Artikel

Recht op dringende medische hulp ook bij onwettige tewerkstelling

Een arbeidsongeval tijdens een onwettige tewerkstelling sluit het recht op dringende medische hulp niet uit. Dat blijkt uit een arrest van het Arbeidshof Antwerpen van 8 juli 2025, waarin het OCMW van Antwerpen wordt veroordeeld om de medische kosten van een gewonde werknemer zonder wettig verblijf te vergoeden. De zaak illustreert hoe wettelijke kaders rond “uitputting van rechten” in de praktijk moeten worden toegepast, en waar werkgevers alert moeten blijven.

De feiten: ongeval en medische kosten zonder vangnet

Een Marokkaanse man zonder wettig verblijf werkte voor een malafide werkgever die hem ook huisvestte. Zijn arbeidsovereenkomst was niet aangegeven, en er was geen arbeidsongevallenverzekering. In augustus 2024 raakte hij zwaar gewond aan zijn hand door een slijpschijf. Hij werd tweemaal geopereerd en had langdurige wondzorg nodig.

Het OCMW weigerde zijn aanvraag voor dringende medische hulp, met het argument dat hij zijn rechten eerst moest uitputten via de (niet-bestaande) arbeidsongevallenverzekering. Bovendien zou zijn inkomen vóór het ongeval boven de steunnorm hebben gelegen, waardoor “behoeftigheid” niet was aangetoond. Intussen liep de man ziekenhuisfacturen op van meer dan 4.000 euro, werd hij werkonbekwaam en verloor hij zijn huisvesting.

Het oordeel van het arbeidshof

Het Arbeidshof stelt vast dat:

  • de medische nood bewezen was door attesten en ziekenhuisverslagen;

  • de man geen wettig verblijf had en behoeftig was;

  • er geen reële of snelle tussenkomst mogelijk was via verzekering of overheid (Fedris);

  • de betrokkene zelf alle mogelijke stappen had gezet: aanmaning werkgever, strafklacht, medewerking aan onderzoek Fedris.

Daarmee voldeed hij aan alle voorwaarden voor dringende medische hulp volgens artikel 57 §2 van de Organieke Wet OCMW en het KB van 12 december 1996. Het hof vernietigde zowel de beslissing van het OCMW als het eerdere vonnis van de arbeidsrechtbank.

Relevantie van POD MI-richtlijnen

Het arrest sluit aan bij de toelichting van de Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI). Die stelt dat een OCMW wel mag verwachten dat iemand zijn rechten uitput, maar dat een theoretische of trage tussenkomst van een verzekering geen reden is om dringende hulp te weigeren. In afwachting van zo’n eventuele tussenkomst kan het OCMW kosten indienen bij de POD MI of een medische kaart met beperkte duur afleveren.

Wat betekent dit voor HR en preventie?

Hoewel deze casus gaat over een illegale tewerkstelling, zijn er bredere lessen te trekken:

  • Arbeidsongevallenverzekering: Een verplichte verzekering is niet enkel een wettelijke verplichting, maar ook een cruciale schakel in snelle medische zorg. Ontbreekt die, dan vallen kosten al snel op derden of de samenleving.

  • Samenwerking met OCMW en POD MI: Kennis van hun mandaat en werkwijze helpt in crisissituaties.

  • Documenteren van acties: Het arrest toont hoe belangrijk het is dat betrokkene kan aantonen dat hij stappen ondernomen heeft om andere rechten uit te putten.

  • Maatschappelijk perspectief: Ongevallen bij onwettige tewerkstelling leggen vaak structurele misstanden bloot, zoals misbruik van kwetsbare groepen.

Reflectievragen voor de praktijk

  • Hoe is in uw organisatie geborgd dat álle werknemers, legaal of niet, toegang hebben tot dringende medische hulp bij een ongeval?

  • Kent u de procedure wanneer een arbeidsongevallenverzekering ontbreekt of niet (tijdig) tussenkomt?

  • Hoe werkt uw interne preventiedienst samen met lokale OCMW’s in dringende medische dossiers?

Tot slot

Dit arrest herinnert eraan dat dringende medische hulp een basisrecht is, los van tewerkstellingsstatus of administratieve obstakels. Voor werkgevers is het een wake-up-call: verzekeringen en veilige arbeidsomstandigheden zijn geen formaliteit; ze maken het verschil tussen snelle hulp en mensonterende situaties.

Wil je meer weten? Het artikel met bijkomende duiding staat op de website vreemdelingenrecht.be.