Artikel

Jongeren kampen met toenemende mentale druk op de werkvloer

Hoewel de jeugdwerkloosheid na de coronapandemie sterk is gedaald, met wereldwijd 13% werkloosheid onder 15- tot 24-jarigen, ervaren veel jongeren toch een diepgeworteld gevoel van ontevredenheid in hun werkleven.

In een recente podcast van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) bespreekt David Blanchflower, gerenommeerd econoom aan Dartmouth College (VS) en expert in jeugdwerkgelegenheid, wat er mogelijk wél en niet kan worden gedaan. Hieronder geef ik de belangrijkste inzichten weer, samen met concrete aanbevelingen voor preventie op organisatieniveau.

Wereldwijde trend van mentale kwetsbaarheid

Er is een mondiale toename van mentale kwetsbaarheid bij jongeren, met een opvallende omslag sinds 2013. In veel landen, van de VS tot Europa en Australië, rapporteren jongeren toenemend mentale problemen die hun academische prestaties en overgang naar werk negatief beïnvloeden. Die impact is zichtbaar in lagere testresultaten en een moeilijker doorstroom van school naar werk.

Rol van technologie en sociale isolatie

Een belangrijke oorzaak ligt volgens Blanchflower bij het toegenomen smartphonegebruik. Jongeren brengen minder tijd door met sociale en ontwikkelingsgerichte activiteiten zoals sport, muziek, vrijwilligerswerk of gewoon samenzijn met vrienden. Vooral in regio’s met snelle internettoegang neemt het mentaal welzijn af. Sub-Sahara Afrika vormt hierop (voorlopig) een uitzondering, mogelijk door de beperktere internetpenetratie.

Genderverschillen en zorgwekkende signalen

Hoewel het suïcidecijfer bij jonge mannen hoger ligt, rapporteren jonge vrouwen meer mentale gezondheidsproblemen. In de VS zegt 11% van de jonge vrouwen tussen 18 en 24 jaar dat elke dag van de afgelopen maand een “slechte mentale gezondheidsdag” was. Ook zelfbeschadiging en opnames op spoeddiensten nemen toe, vooral onder meisjes.

Wat kunnen we doen?

Blanchflower roept op om opnieuw in te zetten op een sterke overgang van school naar werk, zoals eerder al succesvol gebeurde in de jaren ’80. Mogelijke maatregelen zijn onder andere:

  • jongeren meer betrekken bij sociale en culturele activiteiten;

  • scholen smartphonevrij maken;

  • structurele samenwerking tussen internationale organisaties, overheden, werkgevers en vakbonden;

  • beleid aanpassen aan nationale contexten met gedeelde principes en best practices.

Wat kunnen werkgevers doen?

Onderstaande aanbevelingen kunnen helpen om op organisatieniveau het verschil te maken:

1. Detecteer risicosignalen actief bij jonge werknemers

  • Zorg voor laagdrempelige contactmomenten, zoals een kennismakingsgesprek bij opstart of een evaluatie na 3 maanden.

  • Stimuleer leidinggevenden om alert te zijn op veranderingen in gedrag (vermoeidheid, terugtrekking, uitstelgedrag).

  • Integreer jongerenperspectieven in risicoanalyses en werkpostfiches: hoe beleven zij het werk?

2. Creëer psychologisch veilige werkcontexten

  • Zorg voor voldoende onboarding en begeleiding op maat. Veel jongeren hebben nood aan structuur, duidelijke verwachtingen en feedback.

  • Stimuleer intergenerationeel leren, waarbij jonge werknemers gekoppeld worden aan ervaren collega’s voor informele coaching.

  • Geef aandacht aan faalangst en prestatiedruk, zeker bij hoogopgeleide jongeren of in competitieve sectoren.

3. Beperk digitale overbelasting en stimuleer offline verbinding

  • Evalueer de digitale werkbelasting: hoeveel schermtijd vraagt het werk? Zijn er alternatieven?

  • Stimuleer sociale initiatieven, zoals lunchwandelingen, workshops, of teamactiviteiten die offline contact versterken.

  • Geef het goede voorbeeld als organisatie: beperk onnodige digitale meetings en promoot werk-privébalans.

4. Zet in op participatie en zingeving

  • Vraag jongeren actief om hun mening over werkorganisatie, welzijnsmaatregelen en werkdruk.

  • Laat jonge werknemers meedenken over verbetertrajecten, bijvoorbeeld via werkgroepen of innovatieprojecten.

  • Breng hun sterktes in kaart, en maak gebruik van hun vaardigheden in digitale innovatie, communicatie of sociale impact.

5. Werk samen met interne en externe partners

  • Werk multidisciplinair samen met HR, vertrouwenspersonen, preventieadviseurs psychosociale aspecten (PA-PA), en externe hulpverleners.

  • Verwijs tijdig door bij aanhoudende klachten naar de arbeidsarts of gespecialiseerde hulp.

  • Deel goede praktijken binnen sector of netwerk van preventieadviseurs.

Oproep tot collectieve actie

Er bestaat geen pasklare oplossing. Maar net zoals eerdere crisissen collectief zijn aangepakt, moet ook deze “mentale pandemie” onder jongeren een internationale prioriteit worden. Preventieadviseurs spelen daarbij ook een rol, door binnen organisaties signalen van onvrede en mentale belasting bij jonge medewerkers tijdig op te vangen, bespreekbaar te maken en te vertalen naar gerichte acties.

Bron

ILO Podcast series – Young and unhappy in the world of work: What can we do about it?