Artikel

Eindwerk – Veiligheid als hefboom: hoe Campine arbeidsongevallen halveer­de in drie jaar

Campine, een SEVESO-bedrijf in de recyclage van industriële afvalstromen, heeft de afgelopen jaren een opmerkelijke daling gerealiseerd in het aantal arbeidsongevallen. Hoe? Door te investeren in mensen, veiligheidscultuur en pragmatische preventie. Het eindwerk van preventieadviseur Gert Pelckmans legt deze evolutie bloot, en biedt tegelijk bruikbare lessen voor de hele sector.

Van achterstand naar aanpak: het vertrekpunt

Voor de omslag naar een doordacht en gedragen veiligheidsbeleid bevond Campine zich in een situatie van verhoogd risico, zowel intern als in vergelijking met sectorgenoten. Het bedrijf kampte jarenlang met een hoog aantal arbeidsongevallen, met name in de loodafdeling en onderhoud. Tussen 2019 en 2021 lag de frequentiegraad (Fg) van arbeidsongevallen bij Campine tussen de 44 en 68,2, terwijl het sectorgemiddelde in die periode daalde van 18,6 naar 15,1. De ernstgraad (Eg) piekte in 2021 tot 1,86 (met zelfs een globale ernstgraad van 6,12), hoofdzakelijk veroorzaakt door twee ernstige ongevallen met blijvende arbeidsongeschiktheid (samen goed voor 1125 forfaitaire dagen). Ter vergelijking: de sector NACE 24450 haalde datzelfde jaar een gemiddelde ernstgraad van 0,90.

Ook ten opzichte van concullega’s uit dezelfde sector (zoals Umicore en EverZinc) scoorde Campine zwakker. Zo had Umicore in 2021 een frequentiegraad van 17,8 en EverZinc Pelt 26,75, tegenover de 68,2 bij Campine. Wat extra zorgwekkend was: in 2022 ontving het bedrijf een sensibiliseringsbrief van FEDRIS – Federaal agentschap voor beroepsrisico’s- Agence fédérale des risques professionnels omdat de risico-index (RI) twee keer zo hoog lag als het sectorgemiddelde, met 44 incidenten en 171 dagen arbeidsongeschiktheid op een tewerkstelling van 202 VTE’s; goed voor een RI van 1,06 tegenover een sector-RI van 0,58.

Intern speelde bovendien een structureel probleem: de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (IDPBW) was onderbemand en onvoldoende uitgerust. Tot 2021 bestond het team uit slechts één preventieadviseur niveau 1 en enkele medewerkers zonder formele veiligheidsopleiding. In een context van zwaar fysiek werk, taalbarrières (15% anderstaligen) en hoog verloop (jaarlijks 10 à 20% vervangingsbehoefte bij arbeiders) leidde dat tot een cultuur waarin veiligheid eerder als last dan als gedeelde verantwoordelijkheid werd ervaren. De analyse op basis van de Safety Culture Ladder bevestigde dit beeld: het bedrijf bevond zich gemiddeld op trede 3 (“berekenend”), met opvallend lage scores voor veiligheidscommunicatie en leiderschapsbetrokkenheid.

Analyse van een incident: Een explosie op het “slakkenplein”. Er stonden ook mensen in de buurt, maar gelukkig raakte niemand gewond.

Campine kampte dus met een werkelijke “perfect storm”:

  • een hoog verloop en veel onervaren arbeiders,

  • een onderbezette preventiedienst,

  • complexe en zware processen in een SEVESO-context,

  • én ongevallenstatistieken die boven het sectorgemiddelde uitkwamen.

Toch is dit geen verhaal van falen, maar van koerscorrectie.

Wat maakte het verschil?

1. Uitbouw van de interne preventiedienst

De IDPBW werd versterkt met meerdere opgeleide preventieadviseurs (niveau 1 en 2). De focus verschoof van papieren procedures naar praktijkgerichte aanwezigheid op de werkvloer. Door systematische opvolging van incidenten, TRA’s en verbeteracties ontstond een sterkere wisselwerking tussen beleid en terrein.

