Artikel

Feiten boven meningen: waarom betrouwbare informatie ook op het werk levensbelangrijk is

Een recente uitspraak van het Hof van Cassatie herinnert ons aan iets fundamenteels: vrijheid van meningsuiting is geen vrijgeleide om onzin te verkondigen, zeker niet wanneer gezondheid op het spel staat. Het Hof bevestigde dat een arts tuchtrechtelijk mag worden gesanctioneerd als die misleidende of ongefundeerde boodschappen verspreidt die de volksgezondheid in gevaar brengen. Het is een juridische mijlpaal, maar tegelijk ook een spiegel voor organisaties: hoe gaan wij om met de kwaliteit van informatie die in onze werkcontext circuleert?

De zaak: vrijheid versus verantwoordelijkheid

Het ging om een arts die tijdens de coronapandemie stelde dat vaccins “de mensen aan het vermoorden zijn”, dat mondmaskers gevaarlijk waren en dat afstandsregels geen nut hadden. De Orde van artsen legde een sanctie op, en het Hof van Cassatie volgde: vrije meningsuiting mag worden beperkt als ze de gezondheid bedreigt.

Het arrest is duidelijk: wie een maatschappelijk gezag draagt, heeft ook de verantwoordelijkheid om feiten van meningen te scheiden. Vrijheid stopt waar schade begint.

Van rechtszaal naar werkvloer

Wat heeft dit nu met preventieadviseurs en HR-professionals te maken? Meer dan je denkt. Ook binnen organisaties circuleren geregeld goedbedoelde maar foutieve beweringen: dat mensen duidelijk te onderscheiden zijn in vier (kleuren)vakjes, dat arbeidsongevallen vermijdbaar zijn “als de mensen gewoon hun PBM’s zouden dragen”, dat iedereen die moe, ongemotiveerd of gestresseerd is meteen “een burn-out” heeft, of dat die ene consultant het ultieme recept heeft voor nul verzuim.

Het probleem is hetzelfde: desinformatie kan schadelijk zijn. Niet altijd levensbedreigend zoals bij pandemiemaatregelen, maar wel ondermijnend voor welzijn, vertrouwen en beleid.

Kritische zin als basiscompetentie

Het arrest nodigt ons uit om een parallel te trekken: zouden we niet allemaal een vorm van professionele deontologie moeten hanteren bij het verspreiden van adviezen en informatie? Preventieadviseurs en HR-professionals hebben niet de eed van Hippocrates, maar ze dragen wél een gedeelde verantwoordelijkheid.

Een aantal reflectieve vragen dringen zich op:

  • Hoe vaak nemen we adviezen over zonder de bron te checken?

  • Welke rol spelen wij in het filteren van mythes en hypes?

  • En durven we weerstand bieden aan goedverkopende nonsens, ook al komt die verpakt in een duur consultancyrapport?

Aanbevelingen voor de praktijk

  1. Check de bron: vraag altijd naar de onderliggende wetgeving, wetenschappelijke referenties of erkende richtlijnen.

  2. Maak kritisch denken zichtbaar: geef in opleidingen en communicatie aan waarom je bepaalde adviezen volgt en andere niet.

  3. Wees consequent: als je van medewerkers verwacht dat ze procedures naleven, wees dan zelf even streng voor de kwaliteit van de adviezen die je verspreidt.

Slot: een gedeelde norm

Het arrest van Cassatie stelt één norm heel scherp: zelfs vrijheid heeft grenzen waar gezondheid in gevaar komt. Zou het niet eerlijk zijn als we diezelfde norm ook binnen organisaties toepassen? Geen absolute censuur, maar wel de verwachting dat adviezen betrouwbaar, onderbouwd en verantwoord zijn.

Want als zelfs artsen niet alles mogen zeggen zonder gevolgen, waarom zouden wij in de bedrijfscontext genoegen nemen met halve waarheden of dure illusies?

Feiten doen er toe. En wie in welzijn en HR werkt, kan het zich niet veroorloven om ze links te laten liggen.