
De EU-OSHA publiceerde recent een nieuw rapport over de blootstelling aan kankerverwekkende factoren bij personeel in de gezondheidszorg en maatschappelijke zorgverlening. Uit het rapport blijkt dat 29,5% van deze werknemers in de voorbije werkweek in contact kwam met minstens één van de 24 onderzochte risicofactoren voor kanker. 7,8% werd blootgesteld aan twee of meer risicofactoren.
Meest voorkomende risicofactoren
De enquête bracht blootstelling aan 24 kankerverwekkende agentia in kaart, waaronder chemische stoffen, fysische factoren en procesgegenereerde mengsels. Bij personeel in de gezondheids- en maatschappelijke zorgsector kwamen vooral de volgende risicofactoren naar voren:
-
Ioniserende straling (7,4% van de respondenten): vooral bij radiologie, radiotherapie en nucleaire geneeskunde. Het gaat vaak om lage tot matige blootstelling, maar in specifieke taken (zoals brachytherapie) was bij 12,1% sprake van hoge blootstelling. Beschermende maatregelen zoals loodschorten en afscherming worden veel toegepast, maar niet altijd consequent.
-
Dieseluitstoot (6,2%): komt vooral voor bij personeel dat zich verplaatst met of onderhoud verricht aan dieselvoertuigen. Bijna alle blootstellingen zijn laag, maar structurele blootstelling blijft een aandachtspunt in technische diensten, ziekenhuistransport en thuiszorg.
-
Zonnestraling (UV) (6,1%): medewerkers die buiten werken (bijvoorbeeld bij thuiszorg, sociale werkers of hulpverlening op locatie) lopen risico op UV-blootstelling, vooral bij langdurige blootstelling in voertuigen met open ramen of nabij reflecterende oppervlakken. Bescherming met kledij, brillen en zonnecrème is wisselend aanwezig.
-
Formaldehyde (5,2%): gebruikt bij fixatie van weefselstalen, in pathologische en anatomische labo’s, en bij sterilisatieprocessen. Vooral bij open systemen of onvoldoende ventilatie liep het aandeel hoog blootgestelden op tot bijna 80%. Bijna 1 op 5 rapporteerde géén gebruik van beschermingsmiddelen.
-
Benzeen (4,8%): in de zorgsector vooral relevant bij het tanken van voertuigen en in beperkte mate bij labo-activiteiten. Hoewel het meestal om lage blootstelling gaat, is structurele preventie (bijvoorbeeld instructies over tanken) weinig ingeburgerd.
-
Ethyleenoxide (3,6%): een krachtig sterilisatiemiddel dat vooral in ziekenhuizen wordt gebruikt. In 82,9% van de gevallen was de blootstelling hoog. Opvallend is dat 35,5% van de blootgestelden géén enkele vorm van bescherming meldde.
Andere minder frequent gerapporteerde maar relevante blootstellingen zijn respirabel kristallijn silica (bij tandtechnici), kunstmatige UV-straling (bij gebruik van bepaalde lampen of apparatuur) en laboratoriumtaken met specifieke chemicaliën.
De cumulatieve blootstelling is niet te onderschatten: 7,8% van de werknemers in deze sector was tijdens de voorbije werkweek blootgesteld aan twee of meer risicofactoren, wat het risico op synergistische effecten verhoogt.

Percentage werknemers in de zorgsector dat waarschijnlijk is blootgesteld aan kankerrisicofactoren uit de WES, naar blootstellingsniveau (% van alle werknemers in de sector).
Sector- en gendergebonden verschillen
De sector gezondheids- en maatschappelijke zorg werd onderverdeeld in drie subdomeinen:
-
Gezondheidszorg (bv. ziekenhuizen, huisartsenpraktijken): hier zijn ioniserende straling, formaldehyde en ethyleenoxide de meest voorkomende blootstellingen.
-
Residentiële zorg (bv. woonzorgcentra): UV-straling en dieseluitstoot komen hier het vaakst voor.
