Artikel

Klimaatverandering als arbeidsrisico: wat zeggen de cijfers?

Uit de OSH Pulse 2025-bevraging van het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk (EU-OSHA), gebaseerd op meer dan 28.000 interviews in Europa, blijkt dat 31% van de werkenden zich zorgen maakt over de impact van klimaatgerelateerde factoren op hun veiligheid en gezondheid. Het gaat daarbij vooral om extreme hitte, maar ook om luchtvervuiling, pollen, stof en rook.

Opvallend is dat deze bezorgdheid niet beperkt blijft tot “klassiek risicovolle” beroepen. Hoewel buitenberoepen sterker getroffen zijn, sijpelen klimaateffecten steeds vaker ook door in binnenomgevingen, bijvoorbeeld via hitte-eilandeffecten of verminderde luchtkwaliteit.

Stelling: “Ik maak me zorgen over de impact van klimaatgerelateerde factoren op mijn veiligheid en gezondheid. Van: Rapport EU-OSHA, p. 46.


Wie loopt vandaag het meeste risico?

Niet alle sectoren worden in dezelfde mate blootgesteld. Volgens de survey geeft ongeveer 20% van de werkenden aan blootgesteld te zijn aan extreme hitte, binnen of buiten. De hoogste blootstelling wordt gerapporteerd in:

  • landbouw, tuinbouw, bosbouw en visserij (35%);
  • bouw en constructie (26%);
  • energie-, water- en winningssectoren (24%).

Voor luchtkwaliteitsproblemen (zoals stof, rook of pollen) scoren dezelfde sectoren hoog, met opnieuw landbouw en bouw als koplopers. Klimaatverandering versterkt dus bestaande risico’s, in plaats van volledig nieuwe risico’s te creëren.

Heb je in het voorbije jaar een van de volgende gezondheidsproblemen door het werk ervaren? Van: Rapport EU-OSHA, p. 52.


Preventiemaatregelen: veel goede intenties, maar nog gaten

Meer dan de helft van de werkenden (58%) geeft aan dat de organisatie toelaat om het werk aan te passen aan klimaateffecten, bijvoorbeeld via flexibele werktijden, extra pauzes of jobrotatie. Ook technische maatregelen zoals koelsystemen, isolatie of aangepast persoonlijk beschermingsmateriaal zijn in 54% van de gevallen beschikbaar.

Maar er zit een duidelijke zwakke plek: slechts 30% van de respondenten heeft toegang tot opleiding of informatie over hoe om te gaan met hitte en andere klimaatgerelateerde risico’s. Met andere woorden: we zetten wel maatregelen in, maar leggen te weinig uit waarom, wanneer en hoe ze best worden toegepast. Dat is een gemiste kans, want zonder begrip geen duurzaam preventiegedrag.

Zijn een van de volgende preventiemaatregelen beschikbaar? Van: Rapport EU-OSHA, p. 48.


Wat betekent dit concreet voor de preventieadviseur?

Voor preventieadviseurs is dit geen extra “thema erbovenop”, maar een uitnodiging om het bestaande preventiekader slimmer te gebruiken. Enkele aandachtspunten:

  1. Actualiseer de risicoanalyse. Extreme hitte, luchtkwaliteit en weersomstandigheden horen expliciet thuis in de dynamische risicoanalyse, ook in sectoren waar dat vroeger minder evident leek.
  2. Differentieer per functie en context. De impact van hitte op een buitenwerker, een productiemedewerker of een kantoorfunctie is niet dezelfde. Maatwerk is hier geen luxe, maar noodzaak.
  3. Zet sterker in op opleiding en dialoog. Dat slechts drie op tien werkenden opleiding krijgen, is een duidelijke alarmbel. Korte, praktijkgerichte sensibilisering kan al veel verschil maken.
  4. Betrek de medewerkers zelf. Consultatie over klimaatgerelateerde risico’s blijft vandaag beperkt. Nochtans weten de werknemers zelf vaak perfect waar het wringt. Soms is de beste sensor nog altijd een goed gesprek.

Tot slot: een ongemakkelijke maar nuttige vraag

Als preventieadviseur stellen we vaak terecht de vraag of een risico “significant” is. De OSH Pulse 2025 maakt één ding duidelijk: klimaatverandering wordt door een groeiende groep werkenden als reëel en relevant ervaren. De vraag is dus niet langer of dit een arbeidsrisico is, maar of ons preventiebeleid snel genoeg mee-evolueert.

Of, iets minder academisch gesteld: wachten we tot de volgende hittegolf om te zeggen dat we het zagen aankomen, of gebruiken we deze cijfers om vandaag al slimmer te handelen?