Artikel

Eindwerk – Arbeidsongevallen en verzwaard risico: wanneer de cijfers ons (niet) de waarheid vertellen

Kernboodschap: Arbeidsongevallencijfers zijn geen neutrale graadmeters. De manier waarop ze tot stand komen (inclusief onderrapportage, interpretatiefouten en selectieve aangifte) bepaalt in hoge mate het beeld dat ontstaat over veiligheid op de werkvloer. Het eindwerk van Lieven Van Deuren: “Verzwaard risico, rapportage van arbeidsongevallen en de betrouwbaarheid van arbeidsongevallencijfers” stelt dat het beeld vaak vertekend is, met gevolgen voor bedrijven, beleid en preventie.

Waarom dit onderzoek ertoe doet

Een onderneming kreeg van FEDRIS – Federaal agentschap voor beroepsrisico’s- Agence fédérale des risques professionnels het label “bedrijf met verzwaard risico”. De verontwaardiging was groot. Hoe kon dit, terwijl net sterk geïnvesteerd werd in veiligheid, opleidingen en open communicatie? De paradox vormde de aanleiding voor een diepgravende analyse van arbeidsongevallencijfers: hoe komen ze tot stand, hoe betrouwbaar zijn ze, en wat is de impact van het federaal beleid rond verzwaard risico?

Arbeidsongevallen + dagen verlet/jaar op het bedrijf 2017-2024.

De centrale onderzoeksvragen:

  • Hoe werkt het systeem van verzwaard risico?

  • Welke rol speelt Fedris in preventie?

  • Worden arbeidsongevallen correct gerapporteerd?

  • Zijn de AO-cijfers wel betrouwbare indicatoren?

Rapporteren: theorie versus praktijk

Volgens de wetgeving moeten alle ernstige arbeidsongevallen aangegeven worden. In werkelijkheid blijkt dat lang niet elk ongeval de officiële cijfers haalt. Uit de literatuur en een bevraging van meer dan 100 preventieprofessionals blijkt:

  • Lichte ongevallen verdwijnen vaak onder de radar;

  • Sommige ernstige ongevallen worden “witgewassen” of herverpakt als medische incidenten;

  • De registratie hangt sterk af van de kennis van de melder, de interne bedrijfscultuur en zelfs de dag van de week waarop het ongeval gebeurt.

Vooral het door Bart Vanraes beschreven fenomeen van “Tippexongevallen” – het bewust niet of verkeerd melden van arbeidsongevallen – blijkt wijdverspreid. In sommige sectoren lijkt dit eerder norm dan uitzondering.

Het stelsel van verzwaard risico: goed bedoeld, maar onevenwichtig?

Fedris ontwikkelde een Risico-Index (RI) om bedrijven met structureel hoge AO-cijfers in kaart te brengen. Wie meer dan vijf keer boven het gemiddelde van de privésector scoort, komt op de radar.

Selectie verzwaard risico Fedris, 2023.

Maar wat blijkt?

  • Kleine ondernemingen zijn zwaar oververtegenwoordigd, deels omdat één ongeval er statistisch zwaarder doorweegt;

  • Grote bedrijven, waar het merendeel van de ongevallen gebeurt, ontsnappen vaak aan het label;

  • Forfaitaire boetes en verplichte preventietrajecten worden opgelegd, ook bij twijfelachtige cijfers.

Kortom: wie correct meldt, wordt gestraft. Wie onderrapporteert, blijft buiten schot. Een perverse prikkel die preventie ondermijnt in plaats van versterkt.

AO, tewerkstelling, selectie verzwaard risico (%) — tov grootte bedrijf – (Rekenhof, 2021).

Onderzoek via eigen enquête

Hoewel de steekproef van 103 respondenten relatief beperkt is, biedt deze bevraging een waardevolle inkijk in hoe bedrijven in Vlaanderen omgaan met de registratie en rapportage van arbeidsongevallen.

De antwoorden bevestigen enkele bevindingen uit internationale studies: onderrapportage komt vaker voor dan formeel wordt toegegeven, vooral in contexten waar reputatie, financiële incentives of interne druk een rol spelen. Ook de uiteenlopende interpretaties van wat een arbeidsongeval precies is (en hoe dit moet worden geregistreerd) wijzen op een lacune in de kennis, vooral bij kleinere bedrijven.

De bevraging toonde onder meer:

  • In 9% was er een licht AO, maar werd dat niet systematisch geregistreerd;

  • 6% geeft aan ooit gevraagd te zijn om een AO niet (volledig) te melden;

  • Bij 15% van de respondenten was Fedris als instantie onbekend;

  • Bedrijven gebruiken soms alternatieven (zoals herschikking van taken) om arbeidsongevallen te vermijden op papier.

