
Een jonge werknemer stikt tijdens de nachtshift in een vleesverwerkend bedrijf, alleen in een vriestunnel waar stikstof ontsnapt. Het bedrijf krijgt een boete van 48.000 euro, deels met uitstel. Achter deze cijfers schuilt een harde realiteit: een mens is gestorven door iets dat vermijdbaar was. En dat is precies waar het voor werkgevers en preventieadviseurs over moet gaan: hoe zorgen we ervoor dat dit niet nog eens gebeurt?
Een drama met aankondiging
Het ongeval gebeurde op 20 januari 2024 in een bedrijf dat kippen op zeer lage temperatuur invriest. Een 25-jarige Bulgaarse werknemer, tewerkgesteld via een onderaannemer, kwam om het leven nadat stikstof zich had opgehoopt in de vriestunnel. De man werkte alleen, zonder zuurstofbewaking en zonder duidelijke instructies over wat te doen bij storingen.
Wat het extra schrijnend maakt: er waren eerder al incidenten met diezelfde machine gemeld. Toch kwam er geen aangepaste risicoanalyse, geen structurele opvolging en geen specifieke opleiding. De arbeidsauditeur sprak in de rechtbank over “een gebrek aan kwalitatief risicobeleid”.
Risicoanalyse: niet op papier, maar in praktijk
De wet op het welzijn op het werk schrijft het al decennialang voor: risico’s moeten worden geïdentificeerd, geëvalueerd en beheerst. Niet één keer, maar continu. In dit geval bleek die verplichting een dode letter.
Er was geen analyse van de binnenluchtkwaliteit, geen vermelding van stikstofrisico’s, geen instructies voor werknemers, en geen opleiding over wat te doen bij defecten. De risico’s stonden nochtans in de handleiding van de machine; maar niemand kende ze.
Reflectievraag: hoe vaak gebeurt het in jouw organisatie dat veiligheidsinformatie van leveranciers ongezien in een kast belandt?
Veiligheid als optie?
De zaakvoerder verdedigde zich met de stelling dat hij niet wist dat er een stikstofrisico bestond. De machine was in 2012 aangekocht zonder zuurstofbewaking, een optie die destijds niet standaard werd aangeboden. “Maar hoezo kan veiligheid een optie zijn?”, reageerde hij.
Het is een terechte opmerking, maar geen vrijgeleide. Werkgevers blijven verantwoordelijk om de risico’s te kennen van hun installaties, ook als de leverancier die niet spontaan vermeldt. Een goede praktijk is dan ook om bij elke aankoop van een nieuwe machine expliciet te vragen:
-
Welke risico’s horen bij dit toestel?
-
Welke beveiligingen zijn voorzien, en welke zijn optioneel?
-
Zijn er noodprocedures en meetinstrumenten nodig (zoals gasdetectie)?
Het lijkt evident, maar net hier gaat het in de praktijk vaak mis.
Onderaannemers zijn geen veiligheidsbuffer
Ook de onderaannemer kreeg dezelfde boete. De rechter wees erop dat “de veiligheid en gezondheid van werknemers een kernverantwoordelijkheid is van elke werkgever, ook bij onderaanneming”.
In veel bedrijven loopt het samenspel tussen hoofd- en onderaannemer fout: men vertrouwt blindelings op elkaars procedures. Hier gebeurde dat letterlijk. De onderaannemer verklaarde in de rechtbank: “Wij hebben de fout gemaakt het bedrijf blindelings te vertrouwen.”
Voor preventieadviseurs is dit een klassiek maar hardnekkig aandachtspunt:
-
Stem risicoanalyses af tussen hoofd- en onderaannemers.
-
Controleer of veiligheidsinstructies begrepen zijn, ook door anderstaligen.
-
Zorg dat toezicht niet stopt aan de grens van het contract.
Een systeem dat pas wakker wordt na een dode
Zowel het bedrijf als de onderaannemer moeten een boete van 48.000 euro betalen, waarvan 36.000 euro met uitstel. Ze moeten ook ruim 100.000 euro schadevergoeding betalen aan de nabestaanden.
De rechtbank hield rekening met de inspanningen die het bedrijf na het ongeval leverde om hun welzijnsbeleid op te krikken. Maar zoals vaak kwam dat te laat. Preventie die pas op gang komt na een tragedie, is geen preventie maar schadebeheer.
Het is confronterend, maar ook hoopgevend: dit dossier toont hoe scherp het onderscheid is tussen een compliance-aanpak (doen wat moet) en een preventie-cultuur (denken wat kan misgaan).
Wat kunnen we hieruit leren?
-
Risicoanalyses zijn levende documenten. Ze moeten mee evolueren met installaties, processen en personeelswissels.
-
Onderhoud en toezicht vragen discipline. Een gekende storing mag nooit routine worden.
-
Communicatie redt levens. Handleidingen, waarschuwingen en instructies moeten vertaald en uitgelegd worden aan alle werknemers, ongeacht hun taal of contractvorm.
-
Veiligheid hoort standaard te zijn. Zowel leveranciers als werkgevers moeten die mentaliteit delen.
Tot slot
Dit ongeval herinnert ons eraan dat preventie niet begint bij regels of procedures, maar bij het besef dat elk risico een gezicht heeft. Een goed risicobeleid is geen formaliteit, maar een vorm van zorg. Voor wie het werk doet, vaak onzichtbaar, maar nooit onbelangrijk.