
Een groot Amerikaans onderzoek wijst uit dat veel mensen, zelfs twee jaar na een Covid-besmetting, nog steeds slechter ruiken; vaak zonder dat ze het zelf beseffen. Dat lijkt banaal, maar kan belangrijke gevolgen hebben: zowel voor veiligheid op de werkvloer als voor welzijn en cognitief functioneren.
Van klacht tot meting: wat de RECOVER-studie blootlegt
In de RECOVER-studie (Researching COVID to Enhance Recovery), een initiatief van de Amerikaanse National Institutes of Health, werden 3525 volwassenen onderzocht, waarvan 2956 ooit besmet waren met SARS-CoV-2. Ze ondergingen een formele reuktest: de University of Pennsylvania Smell Identification Test (UPSIT), een gestandaardiseerde “scratch & sniff”-test met 40 geuren.
De resultaten zijn opvallend:
-
80% van de deelnemers die zelf aangaven slechter te ruiken, had effectief een objectief reukverlies (hyposmie).
-
Maar ook 66% van wie niets had gemerkt, scoorde abnormaal.
-
Bij 8% was het verlies zelfs ernstig (anosmie).
Metingen gebeurden gemiddeld twee jaar na de besmetting, wat erop wijst dat het verlies vaak blijvend is.

UPSIT-bevindingen op basis van zelfrapportage. Van: Horwitz et al.
Waarom reukverlies gevaarlijk kan zijn
Een verminderd reukvermogen beperkt niet alleen het levensgenot. Het beïnvloedt ook veiligheid en gezondheid. Mensen met reukverlies herkennen minder goed gevaren zoals gaslekken, brand, of bedorven voeding. Op de werkvloer kan dat risico’s vergroten; zeker bij functies waar geurwaarneming een rol speelt, zoals in de voedingsindustrie, chemische sector of gezondheidszorg.
Wat dit onderzoek extra zorgwekkend maakt, is dat veel mensen hun reukverlies niet doorhebben. Wie onbewust op een gebrekkig zintuig vertrouwt, overschat hun veiligheid.
Link met cognitieve klachten
De onderzoekers merkten bovendien dat verminderd reukvermogen vaak gepaard ging met cognitieve klachten zoals concentratieproblemen of “brain fog”. De olfactorische hersengebieden liggen dicht bij centra die betrokken zijn bij geheugen en besluitvorming. In andere contexten (zoals bij de ziekte van Parkinson of Alzheimer) is reukverlies zelfs een vroeg symptoom van hersenveranderingen. Het is nog te vroeg om zulke verbanden rechtstreeks te trekken met Covid, maar de signalen zijn te consistent om te negeren.

Cognitieve functie bij geïnfecteerde deelnemers met en zonder zelfgerapporteerd verlies. Van: Horwitz et al.
Wat kunnen werkgevers en preventieadviseurs hiermee?
Hoewel formele reuktests (zoals UPSIT of Sniffin’ Sticks) in België zelden worden gebruikt buiten de neus-keel-oorpraktijk, kunnen we toch alert zijn. Enkele aanbevelingen:
-
Maak bewustwording onderdeel van medische opvolging. Vraag na Covid-infecties expliciet naar reuk en smaak.
-
Informeer over veiligheid. Wijs medewerkers op het belang van alternatieve detectiesystemen (bv. gasmelders) bij reukverlies.
-
Monitor cognitieve klachten. Verminderde concentratie of mentale vermoeidheid kunnen samenhangen met sensorische veranderingen.
-
Verwijs gericht door. Bij blijvende klachten (>6 maanden) is revalidatie via olfactorische training of NKO-advies zinvol.
Een zintuig om niet te vergeten
De covidpandemie heeft ons geleerd dat gezondheid subtieler is dan we denken. Een “mild” symptoom als reukverlies kan diepere gevolgen hebben – fysiek, cognitief én psychologisch. Misschien is het tijd dat we in het welzijnsbeleid ook dat vergeten zintuig weer serieus nemen.