Registratie lichte arbeidsongevallen met eigen werknemers op het bedrijf.

Redenen om niet of slechte gedeeltelijk te rapporteren of registreren.

Interpretatie van onderrapportage: structureel of situationeel?

De antwoorden in de enquête wijzen op een opmerkelijke spreidstand tussen formele structuren (aanwezigheid van een preventieadviseur, CPBW, registratie-instrumenten) en het daadwerkelijke naleven van de rapportageplicht. Bedrijven met uitgebreide preventiestructuren bleken niet noodzakelijk zorgvuldiger te rapporteren dan bedrijven zonder.

Dit suggereert dat onderrapportage niet alleen het gevolg is van gebrek aan kennis of middelen, maar ook voortvloeit uit culturele en contextuele factoren, zoals commerciële druk, angst voor reputatieschade of de onbedoelde prikkels van zero-target beleid.

In sommige gevallen lijkt morele ontkoppeling een rol te spelen: het minimaliseren of omkaderen van ongevallen als “banale incidenten” wordt gelegitimeerd binnen de bedrijfscultuur. Het feit dat ook bedrijven die zelf dodelijke of zeer ernstige ongevallen vermelden, tegelijk aangeven dat EHBO-gevallen niet worden geregistreerd, versterkt dit beeld.

Er is dus geen lineaire relatie tussen ernst van ongevallen en nauwkeurigheid van registratie. Dit roept vragen op over de effectiviteit van louter administratieve verplichtingen: hebben die zin als het draagvlak ontbreekt, of wanneer de perceptie leeft dat transparantie afgestraft wordt?

Reflectieve vragen voor preventieadviseurs

  • Zijn we in ons bedrijf helder over wat een arbeidsongeval is?

  • Is er een cultuur waarin melden zonder schuld kan?

  • Wordt data correct en transparant verwerkt?

  • Zijn we voldoende kritisch voor externe benchmarks die gebaseerd zijn op onvolledige data?

Aanbevelingen: pragmatisch en haalbaar

  1. Zorg voor interne definities en procedures. Maak het onderscheid tussen incident, EHBO-geval en AO expliciet in je beleid.

  2. Investeer in transparante registratie. Een eigen dashboard kan helpen om trends te detecteren, los van de officiële aangifte.

  3. Creëer veiligheid om te melden. Straf de boodschapper niet, maar gebruik incidenten als leermomenten.

  4. Herbekijk de impact van AO-cijfers. Gebruik ze niet als enige KPI, maar in samenhang met cultuurmetingen, meldingsgraad en verbeteracties.

  5. Doe als sector of koepelorganisatie een oproep tot herziening van het systeem van verzwaard risico. Evalueer of dit systeem zijn doel bereikt.

Van rapportageplicht naar meldmoed: lessen uit een ongemakkelijke waarheid

Wat als onze beleidsinstrumenten gebaseerd zijn op scheefgetrokken cijfers? Het onderzoek van Lieven Van Deuren legt de vinger op een pijnpunt dat veel preventieadviseurs intuïtief al aanvoelen: arbeidsongevallencijfers zijn lang niet zo betrouwbaar als vaak wordt aangenomen. Onderrapportage is geen randfenomeen, maar een systemisch gegeven; gevoed door vage definities, commerciële druk, angst, onwetendheid en, niet zelden, bewuste strategie.

Het beeld dat ontstaat, is dat van een systeem waarin transparantie wordt afgestraft en papieren veiligheid wordt beloond. Kleine bedrijven worden disproportioneel geviseerd in het systeem van verzwaard risico, terwijl grotere bedrijven vaak buiten schot blijven. En dat alles op basis van statistieken waarvan zelfs de ernst- en frequentiegraad weinig voorspellende waarde hebben.

De voorbeelden van creatieve (en soms ronduit onwettige) manieren om arbeidsongevallen te maskeren, maken duidelijk dat het niet volstaat om enkel op procedures te vertrouwen. Cultuur, leiderschap en voorbeeldgedrag zijn minstens zo belangrijk als registratiesystemen.

De opdracht voor preventieprofessionals is dan ook helder: niet alleen registreren, maar ook bevragen, benoemen en verbeteren. Niet alleen voldoen aan de rapportageplicht, maar ook bouwen aan meldmoed. En niet blindelings vertrouwen op indicatoren, maar het verhaal erachter blijven onderzoeken.

Wie wil werken aan echte veiligheid, moet voorbij de cijfers durven kijken.

Wil je meer lezen? Je kunt het eindwerk opvragen bij het AP – Veiligheidsinstituut door een mail te sturen naar veiligheidsinstituut@ap.be.