Artikel

Ouders met precaire jobs, kinderen met verhoogd risico: werkkwaliteit is ook gezinskwaliteit

Kinderen van ouders met een precaire job hebben vaker last van mentale gezondheidsproblemen en halen lagere schoolresultaten. Dat blijkt uit recent Canadees onderzoek op basis van twee uitgebreide studies (Fuller et al en Shahidi et al). De boodschap is duidelijk: werkkwaliteit gaat niet alleen over de werknemer zelf, maar heeft ook een directe impact op de volgende generatie.

Werk(on)zekerheid laat sporen na in gezinnen

De onderzoekers, onder leiding van dr. Faraz Shahidi (Institute for Work & Health) en dr. Anne Fuller (McMaster University), koppelen de kwaliteit van ouderlijke jobs aan het welzijn van hun kinderen. Hun conclusie is confronterend: kinderen van ouders met laagbetaalde, onzekere en onregelmatige jobs vertonen vaker symptomen van angst, depressie en hyperactiviteit. Ze hebben bovendien dubbel zoveel kans op lage schoolresultaten dan kinderen van ouders met stabiele, goed betaalde jobs.

Met andere woorden: precaire arbeid vertaalt zich in precair gezinswelzijn.

Hoe het onderzoek verliep

De onderzoekers analyseerden twee grootschalige Canadese datasets. Ze maakten daarbij onderscheid tussen:

  • hoogwaardige jobs (stabiel, voltijds, voorspelbare uren, degelijk loon),

  • primaire kostwinnersgezinnen (één ouder met een voltijdse maar vaak onregelmatige job, de andere ouder deeltijds en minder goed betaald),

  • laagwaardige jobs (onvoldoende uren, onregelmatige werktijden, laag loon).

In gezinnen waar beide ouders in precaire jobs werkten, of in eenoudergezinnen met een precaire job, waren de negatieve effecten op kinderen het sterkst zichtbaar. Tot één op vijf kinderen zou volgens de onderzoekers in zo’n kwetsbare situatie opgroeien.

Wat betekent dit?

De resultaten leggen een pijnpunt bloot dat vaak onder de radar blijft: werk(on)zekerheid heeft een maatschappelijk domino-effect. Slechte jobs betekenen niet alleen stress en gezondheidsproblemen voor werknemers zelf, maar ook een verhoogd risico voor hun kinderen.

Voor beleidsmakers roept dit vragen op:

  • Hoe houden we bij het vormgeven van werkbeleid rekening met de impact op gezinnen?

  • Moet “gezinsimpact” een criterium worden bij de evaluatie van jobkwaliteit?

  • Hoe kunnen organisaties bijdragen aan stabielere, meer voorspelbare jobs, zeker voor werknemers die zorg dragen voor kinderen?

Waarom het ertoe doet

Mentale problemen en achterblijvende schoolprestaties bij kinderen verdwijnen zelden vanzelf. Ze zetten zich vaak door in de adolescentie en volwassenheid, met gevolgen voor levensloop, kansen op de arbeidsmarkt en maatschappelijke participatie.

Of zoals de onderzoekers zelf zeggen: “De voordelen van een goede job stoppen niet bij de werknemer, maar strekken zich uit tot het hele gezin.”

Pragmatische aanbevelingen

  • Creëer voorspelbaarheid: vaste uurroosters en transparante communicatie over werktijden verminderen stress bij gezinnen.

  • Koppel welzijn aan jobdesign: niet enkel ergonomie of veiligheid, maar ook werkzekerheid en contractkwaliteit zijn welzijnsfactoren.

  • Ondersteun kwetsbare gezinnen: HR kan preventief beleid voeren rond flexibele opvang, gezinsvriendelijke maatregelen en het bespreekbaar maken van werkdruk.

Tot slot

Het cliché “goed werk loont” krijgt hier een bredere betekenis. Niet alleen voor de werknemer, maar ook voor hun kinderen. Precaire jobs veroorzaken cognitieve schulden bij volwassenen én kansenverlies bij jongeren. De vraag is dus niet enkel hoe we meer jobs creëren, maar vooral hoe we betere jobs garanderen.

En misschien nog belangrijker: durven we als werkgever of HR-professional erkennen dat een degelijk contract indirect ook een vorm van kinderwelzijn is?