Artikel

Stigma en steun: mentaal welzijn in de bouwsector blijft een groot pijnpunt

Het taboe rond psychische problemen in de bouwsector blijft hardnekkig. Uit nieuw onderzoek van Clayco (2025) blijkt dat maar liefst 64% van de bouwvakkers het afgelopen jaar angst of depressieve gevoelens ervoer, een forse stijging tegenover 54% in 2024. Ondanks meer aandacht voor mentaal welzijn, blijft discriminatie wijdverspreid: één op drie werknemers zegt benadeeld te zijn op het werk na openheid over mentale problemen.

Een zwaar beroep met mentale gevolgen

De bouw is fysiek belastend, maar ook mentaal veeleisend. Werknemers noemen drie hoofdredenen voor hun stress:

  1. De fysieke zwaarte van het werk (47%),

  2. Een verstoorde werk-privébalans (42%), en

  3. Strakke deadlines (41%).

Die druk vertaalt zich in afwezigheden: 36% van de bouwvakkers miste werk omwille van mentale problemen, tegenover 32% in 2024. De cijfers wijzen niet enkel op individuele kwetsbaarheid, maar ook op structurele oorzaken: een sector die draait op prestatie, snelheid en uithouding heeft nood aan rustmomenten en psychologische veiligheid.

Angst en depressie per geslecht en leeftijdsgroep. Van: Clayco.

Een sector die blijft grijpen naar verdoving

Meer dan de helft van de ondervraagden (58%) gaf toe het afgelopen jaar een middel misbruikt te hebben om met stress of depressie om te gaan. Dat percentage lag een jaar eerder nog op 47%. Ook onder leidinggevenden blijft dit een realiteit: één op drie (34%) had zelf te maken met verslavingsproblemen of andere vormen van afhankelijk gedrag.

De sector vertoont dus een zorgwekkend patroon: hoge druk, weinig openheid, en een cultuur waarin “doorbijten” nog te vaak geldt als norm.

Schaamte en discriminatie blijven hardnekkig

Hoewel 91% van de werknemers zegt bereid te zijn een collega met depressieve klachten te steunen, blijft het moeilijk om over eigen problemen te praten. 45% voelt schaamte om mentale gezondheid, verslaving of suïcidale gedachten te bespreken, een stijging ten opzichte van vorig jaar (39%).

En die schaamte is niet onterecht: 37% van de werknemers die hulp zochten, ervoeren daarna discriminatie op het werk. Aan de top leeft dat besef ook. 21% van de leidinggevenden geeft toe dat werknemers die psychologische hulp zoeken minder snel belangrijke taken krijgen, en 30% zegt dat zulke medewerkers nauwlettender worden opgevolgd.

Met andere woorden: de steun is vaak theoretisch. In de praktijk leeft nog het idee dat wie zich kwetsbaar toont, minder betrouwbaar is.

Tussen perceptie en realiteit

Opvallend is de kloof tussen wat leidinggevenden denken en wat werknemers ervaren. 80% van de bedrijfsleiders beweert dat er op de werf mentale ondersteuningsdiensten bestaan, maar slechts 61% van de werknemers bevestigt dat. Die discrepantie toont dat beleid op papier niet altijd voelbaar is in de praktijk.

Een reflectievraag voor werkgevers: Zien onze mensen de hulp die wij aanbieden? En voelen ze zich veilig genoeg om ze te gebruiken?

Toegang tot ondersteuning, verschillen in perceptie. Van: Clayco.

Wat kunnen bedrijven doen?

De cijfers zijn Amerikaans, maar de tendensen herkenbaar. Ook in België blijft mentaal welzijn in de bouw (en bij uitbreiding in andere manuele sectoren) een groot taboe. Enkele concrete pistes:

  • Creëer een cultuur van gesprek, niet van oordeel. Een korte babbel met een leidinggevende die luistert, kan meer betekenen dan een formeel beleid.

  • Zorg dat hulp zichtbaar én vertrouwelijk is. Werknemers moeten weten waar ze terechtkunnen zonder angst voor repercussies.

  • Leid leidinggevenden op in empathisch leiderschap. Wie signalen tijdig herkent, voorkomt uitval en verbetert teamdynamiek.

  • Herdefinieer “sterkte”. Sterk is wie hulp durft vragen, niet wie zwijgt tot het te laat is.

Tijd om het beton te breken

De cijfers van Clayco leggen een pijnlijke waarheid bloot: ondanks groeiende bewustwording blijft de bouwsector gevangen in een cultuur van zwijgen. Wie aan mentaal welzijn wil werken, moet dus niet alleen steun aanbieden, maar ook het stigma actief bestrijden.

Want zolang “sterk zijn” nog betekent “niets laten merken”, blijft elke preventiecampagne een laag verf op beton dat al barst.