2. Analyse van cijfers én context

Niet enkel het aantal ongevallen werd geanalyseerd, maar ook:

  • de aard van de letsels (breuken, brandwonden, verrekkingen),

  • de anciënniteit van de betrokkenen (vaak laag),

  • en de afdeling (vooral “lood” en “onderhoud”).

Overzicht EHBO per kwetsuur.

Door deze inzichten kon men gericht maatregelen nemen, zoals aangepaste PBM’s, machineaanpassingen of taalondersteuning voor anderstaligen.

Vrachtwagenvergrendeling in plaats van wielkeggen.

3. Versterken van de veiligheidscultuur

Op basis van de Safety Culture Ladder scoorde Campine gemiddeld niveau 3 (“berekenend”), maar met duidelijke ambities richting niveau 4 (“proactief”). Dat betekende onder meer:

  • meer communicatie over veiligheid buiten incidenten om,

  • systematische betrokkenheid van brigadiers bij verbetertrajecten,

  • en het expliciet stimuleren van de STOP-reflex op de werkvloer.

De veiligheidscultuurladder van Campine.

Meetbare resultaten

De cijfers tonen aan dat een gerichte, geïntegreerde aanpak loont.

In 2021 lag de frequentiegraad bij Campine op 68,2 arbeidsongevallen per miljoen gepresteerde uren. Dat cijfer was bijna vier keer hoger dan het sectorgemiddelde (15,1). Drie jaar later, in 2023, was die frequentiegraad gezakt tot 7,1 – een daling met bijna 90% ten opzichte van de piek. Daarmee scoorde Campine voor het eerst beter dan het gemiddelde binnen de NACE-sector 24450.

Ook de ernstgraad (het aantal verloren werkdagen per 1.000 gepresteerde uren) daalde sterk: van 1,86 in 2021 naar 0,31 in 2023. De globale ernstgraad, die ook forfaitaire dagen meerekent bij blijvende ongeschiktheid, daalde zelfs van 6,12 naar 0,31.

Een derde belangrijke indicator is de risico-index (RI), zoals berekend door Fedris. In 2021 bedroeg de RI bij Campine 2,36, tegenover een sectorgemiddelde van 0,70. In 2023 was de RI teruggebracht tot 0,45, ruimschoots onder de kritische grens.

Deze resultaten kwamen niet uit de lucht vallen. Ze zijn het gevolg van een combinatie van structurele investeringen (in mensen, opleiding en procedures), verhoogde zichtbaarheid van preventieadviseurs op de werkvloer, en een bewuste cultuuromslag richting gedeelde verantwoordelijkheid.

Reflectie: lessen voor andere bedrijven

Voor HR en preventieadviseurs rijzen minstens drie reflectieve vragen:

  1. Is onze interne preventiedienst voldoende uitgerust én zichtbaar op de vloer?

  2. Worden onze arbeidsongevallen structureel en kritisch geanalyseerd op patronen, zoals anciënniteit, taal of taakinhoud?

  3. Is veiligheid in onze organisatie een gedeelde reflex of een papieren verplichting?

Inzetten op veiligheidscultuur betekent ook: luisteren, vereenvoudigen en de menselijke factor centraal zetten.

Tot slot: preventie als gedeelde verantwoordelijkheid

Het verhaal van Campine toont dat zelfs in een complexe, risicovolle industriële context échte vooruitgang mogelijk is; als er gekozen wordt voor structurele versterking, analyse zonder taboe en een cultuur van aanspreekbaarheid. Preventieadviseurs spelen hierin een spilrol. Niet als regelneven, maar als bruggenbouwers tussen beleid en werkvloer.

Misschien zit net daar hun kracht: niet in het zeggen “dit moet”, maar in het tonen dat het wérkt.

Wil je meer lezen? Je kunt het eindwerk opvragen bij het AP – Veiligheidsinstituut door een mail te sturen naar veiligheidsinstituut@ap.be.