
Door het nijpende tekort aan bedrijfsartsen Nederland wordt steeds vaker een deel van de taken doorgeschoven naar andere professionals. Dat verlicht de druk, maar vraagt tegelijk om zorgvuldige kaders en begeleiding, zo blijkt uit een onderzoek van bedrijfsarts dr. Paul Almer. Ons land staat voor gelijkaardige uitdagingen: het tekort aan arbeidsartsen, de vergrijzing van het beroep en een stijgende vraag naar preventieve en re-integratietaken. Niet toevallig is er op dit moment in België een ontwerp-KB in voorbereiding dat taakdelegatie van arbeidsartsen naar bedrijfsverpleegkundigen voorziet. De inzichten uit dit Nederlandse onderzoek bieden dus waardevolle lessen voor iedereen die betrokken is bij de organisatie van de arbeidsgeneeskunde in België.
Waarom taakdelegatie onvermijdelijk is
De cijfers spreken voor zich: binnen tien jaar zal zo’n 70% van de huidige bedrijfsartsen uitstroomt wegens pensioen. Tegelijk legt de gewijzigde Arbowet meer nadruk op preventie, wat de vraag naar expertise enkel vergroot. Taakdelegatie – het verdelen van taken onder supervisie, waarbij de eindverantwoordelijkheid bij de bedrijfsarts blijft – wordt daardoor een sleutel om het systeem overeind te houden.
Voor ervaren bedrijfsartsen levert dit vaak winst op: meer tijd voor complexe casuïstiek, meer uitdaging in het werk, en variatie in het takenpakket. Voor AIOS (“arts in opleiding tot specialist”) ligt het genuanceerder: zij moeten leren hoe je taken superviseert, verantwoordelijk blijft voor het handelen van een ander én tegelijk zelf nog in opleiding bent.
Wat zegt het onderzoek?
Paul Almer bevroeg 75 AIOS bedrijfsgeneeskunde via een online vragenlijst. De belangrijkste bevindingen:
-
Werkgever: AIOS vinden dat ze onvoldoende worden ingewerkt en getraind in taakdelegatie (gemiddeld rapportcijfer 3,1 op 7). Vooral jonge AIOS en vrouwelijke AIOS hebben weinig vertrouwen dat ze kunnen weigeren met taakdelegatie te werken – nochtans zou dat een autonome keuze moeten zijn.
-
Praktijkopleider: Opleiders scoren duidelijk beter. AIOS voelen zich gehoord, krijgen belangstelling en ervaren dat ze met hun vragen terecht kunnen.
-
Onderwijsinstelling: Hier wringt de schoen het meest. Alle AIOS vinden dat taakdelegatie in de opleiding thuishoort, maar ze beoordelen de kwaliteit van het onderwijs laag (3,6/7). Het onderwerp komt bovendien te laat én te weinig aan bod.

Gemiddelden en spreiding bij de vragen over tevredenheid.
Aanbevelingen uit het onderzoek
-
Werkgevers: Investeer in betere inwerking en training rond taakdelegatie. Vooral jongere en vrouwelijke AIOS vragen meer duidelijkheid en veiligheid.
-
Praktijkopleiders: Blijf de sterke schakel. Het onderzoek toont dat jullie persoonlijke aandacht écht verschil maakt.
-
Onderwijsinstellingen: Zorg dat taakdelegatie vroeger en frequenter aan bod komt. Eén dagdeel in een vierjarig curriculum is onvoldoende om AIOS te wapenen voor een werkwijze die zo’n centrale plaats inneemt.
-
Vervolgonderzoek: Kwalitatief verdiepend onderzoek is nodig om de beleving en noden van AIOS beter te begrijpen.
Tot slot: een kwestie van vertrouwen
Bedrijfsartsen in opleiding hebben behoefte aan meer ondersteuning, opleiding en vertrouwen rond taakdelegatie. Werkgevers mogen meer investeren in inwerking en begeleiding, onderwijsinstellingen moeten het thema eerder en frequenter behandelen, en praktijkopleiders blijken een cruciale steunpilaar.
Voor Belgische lezers is dit geen ver-van-mijn-bedshow. Integendeel: ook hier staat een ontwerp-KB in de steigers dat taakdelegatie van arbeidsartsen naar bedrijfsverpleegkundigen structureel zal vastleggen. De uitdagingen die Nederlandse AIOS signaleren – te weinig voorbereiding, late introductie in de opleiding, en een onzeker gevoel rond hun autonomie – zijn precies de valkuilen die we in België kunnen vermijden als we nu alert zijn.
De kernvraag die beide landen bindt, blijft dezelfde: hoe zorgen we ervoor dat taakdelegatie niet alleen efficiëntie oplevert, maar ook vertrouwen, kwaliteit en leermogelijkheden?
Wil je meer weten? Het onderzoek staat online op de website van TBV.