
Steeds meer teams experimenteren met persoonlijke gebruikershandleidingen om de samenwerking te verbeteren. Het idee: als we elkaars voorkeursstijlen en gevoeligheden kennen, vermijden we misverstanden en werkt het vlotter. Maar is het zo simpel? En hoe ver ga je in wat je van jezelf deelt?
De oefening wint aan populariteit, zeker in een tijd waarin hybride werken en divers samengestelde teams het contact minder vanzelfsprekend maken. Onder andere schrijver Daniel Pink promoot het idee in een recente video. Hij stelt voor om vier eenvoudige vragen te beantwoorden en te delen met collega’s of familie:
-
Wat geeft je energie en wat put je uit?
-
Hoe communiceer je het liefst?
-
Wat zijn je grootste ergernissen?
-
Wat wordt er vaak verkeerd begrepen aan jou?
Het resultaat is geen functioneringsverslag, maar een zelfportret dat anderen kan helpen om beter met je samen te werken.
De valkuilen van de perfecte zelfpresentatie
De ondernemer en podcaster Greg Storey waarschuwt voor de keerzijde. Hij wijst op drie valkuilen:
-
Relaties bouw je niet met een document: Vertrouwen ontstaat door herhaald, écht contact. Een fraai vormgegeven PDF kan dat nooit vervangen.
-
Risico op controle en eenrichtingsverkeer: Een persoonlijke handleiding die klinkt als: “Zo moet je met mij omgaan”, werkt al snel verstikkend in plaats van verbindend.
-
Performativiteit: Wie té bewust zijn of haar profiel opstelt, zit op het hellende vlak van personal branding. Dan toon je wat je wilt dat mensen zien, niet wie je écht bent.
Een oefening met nuance
Betekent dit dat je het idee moet laten varen? Zeker niet. Het komt erop aan hoe je het gebruikt:
-
Als startpunt voor dialoog, niet als eindpunt.
-
Met een nederige en open toon: “Ik merk dat ik hiermee worstel, hoe is dat bij jou?”
-
Zonder het op te leggen als verplichte oefening.
-
Met de bereidheid om zelf ook te evolueren.
De kracht van de vier vragen van Pink zit net in hun openheid. Ze nodigen uit tot gesprek, eerder dan dat ze statische waarheden vastleggen.
Mijn eigen aarzelingen
Toen ik dit artikel voorbereidde, speelde ik even met het idee om mijn eigen persoonlijke handleiding als voorbeeld op te nemen. Maar ik merkte dat ik begon te twijfelen: sommige stukjes van mijn interne werking voelden te kwetsbaar om zomaar publiek te delen. Misschien geldt dat voor ons allemaal: bepaalde aspecten van jezelf bewaar je liever voor mensen die het vertrouwen verdienen.
En dat is misschien meteen ook een reflectieve vraag waard voor jezelf: Zijn er onderdelen van je persoonlijke handleiding die je niet spontaan zou delen? En wat zegt dat over hoe veilig je je voelt in je team of organisatie?
Praktische tips voor HR en preventieadviseurs
-
Gebruik het instrument als teamtool. Nodig mensen uit om hun handleiding vrijwillig te delen in kleine groep, en laat ruimte voor nuance.
-
Vermijd dwang of standaardisatie. Niet iedereen voelt zich comfortabel om persoonlijke aspecten te delen. Respecteer dat.
-
Wees alert voor hiërarchie. Voor leidinggevenden kan het delen van zo’n document snel aanvoelen als een normatief statement. Voeg expliciet toe dat je openstaat voor feedback én zelf ook bijleert.
-
Hanteer het als reflectiemoment. Zelfinzicht is de belangrijkste winst. Als medewerkers zichzelf beter begrijpen, kunnen ze in het moment bewuster communiceren.
Slotwoord
Persoonlijke gebruikershandleidingen mogen geen performatief schouwtoneel worden of een papieren surrogaat voor écht contact. Maar in hun eenvoudigste vorm, als uitnodiging tot gesprek, kunnen ze wel degelijk waardevol zijn.
Of zoals Daniel Pink het mooi samenvat: “Don’t just write your user manual. Be it. In meetings. Under stress. When things get messy.” En daar kunnen we ons allemaal in herkennen.