentanalyse, bijsturing van maatregelen

Deze aanpak sluit aan bij het bredere kader van preventie van psychosociale risico’s zoals bepaald in de Codex.

Eén risicoanalyse, meerdere invalshoeken

De risicoanalyse blijft het ankerpunt van elk preventiebeleid, ook in de vrijetijdssector. Maar het is geen eenmalige oefening:

  • De inhoud moet afgestemd zijn op de realiteit op het terrein

  • De aanpak moet haalbaar zijn voor kleine én grote organisaties

  • De betrokkenheid van medewerkers is essentieel: zij zien wat werkt en wat niet

Wie kan ondersteunen?

  • Externe preventiediensten (zoals Attentia 😁)

  • Lokale steunpunten zoals de FOD WASO

  • Sectororganisaties of specifieke platforms (in Frankrijk: Snelac)

  • Reflectieve vragen voor preventieadviseurs en HR

  • Hebben wij een aangepast onthaal voor seizoensarbeiders of interimmers?

  • Worden onze risicoanalyses regelmatig geactualiseerd én afgestemd op de realiteit op het terrein?

  • Zijn onze leidinggevenden voldoende opgeleid om signalen van risico’s op te vangen?

  • Hoe gaan we om met (verbaal) geweld of grensoverschrijdend gedrag door bezoekers?

  • Werken we al met partners (werkgevers, VDAB, uitzendsector) aan duurzame inzetbaarheid en retentie van tijdelijk personeel?

Conclusie: werkplezier mag geen risico zijn

De wereld van pretparken, festivals of dierentuinen draait om plezier, maar ook daar moet de werkvloer veilig zijn. Risicoanalyse, opleidingen en betrokkenheid van leidinggevenden zijn daarbij geen administratieve verplichtingen, maar sleutels tot duurzame inzetbaarheid. En wie zegt dat veiligheid saai moet zijn? Wie veiligheid goed organiseert, maakt ook de beleving beter, voor iedereen.