
De risicomatrix is al decennialang een vaste waarde in het arsenaal van preventieadviseurs. Maar wat als dit vertrouwde raster ons meer geruststelt dan beschermt? Veiligheidsexpert Andrew Hopkins waarschuwt in een recente bijdrage op Linkedin voor de valkuilen van risicomatrices. Andere stemmen pleiten voor hergebruik in plaats van afschaffing. In dit artikel geef ik een reflectie over dit instrument.
De matrix: eenvoud met impact
De klassieke risicomatrix lijkt een wondermiddel: één assenkruis met kleurvlakken vol betekenis. Hoe groter het gevaar, hoe roder het vakje. Maar in de praktijk blijkt dit ogenschijnlijk objectieve systeem vaak meer verwarring dan helderheid te brengen.
Andrew Hopkins, internationaal gerespecteerd veiligheidsonderzoeker, toont in zijn paper (A Note on What’s Wrong with Risk Matrices) hoe organisaties ernstige risico’s fout inschatten door de matrix verkeerd toe te passen, en hoe dat kan leiden tot dodelijke incidenten.

Extract uit de nota van Andrew Hopkins.
Zijn boodschap is scherp: risicomatrices geven een vals gevoel van controle, onderwaarderen risico’s met lage kans maar hoge impact, en delegeren beslissingen naar mensen die ze niet kunnen dragen. Volgens Hopkins is het tijd om het instrument volledig los te laten.
Misbruik is niet hetzelfde als mislukking
Die stelling leidde tot flink wat reactie uit het internationale werkveld. En terecht. Want hoewel Hopkins een belangrijk punt maakt, zijn veel professionals het erover eens: het probleem is niet de matrix, maar het misbruik ervan.
Gregory Milewski, CSP, CFPS, CQT, een ervaren safety consultant, verwoordt het treffend:
De matrix werd nooit bedoeld om risico’s te berekenen. Ze is een strategisch hulpmiddel, geen datagedreven machine. Wie haar misbruikt om exacte waarschijnlijkheden te simuleren, maakt van een kompas een gokautomaat.
Dr David Chessum gaat nog verder en noemt het artikel van Hopkins “nonsense” – niet omdat hij blind vertrouwt op de matrix, maar omdat één slecht voorbeeld geen reden is om het hele instrument af te schaffen. De matrix correct gebruiken vereist afspraken, expertise en contextbegrip.
Waar zit het dan fout?
Toch is de kritiek van Hopkins niet zomaar van tafel te vegen. Ook wie de matrix correct toepast, moet zich bewust zijn van inherente beperkingen:
-
Een matrix is statisch, risico’s zijn dat zelden. De matrix toont één momentopname, terwijl risico’s evolueren in de tijd.
-
Ze visualiseert geen samenhang. Risico’s bestaan niet in een vacuüm. Eén gebeurtenis kan een kettingreactie op gang brengen, maar die dynamiek zie je niet in een 5×5 raster.
-
Kleurvlakken maskeren subjectiviteit. De toekenning van kans en impact is vaak gebaseerd op inschatting. Een groene uitkomst voelt geruststellend, zelfs als de beoordeling fout zit.
-
Ze neigt naar proceduralisering in plaats van reflectie. “Risico laag? Dan is het in orde.” Maar dat zegt niets over de robuustheid van maatregelen, of over wie eigenlijk de verantwoordelijkheid draagt.
Weg ermee? Of opnieuw leren gebruiken?
De roep om afscheid te nemen van de matrix is begrijpelijk, maar wellicht is een herbronning zinvoller. Zoals Anthony Odumuyiwa IRMCert het formuleert:
Don’t throw the baby out with the bathwater – just change the bathwater.
Wat betekent dat concreet?
-
Gebruik de matrix als startpunt, niet als eindconclusie. Laat ze aanleiding zijn tot dialoog, niet tot afvinken.
-
Beperk je niet tot één scenario. Als een maatregel zowel kans als impact verlaagt, overweeg dan om aparte scenario’s te maken. Eén matrix vangt zelden de hele complexiteit.
-
Zorg voor duidelijke besluitniveaus. Als het over fatale risico’s gaat, hoort het mandaat niet bij de operator maar bij het management.
-
Vervang “kleur” door “context”. Voeg analyses toe: bowtie-diagrammen, tijdstrends, dashboardvisualisaties. Risicobeheer is geen kleurwedstrijd.
Naar een volwassen risicodialoog
Hopkins heeft gelijk dat risicomatrices ons kunnen misleiden. Maar zijn radicale pleidooi om het hele instrument af te schaffen, raakt volgens mij het doel maar half. De echte uitdaging is niet het raster op zich, maar het denken dat erachter schuilt.
Daar ligt ook onze rol als preventieadviseur: niet blind volgen, maar scherp bevragen. Waarom scoort dit risico laag? Welke aannames zitten eronder? Is de maatregel realistisch? En vooral: wie draagt de gevolgen als we het mis hebben?
Of zoals een collega het hierover eens stelde:
Laten we stoppen met hamer én nagel de schuld te geven. Het probleem is dat we schroeven proberen te timmeren.
Conclusie: geen verwerping, wel volwassenwording
Risicomatrices hoeven niet bij het oud vuil. Maar wie ze nog altijd als heilige graal gebruikt, loopt het risico hun organisatie in slaap te wiegen. Gebruik de matrix met verstand. Of beter nog: gebruik het als opstap naar een rijkere, meerlagige risicodialoog.
Want het grootste risico van allemaal? Denken dat we het onder controle hebben, terwijl we vooral goed geworden zijn in inkleuren.