-
Maatschappelijk werk (bv. thuiszorg, sociale dienstverlening): dieseluitstoot, UV-straling en benzeen springen eruit.
Er zijn opvallende genderspecifieke patronen:
-
Mannen hebben een hogere kans op blootstelling aan vrijwel alle risicofactoren. Zo werd 34,3% van de mannen aan minstens één kankerverwekkende stof blootgesteld, tegenover 24,3% van de vrouwen.
-
Meervoudige blootstelling kwam dubbel zo vaak voor bij mannen (10,2%) als bij vrouwen (5,8%).
-
Bepaalde taken, zoals onderhoud aan voertuigen of transport, worden vaker door mannen uitgevoerd en verhogen het blootstellingsrisico aan diesel, benzeen en UV.
-
Vrouwen daarentegen domineren in verzorgende en laboratoriumtaken, met een verhoogd risico op blootstelling aan formaldehyde en ioniserende straling.
Deze verschillen vragen om differentiatie in risicoanalyse en preventiebeleid. Een uniforme aanpak volstaat niet: preventiemaatregelen moeten afgestemd zijn op het concrete takenpakket, de werkcontext én de samenstelling van het team.

Aantal blootstellingen aan kankerverwekkende risicofactoren opgenomen in de WES bij mannen en vrouwen in de zorgsector geschat in dezelfde werkweek.
Aanbevelingen voor preventieadviseurs
De resultaten van dit onderzoek bieden een unieke kans om de preventie in de zorgsector te versterken. Voor preventieadviseurs bevelen we het volgende aan:
-
Voer taakgerichte risicoanalyses uit: identificeer welke functies of taken binnen de organisatie gelinkt zijn aan kankerverwekkende blootstellingen. Focus daarbij niet enkel op laboratoria of technische diensten, maar ook op mobiele functies zoals thuiszorg.
-
Breng meervoudige blootstellingen in kaart: sommige werknemers worden aan meerdere risicofactoren tegelijk blootgesteld, vaak zonder dat dit expliciet geregistreerd wordt. Combineer gegevens uit takenanalyses, werkpostfiches en medische onderzoeken.
-
Evalueer preventiemaatregelen op effectiviteit: bekijk of bestaande maatregelen — zoals ventilatie, afscherming, PBM’s en opleiding — in de praktijk correct en systematisch worden toegepast. Besteed daarbij aandacht aan taken met een hoog blootstellingsniveau, zoals sterilisatie met ethyleenoxide of gebruik van formaldehyde.
-
Sensibiliseer op maat van gender en functie: mannen lopen meer blootstelling op bij technische of mobiele taken; vrouwen bij verzorgende en laboratoriumtaken. Stem communicatie, opleidingen en beschermingsmaatregelen hierop af.
-
Zorg voor structurele opvolging: neem blootstelling aan kankerverwekkende agentia structureel op in het globaal preventieplan en het jaaractieplan. Gebruik de gegevens uit deze enquête als vertrekpunt voor doelgerichte acties, en betrek arbeidsgeneeskundige begeleiding waar nodig.
-
Blijf waakzaam voor nieuwe risico’s: houd rekening met mogelijke bijkomende blootstellingen die buiten het bereik van dit rapport vallen, zoals medicinale cytostatica of andere risicostoffen. Volg updates van EU-OSHA en nationale overheden op.
Met deze aanbevelingen kunnen preventieadviseurs bijdragen aan een veiligere en gezondere werkomgeving, waarin kankerverwekkende blootstelling niet als onvermijdelijk wordt beschouwd, maar als beheersbaar risico.
Bron en context
Het rapport “Occupational cancer risk factors in Europe — Findings of the Workers’ Exposure Survey for health and social care workers” is gebaseerd op gegevens uit zes EU-landen, verzameld via 3.041 telefonische interviews. De volledige studie is beschikbaar via EU-OSHA.