
De Nationale Arbeidsraad (NAR) evalueerde de toepassing van het recht op deconnectie zoals bepaald in de wet van 3 oktober 2022. Het advies (nr. 2.448) wijst op een lacune in de gegevensverzameling en roept op tot meer duidelijkheid over de concrete afspraken op ondernemingsniveau.
Wettelijk kader en verplichtingen
Werkgevers met minstens twintig werknemers moeten sinds 2023 afspraken maken over het recht op deconnectie. Die afspraken moeten gaan over:
-
het recht van werknemers om buiten de werkuren niet bereikbaar te zijn;
-
richtlijnen rond het gebruik van digitale tools zodat rusttijden en privéleven gerespecteerd worden;
-
vorming en sensibilisering van medewerkers en leidinggevenden over de risico’s van overmatige connectie.
Deze afspraken moeten vastgelegd worden via een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) op ondernemingsniveau of, bij gebrek daaraan, via het arbeidsreglement. Wanneer er een algemeen verbindende cao op sectorniveau bestaat, vervalt de verplichting op ondernemingsniveau.
Evaluatie door de Nationale Arbeidsraad
De NAR stelt in haar advies vast dat:
-
49 sectoren een cao afsloten over deconnectie, goed voor ongeveer 30% van de werknemers;
-
er weinig informatie beschikbaar is over ondernemingsspecifieke afspraken;
-
de bepalingen in sectorale cao’s vaak vaag blijven (bijv. geen definitie van ‘kritieke functies’);
-
in sommige sectoren bepaalde functies of taken volledig uitgesloten worden van het recht op deconnectie.
Daarnaast is het onduidelijk in welke mate vormings- en sensibiliseringsacties daadwerkelijk worden uitgevoerd. Sommige sectoren en bedrijven organiseren wel opleidingen via opleidingsfondsen, maar er is geen volledig overzicht.
Aanbevelingen voor HR en preventieadviseurs
De NAR vraagt om:
-
een beter zicht te krijgen op afspraken binnen ondernemingen;
-
een methodiek te ontwikkelen om deze gegevens systematisch te verzamelen;
-
voldoende middelen te voorzien om dit werk te ondersteunen.
Voor HR-professionals en preventieadviseurs betekent dit:
-
nagaan of de onderneming voldoet aan de wettelijke verplichtingen rond deconnectie;
-
concrete en werkbare afspraken maken in overleg met medewerkers;
-
aandacht besteden aan vorming en sensibilisering, met oog voor werk-privébalans en psychosociaal welzijn.
Vooruitblik
De Raad zal de Europese ontwikkelingen op het vlak van deconnectie blijven opvolgen en waar nodig integreren in toekomstige aanbevelingen. Ondertussen wordt van organisaties verwacht dat ze actief werk maken van duidelijke, toepasbare en gedragen afspraken over digitale bereikbaarheid buiten de werkuren.