Om de veiligheid van werknemers te waarborgen, moeten Seveso-inrichtingen aandacht besteden aan maatregelen die schade door explosies beperken. Een nieuw inspectie-instrument biedt een leidraad om te beoordelen of exploitanten passende beschermingsmaatregelen hebben genomen.
Toepassingsgebied en uitgangspunt
Het inspectie-instrument gaat uit van de veronderstelling dat zich in een procesinstallatie een explosie voordoet. De focus ligt dus niet op het voorkomen van explosies, maar op het beperken van schade. Gebouwen waarin mensen regelmatig werken, zowel permanente als tijdelijke constructies, komen in aanmerking voor evaluatie. Opslagplaatsen voor ontplofbare stoffen en externe domino-effecten vallen buiten scope.
Effecten van explosies
De directe drukgolf van een explosie kan schade aan gebouwen en letsels bij mensen veroorzaken. Indirecte effecten, zoals rondvliegende glasscherven of instortende muren, zorgen vaak voor de zwaarste letsels. Daarnaast kunnen projectielen en hittestraling bijkomende risico’s vormen, vooral wanneer brandbare stoffen betrokken zijn.
Maatregelen ter schadebeperking
1. Veiligheidsafstanden
Bij nieuwe installaties is afstand de meest doeltreffende manier om overdruk en hittestraling te beperken.
2. Explosiebestendige muren
Zowel om installaties als om gebouwen kunnen beschermingsmuren worden geplaatst om drukgolven en projectielen af te buigen.
3. Versterkte constructie
Gebouwen kunnen drukbestendig ontworpen of aangepast worden. Mogelijke maatregelen zijn structurele versterking, het blinderen of vervangen van ramen, en het verwijderen van instabiele elementen.
4. Explosieontlasting
Licht gebouwde delen zoals gevelpanelen of explosieluiken maken gecontroleerde drukafvoer mogelijk.
5. Organisatorische maatregelen
Beperking van de bezetting in risicogebouwen en ontruiming tijdens kritieke fases zoals opstart of stilstand.
Externe explosies en verblijfsgebouwen
Zowel permanente gebouwen (zoals controlekamers, kantoren, refters) als tijdelijke structuren (werfcontainers, contractordorpen) moeten geëvalueerd worden. De risicoanalyse houdt rekening met:
- de situering ten opzichte van installaties met explosiepotentieel;
- de realistische explosiescenario’s;
- de potentiële schade en kwetsbaarheid van de aanwezigen.
Voor tijdelijke gebouwen raadt het instrument aan om deze buiten de effectzones van VCE’s (vapour cloud explosions) te plaatsen of te kiezen voor explosiebestendige modules (BRM’s).
Interne explosies in gebouwen
Gebouwen met procesinstallaties of opslag van brandbare stoffen moeten compartimentering en drukontlasting voorzien. Ook in niet-procesgebouwen kunnen risico’s bestaan via leidingsystemen of ventilatie. Drukontlastingssystemen zoals gevelpanelen of explosieluiken moeten correct ontworpen, gemonteerd en onderhouden worden.
Bescherming van installaties met hoog explosiegevaar
Voor installaties met een groot explosierisico, zoals hoge-drukreactoren of waterstofopslag, kunnen barrières bescherming bieden aan de omgeving. De effectiviteit hangt af van de positie, hoogte en sterkte van deze barrières.
Rol van de preventieadviseur
Preventieadviseurs ondersteunen bij het identificeren van verblijfsgebouwen, het evalueren van risico’s, en het opvolgen van mitigerende maatregelen. Ze adviseren over geschikte beschermingsmaatregelen en zien erop toe dat wijzigingen in installaties of gebouwen aanleiding geven tot herziening van de risicoanalyse.
Bron
FOD Werkgelegenheid – Inspectie-instrument ‘Beperken van schade door explosies’