
De huidige hervormingen in gezondheid en welzijn op het werk in België lijken voor sommigen uit de lucht te vallen. Nieuwe koninklijke besluiten over gezondheidstoezicht of re-integratie, discussies over taakdelegatie, of de roep om meer aandacht voor psychosociaal welzijn: het voelt alsof de wereld in versnelling is gekomen.
Maar wie beter kijkt, ziet dat dit verhaal al meer dan veertig jaar geleden begon — niet in Brussel of bij de sociale partners, maar bij internationale instellingen als de Internationale Arbeidsorganisatie (OIT), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Europese Unie. Die analyse werd recent helder verwoord door de Franse directeur Bernard LATTES, die stelt dat het huidige “decor” al in de jaren tachtig is klaargezet. In dit artikel maak ik de vertaalslag naar de Belgische context, met een blik op verleden, heden en toekomst.
Internationale afspraken als stille motor
In 1985 legde de OIT met conventie nr. 161 de basis: multidisciplinariteit, paritaire besluitvorming en het recht op gezondheidstoezicht voor alle werknemers. België heeft deze conventie nooit officieel geratificeerd, maar de principes sijpelden wél door.
In 1989 volgde namelijk de Europese kaderrichtlijn 89/391, verplicht voor alle Europese lidstaten. Die zette werkgevers en preventieadviseurs in België stevig aan het werk: risicoanalyse, preventiehiërarchie en participatie van werknemers werden verplicht verankerd. Dat mondde in 1996 uit in onze Welzijnswet, die nog altijd het fundament vormt van alles wat we doen.
Van geneeskunde naar welzijn
De invloed van de WHO was minstens even groot. De Ottawa Charter (1986) schoof gezondheidsbevordering centraal: gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte. In België vertaalde zich dat in een brede definitie van welzijn op het werk, waarin niet alleen veiligheid en gezondheid, maar ook psychosociale aspecten, ergonomie en leefstijl hun plaats kregen.
Voor werkgevers was dat even wennen. Waar vroeger vooral medische geschiktheid en arbeidsongevallen centraal stonden, gaat het nu even goed over stress, burn-outpreventie en de impact van thuiswerk. Een arbeidsarts die alleen oog heeft voor longfoto’s of audiogrammen, is vandaag net zo achterhaald als een werkgever die denkt dat welzijn stopt bij een helm en een fluorescerend vestje.
One Health: een blik vooruit
Sinds de jaren 2000 komt er nog een extra laag bij: de One Health-benadering. Die benadrukt dat menselijke, dierlijke en milieugezondheid één geheel vormen. Voor de werkvloer klinkt dat misschien abstract, maar denk aan thema’s als hittegolven, luchtkwaliteit of COVID-19. Ook hier staan preventieadviseurs én HR voor de vraag hoe ze organisaties voorbereiden op risico’s die verder reiken dan het klassieke arbeidsmilieu.
Wat betekent dit voor ons?
De boodschap van Bernard Lattes geldt ook in België: de huidige hervormingen zijn geen toevallige wending, maar een inhaalbeweging op engagementen die al decennia geleden internationaal werden afgesproken. Voor ons in België is de vraag niet of er veranderingen komen, maar hoe we ermee omgaan.
-
Voor preventieadviseurs: wees niet enkel uitvoerder van regelgeving, maar ook vertaler van internationale kaders naar praktische oplossingen op de werkvloer.
-
Voor HR-professionals: zie welzijnsbeleid niet als extra kost of verplicht nummertje, maar als investering in duurzame inzetbaarheid en bedrijfscontinuïteit.
-
Voor arbeidsartsen en verpleegkundigen: blijf de stap zetten van curatieve logica naar preventieve en integrale gezondheidsbevordering.
Reflectieve vragen
-
Hoe vertaal je de principes van “One Health” naar jouw sector?
-
Op welke manier kun je werknemers betrekken bij preventie, zodat het geen opgelegd verhaal wordt maar een gedeelde verantwoordelijkheid?
-
En misschien de belangrijkste: ben je bereid de verandering te omarmen, of blijf je hopen dat het allemaal wel zal overwaaien?
Slot
Het decor voor de huidige hervormingen werd veertig jaar geleden al klaargezet. Het enige wat vandaag telt, is hoe we ons aanpassen. Of, om het luchtig te zeggen: je kunt je blijven verzetten tegen de golven, maar misschien is het slimmer om te leren surfen.